![]() |
Termenlijst |

TERMENLIJST
ten behoeve van de beschrijving
van prentenboeken en geïllustreerde kinderboeken
Samengesteld door Hilda van den Helm en Jeannette Kok

INHOUDSOPGAVE
BOEKBAND: UITERLIJK VAN DE BAND
EXTRA BESCHERMING VAN HET BOEK
I. BUITENWERK
BOEKBAND: ALGEMEEN
BOEKBAND: UITERLIJK VAN DE BAND
BINDWIJZE
VORM VAN HET BOEK
EXTRA BESCHERMING VAN HET BOEK
band (cover / binding)
platten: voorplat en achterplat (boards / frontcover & backcover)
de al dan niet harde voorkant en achterkant van een band
NB: de term ‘boards’ wordt alleen gebruikt voor de harde voorkant en achterkant van een gebonden boek.
rug (spine, backstrip, back)
verbinding tussen voorkant en achterkant van de band
leeslint (marker attached)
lint bevestigd aan de rug
voorbeeld: De kinderen van kapitein Grant (…), Jules Verne, Amsterdam, De Boekerij, 1992
BOEKBAND: UITERLIJK VAN DE BAND
bandontwerp (cover design)
de wijze waarop decoratie (illustratie) en tekst op de band geplaatst zijn
integraal bandontwerp (wrap-around design [decoration / illustration])
platten en rug zijn als één geheel van decoratie / illustratie en tekst voorzien
voorbeeld: Het Lucifer-eiland, Henk Kemp, ill. Piet Marée, Rotterdam, HAKA, 1939

band met decoratie (decorated cover)
band met versiering die weinig of geen relatie heeft met de inhoud van het boek
voorbeeld: Géraldine, Cornélie Noordwal, Utrecht, Bruna, ca. 1922
band met blinddruk (blind stamping)
banddecoratie d.m.v. indrukken zonder kleur of verguldsel
voorbeeld: De engel der prairiën, Bénédict Henry Révoil, met een voorberigt van P.J.Andriessen, Amsterdam, Jan Leendertz, 1865
band met illustratie (pictorial cover / pictorial boards)
opgeplakte of opgedrukte illustratie(s) op de band (meestal op de voorkant)
voorbeeld: De wonderlijke avonturen van Jonkheer Stribbel, G.Revers, ill. H. van Kruiningen, Amsterdam, Mulder, 1931
plaatje opgeplakt op voorkant van de band (pictorial onlay, pictorial paste-on)
op de voorkant van de band is een plaatje geplakt dat kleiner is dan het boekformaat
voorbeeld: Oude bekenden: sprookjes, Nienke van Hichtum, ill. Pol Dom, Amsterdam, Becht, 3e druk, 1955
voorbeeld: De vuurrode schoentjes, Greta Badenhuizen, ill.F.Lindenberg, Amsterdam, Wiering, 1944
rug met decoratie (decorated spine)
voorbeeld: serie Voor 't kleine Volkje, band B.Midderigh-Bokhorst, Gouda, Van Goor, 1909-1928

rug met illustratie (illustrated spine)
voorbeeld: Hoe Jaap Bekkers een fiets kreeg, Chr. van Abkoude, ill. Jan Rinke, Alkmaar, Kluitman, 1917

goudopdruk (binding stamped in gold / gilt)
bandversiering (decoratie, illustratie of belettering) d.m.v. goudopdruk
voorbeeld: Schoolidyllen, Top Naeff, band Cornelia Hart, Amsterdam, Becht, 13e druk (1924)
linnen (cloth, linen)
bandmateriaal van textiel (niet altijd linnen): buckram, linnen, katoen; waar decoraties / illustraties op gedrukt kunnen zijn
voorbeeld: In een hoekje met een boekje, Maria de Lannoy, ill. Jan Waterschoot, Antwerpen, Aug.Bosschaerts, ca. 1930
gevernist (glazed)
glanzend vernislaagje op de gehele voor- en achterkant van de band
voorbeeld: Nanne's reis, Piet Worm, Maastricht - Brussel, Stols, 1938
BINDWIJZE
gebonden (bound )
ingenaaid / gebrocheerd (sewn)
de bladen zijn met garen aaneengehecht en van een dunne papieren band voorzien.
voorbeeld: De gefopte konijntjes, Elly Haga, Den Haag – Batavia, van Goor, 1941
geniet (stapled)
bladen en band bijeengehouden met nietjes
voorbeeld: Volksrijmpjes, Ljoeba Dworson / Eliza Hess-Binger, ill. Konaschewitch, Den Haag, De Baanbreker, 1930
gelijmd (pasted)
de achterkant van het geheel van de bladen is tegen de rug van de band gelijmd.
voorbeeld: Prisma-juniores reeks, 1956-1985
spiraalband (spiral backed boards / wrappers)
bladen en voor- en achterkant van de band bijeengehouden met spiraal
voorbeeld: Reinaard de Vos speelt voor huisbaas, Vadertje Brombeer, Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1946

Japanse bindwijze (Japanese binding)
bladen en band bijeengehouden met doorgeregen lint / touw / raffia. (Vaak gebruikt in combinatie met vlinderdruk, zie aldaar.) [De term 'Chinese bindwijze' komt ook voor.]
voorbeeld: Pim’s poppetjes (…), Oom Ben, Amsterdam, Geerlings, 1898 [vlinderdruk]
voorbeeld: Meiregen, Margot Vos, ill. R.Hynckes, Amsterdam, Querido, 1925 [geen vlinderdruk]
leporello (concertina / accordeon style)
de bladen zijn zijdelings aan elkaar verbonden en kunnen tot een lange reep worden uitgevouwen. (Soms ook wel harmonica boek genoemd.)
voorbeeld: Ik zie, Marietje Witteveen, 1942
oblong (oblong)
contour
(shape / die-cut in the shape of..)
d.m.v. een snijvorm krijgt het boek een afwijkende vorm
voorbeeld: Het Kronings ABC, Haarlem, De Erven Loosjes, 1898; in de vorm van een kroon
EXTRA BESCHERMING VAN HET BOEK
cassette (slipcase, box)
door de uitgever geleverde bescherm(schuif-)doos om een boek of om enkele bijeenhorende boeken
verzamelmap
(binder)
door de uitgever geleverde map voor bijeenhorende boeken / losse prenten / losse teksten
voorbeeld: map om Arretje Nof deel 1-5, Johan Fabricius, Delft, Calvé, 1928
voorbeeld: map om de inhoud van Wonder map, Kees Meys, Amsterdam, Veldhuizen & Boxman, ca. 1936
sluitlint (tie)
aan voor- en achterkant van de verzamelmap of aan voor- en achterplat bevestigde linten om het boek dicht te strikken
voorbeeld: de verzamelmap van Arretje Nof 1-5
stofomslag (dustwrapper, dustjacket)
losse papieren beschermomslag om een band. Een niet geïllustreerd stofomslag is zeldzaam. In enkele gevallen is de binnenkant bedrukt.
voorbeeld: Prinsesje Zonneschijn (…), F.H. van Leent, ill. Jan Sluijters, Amsterdam, Meulenhoff, 1911
BOEKBLOK EN BLADEN
LAY-OUT
DECORATIES
sneden (edges)
de drie (afgesneden) buitenzijden van het boekblok
goud op snee (all edges gilt / top edge gilt)
verguldsel aangebracht op de snede(n)
voorbeeld: The violet fairy book, Andrew Lang, ill. H.J.Ford, London, Longmans, Green & Co, 2e druk, 1902
snede met decoratie (decorated edge)
kleurige decoratie op de snede (vaak gemarmerd)
voorbeeld: Leerrijk onderhoud voor de jeugd: bevattende eene verscheidenheid van onderwerpen, tot nut en leering der kinderen, Leiden, P.H.Trap,
1826
gekleurde snede (painted edge)
de snede is in een bepaalde kleur geverfd
voorbeeld: De Bijbelsche geschiedenissen, W.G. van de Hulst, ill. Isings, Amsterdam, Spruyt, 1948, 10e druk [ bovensnede is geverfd in
dezelfde kleur geel als de achtergrond van de titelpagina]
blad (leaf)
vel met twee zijden: de bladzijden of pagina’s.
bladzijde / pagina (page)
elk van de zijden van een blad
eenzijdig bedrukte bladen (printed on one side only)
slechts één zijde van een blad is bedrukt [tweezijdig bedrukt is standaard; wordt niet apart vermeld]
voorbeeld: De geschiedenis van Joosje, W.J. van Zeggelen, Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1882
vlinderdruk (French-folded leaves)
gevouwen bladen worden slechts op één zijde bedrukt; de vouw aan de rechterkant van het boek blijft onopengesneden, de linkerkant wordt in de rug vastgezet. (Vaak gebruikt in combinatie met Japanse bindwijze).
voorbeeld: A flower wedding, described by two wallflowers, ill. Walter Crane, London, Cassell, 1905
kartonnen bladen (cardboard leaves)
het boek is geheel gedrukt op karton
voorbeeld: Hoe Heintje aan zijn bijnaam kwam, H.J.Looman, ill. F.Zipper, Amsterdam, Dico, ca. 1946
bladen met linnen versterkt (linen-backed / mounted on linen)
ter versteviging is linnen aangebracht op de niet bedrukte achterkant van een bladzijde of tussen twee bladen in
voorbeeld: Het bal der dieren, 189?
bladen van stof (ragbooks)
het boek is geheel gedrukt op katoen, linnen, of kunstvezel
voorbeeld: Speelgoed, Coreen Marsh, 192?
op afwijkend papier gedrukt (printed on different paper)
een deel van de bladen is van afwijkend papier
voorbeeld: de ill. van Isings op kunstdrukpapier in: Afke's tiental, N. van Hichtum, ill. C.Jetses en J.H.Isings jr, Alkmaar, Kluitman, 13e druk, 1949
uitslaand blad (folding)
een blad (vaak een landkaart of een prent) dat groter is dan het boekformaat en dat teruggevouwen wordt tot het formaat van het boek
voorbeeld: De speelgoedbeer van Sibiella, Piet Worm, Amsterdam, Allert de Lange, 1947

schutbladen (endpapers: paste-down endpaper is de vastgeplakte helft, free endpaper de losse helft)
het blad dat voor een helft op de binnenzijde van de voorkant of de achterkant van de band is vastgeplakt (aangeplakt schutblad); van de andere helft (vliegend schutblad) is alleen de binnenste rand vastgeplakt op de binnenrand van de buitenste bladzijde van het boekblok.
schutbladen met decoratie (decorated endpapers)
de schutbladen zijn bedrukt met een telkens herhaald motief. Dit kan een motief uit het verhaal zijn, een uitgeverslogo, een plantenmotief, een
abstract motief e.d.
voorbeeld: Grimm's sprookjes, vert. M. van Vloten ill. B. en J. Midderigh-Bokhorst, Amsterdam-Sloterdijk, Maatschappij voor goede en goedkoope
lectuur, 1922

schutbladen met illustratie (pictorial endpapers)
de schutbladen zijn bedrukt met illustraties
voorbeeld: De geschiedenis van gulzigen Tobias, D.A.Bueno de Mesquita, Amsterdam, Vennootschap Letteren en Kunst, 191?

quasi schutbladen (mock endpapers)
de binnenzijde van de band en de buitenste bladzijde van het boekblok zijn niet één geheel, maar beide zijn wel op eenzelfde wijze gedecoreerd
of geïllustreerd, zodat het effect van een schutblad ontstaat.
voorbeeld: Guus en de eikelmannetjes, Nel Wiebenga, ill. Ab Koning en Nel Wiebenga, Amsterdam, Scheltens & Giltay, 1941
beschermblaadje (guard / tissue guard)
aan één zijde opgeplakt of meegebonden velletje papier, vaak tissue, soms halfdoorzichtig, ter bescherming van een plaat
voorbeeld: Moeder de Gans baker- en kinderrijmpjes, Marie Hildebrandt, ill. Arthur Rackham, Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1915
franse titel (half title)
de eerste bedrukte bladzijde vóór de titelpagina, met korte titelgegevens
titelpagina (title page)
titelpagina met decoratie (decorated title)
met vignet, uitgeverslogo, omkadering
voorbeeld: Asschepoester, G. van de Hoeven, ill. W.C.Drupsteen, Amsterdam, Coene, 1907

titelpagina met illustratie (pictorial title)
voorbeeld: Uilengeluk, Tine, ill. Th. Van Hoytema, Amsterdam, Van Goor, 1895

frontispice (frontispiece)
in deze lijst gebruikt als de standaardterm voor de illustratie tegenover het titelblad [De term wordt ook wel gebruikt voor een versierd titelblad.]
voorbeeld: Sprookjes van Andersen, vertaling Netty Weetjen, [ill. Olive Allen], Zalt-Bommel, H.J. van de Garde, 1909

marge (margin)
geen marge aanwezig (no margin)
illustraties/decoraties lopen door tot de snede
voorbeeld: Naar zee!: hoe twee Hollandse jongens een roemrijke tocht beleefden, 195?

ongebruikelijke plaatsing van tekst en/of illustraties op een pagina (unusual lay-out)
voorbeeld: Dierenprentenboek, Reyer Stolk, Amsterdam, Breughel, 1945

bijzondere typografie (special typography)
meerdere lettertypen op een pagina (variation in typography)
voorbeeld: Raadgevingen en Onderrigtingen voor Kinderen, ter dienste der Scholen, N.Anslijn
Amsterdam, P.R.Otto, 1857
verschillende lettergrootte (variation in type-size)
voorbeeld: De gouden blaren, Engel, ill. Wyschnewetski en Fradkin, Den Haag, De Baanbreker, 1928

tekst in handschrift (hand-lettered text)
handgeschreven tekst is in het boek gereproduceerd
voorbeeld: De negerjongetjes (serie Verre Landen), A.Hamaker-Willink, Utrecht, Bruna, 1943
initiaal (initial)
grote hoofdletter aan het begin van (bijv.) een hoofdstuk, al dan niet in kleur
initiaal met versiering (decorated / ornamental / illuminated initial)
de initiaal is versierd met bloemen, vruchten, kleine figuurtjes e.d.
voorbeeld: Hansje en Stansje, zondagskindertjes, Cili Chlebna, ill. Ruscha Kloosterman-Wijdeveld, Amersfoort, Van Amerongen, 1941

initiaal als onderdeel van een illustratie (illustrated initial)
de initiaal is opgenomen in een illustratie
voorbeeld : Jeroen en de Zilveren Sleutel, Daan Zonderland, ill. Piet Worm, Amsterdam, Breughel, 1942

tekstblokje in illustratie (text-panel)
tekstblokje, al dan niet omkaderd, in een illustratie geplaatst
voorbeeld: Klein-Jantje en de kinderen van Modderstad, Ottilia Adelborg / Johanna Wildvanck, Amsterdam, Van Dishoeck, 1902

DECORATIES
lijnomkadering (frame / surround)
dun "lijstje" van een of meer lijnen om tekst en / of illustratie
voorbeeld: Nog bij Moeder, tweede stukje, Jan Ligthart en H.Scheepstra, ill. C.Jetses, Groningen – Batavia, Wolters, nieuwe uitgave, 5e druk, 1941

cartouche (cartouche)
sierlijke, meestal gebogen omkadering voor korte tekst
voorbeeld: [klein onderaan elke bladzijde:] Nursery friends from France, Olive Beaupré Miller, Maud & Miska Petersham, Chicago, Book
House for Children, 1925
sierrand (border)
brede rand ingevuld met bijv. ranken, bloemen, fruit, vlechtwerk, kant, figuurtjes; om tekst en / of illustratie
sierrand met decoraties (ornamental border)
ingevuld met abstracte motieven, vlechtwerk, gestileerde plantaardige motieven, klassieke motieven e.d.
voorbeeld: [titelpagina van] Zoo mooi als zonneschijn, Ida Heijermans, ill. B. Midderigh-Bokhorst, Rotterdam, Masereeuw en Bouten, 1905

sierrand met typografische ornamenten, uit de letterkast of van de binder (typographic border)
sierrand met illustraties
(pictorial border)
ingevuld met kleine illustraties die een verband met de tekst hebben
voorbeeld: [de band van] Assepoester, L.Roggeveen, ill. Rie Cramer, sierrand van H.Borrebach, ’s-Gravenhage, Van Goor, 1937
gemarmerd
(marbled)
met een patroon zoals in marmer, meestal op band, sneden of schutbladen
voorbeeld: [schutbladen:] Bedtime & Moonshine: lullabies & nonsense, ill. Nicola Bayley, London, Walker Books, 1987
tussen-tekst versiering
(in-between text decoration)
kleine decoraties, meestal tussen tekst-delen of op de titelpagina
vignet
(vignette)
kleine decoratie of (steeds herhaalde) illustratie aan het begin of einde van een hoofdstuk of op de titelpagina
voorbeeld: De Sprookjes van Perrault, ill. Harry Clarke, Zutphen, Thieme, 1923
kapittelversiering
(head-piece OR tailpiece)
versiering aan het begin of eind van een hoofdstuk: vaak een decoratie in een horizontaal rechthoekig kader of een vignet
voorbeeld: Uit het leven van Dik Trom, Kieviet, ill. Braakensiek, Alkmaar, Kluitman, 7e druk, 1909
regel-vulstukje
(line-filling ornamentation)
versierinkje dat de tekstregel vol maakt
voorbeel d: Assepoes: het oude sprookje, Froukje van der Meer, ’s-Gravenhage – Batavia, Van Goor, 1944
uitgeverssymbool
(publisher's emblem)
een vignet, logo, korte spreuk als vast kenmerk van de uitgever
voorbeeld: [het symbool van Relpi achterop] Poppenland, F.Rend, ill. Corina, Amsterdam, Relpi, ca. 1948

ALGEMEEN
PLAATSING EN VORMEN
SOORTEN TECHNIEKEN
KLEURGEBRUIK
STIJL
signatuur
(signature)
in de illustratie of op de band is de naam van de illustrator / bandontwerper weergegeven in de vorm van versierde letters, een paraaf en/of een pictogram
voorbeeld: het uiltje als pictogram voor illustrator/schrijver Den Uyl
voorbeeld: de kraanvogel en de letters WC voor Walter Crane
ingeplakte plaat
(plate /mounted illustration)
afzonderlijk gedrukte plaat ingeplakt op een aparte bladzijde (die soms van een afwijkende papiersoort is)
voorbeeld: Sprookjes uit alle landen, Antoon Coolen, ill. Rie Reinderhoff, Den Haag, J.Philip Kruseman, 1941
ingeplakt aan één zijde (meestal maar op enkele punten)
(tipped in)
wijze van inplakken van een afzonderlijk gedrukte plaat (soms met beschermblaadje) op een apart blad
voorbeeld: Het Nachtkindje, Otto Nebelthau, ill. E.Wenz-Viëtor, Eindhoven, Pelgrim, 1943
paginagrote illustratie
(fullpage illustration)
de illustratie vult (bijna geheel) een pagina
voorbeeld: Prutske’s vertelselboek, Stijn Streuvels, ill. Gerard Baksteen. Amsterdam, Veen, 1935
illustratie over twee pagina’s
(double page illustration / double spread illustration)
illustratie neemt twee naast elkaar liggende bladzijden in beslag, zonder tekst
voorbeeld: Klaas, W.G. v.d. Hulst, ill. W.G.v.d. Hulst jr, Amsterdam, Ploegsma, 1945
illustratie over twee pagina’s, met tekst
(double page illustration with text / double spread illustration with text)
illustratie over het grootste gedeelte van twee naast elkaar liggende bladzijden, met daarbij tekst
voorbeeld: Eén emmertje water, Piet Worm, Amsterdam, Allert de Lange, 1941
naast elke tekstpagina een paginagrote illustratie
(textpages all facing fullpage illustrations / illustration pages)
voorbeeld: Kikkertje Dikkerdje, Jac.v.d. Klei, ill. D.Viel, Laren, Schoonderbeek, 1926

illustratie in de tekst geplaatst
(in-text illustration)
de illustratie staat niet op een aparte bladzijde
voorbeeld: Martijn de IJsvogel, Lida, ill. F.Rojankovsky, Bussum, Voorhoeve, 1952

omkaderde illustratie
(framed illustration)
illustratie met een lijnomkadering
voorbeeld: Het wolkewezentje en de baas van de grauwe donderwolk, Tjeerd Bottema, Bussum, Van Dishoeck, 1925
kaderdoorbrekende illustratie
(illustration extends beyond frame)
de illustratie steekt gedeeltelijk buiten de omkadering uit
voorbeeld: Spreekwoorden in plaatjes en rijmpjes, Bas van der Veer, Gouda, Van Goor, 1915
composiete afbeelding
(composite illustration)
verschillende momenten zijn in één plaat samengebracht, meestal gescheiden door ranken o.i.d.
voorbeeld: Andersen’s Sprookjes, naverteld door J.J.A.Goeverneur, Leiden, Sijthoff, 3e druk (twee delen in één band), 1899 [bv in het verhaal ‘Het Jodenmeisje’]
inzetje
(inset)
kleine ingezette illustratie in grotere afbeelding, soms alsof er op een detail is ingezoomd
voorbeeld: De spreeuw en de musch, W.Haanstra, ill. J.Hingman, Leiden, Mej. Hardenberg, 1890
medaillon
(medallion)
illustratie in cirkelvorm, al dan niet omkaderd
voorbeeld: Op de vischvangst, Henriëtte Blaauw, ill. Netty Heyligers, Alkmaar, Kluitman, 1924 [op stofomslag, band, titelpagina en schutbladen]

ovaaltje
(oval illustration)
illustratie in ovale vorm, al dan niet omkaderd
voorbeeld: Nieuwe wijsjes, Rie Cramer, Utrecht, De Haan, 1920
SOORTEN TECHNIEKEN
zwart-wit illustraties
(black and white (b/w) illustrations)
voorbeeld: Roetzwart sneeuwwit, Matthieu Wiegman, ill. Piet Worm, Amsterdam, Allert de Lange, 1952
illustraties met steunkleur
( [kleur genoemd] )
meestal met zwart als basiskleur, en dan één andere kleur
voorbeeld: Versjes uit de oude doos: Sinterklaas, kerstmis en nieuwjaar, Phiny Dick, Den Haag, Van Goor, 1941 (steunkleur oranje)

monochrome illustraties
(monochrome illustrations)
illustraties in [verschillende nuances van] één kleur
voorbeeld: Versjes en wijsjes voor jongens en meisjes, Clinge Doorenbos, ill. M.Güthschmidt, Vlaardingen, Lever’s Zeep Mij, 1930 (blauw)

illustraties in tweekleurendruk
(two-colour illustrations)
meestal in de kleuren rood en blauw, in grof raster, deels over elkaar heen gedrukt. Komt vaak voor bij fabrieksprentenboeken. (Zie ook tweekleuren litho.)
voorbeeld: Eenige nuttige uren, ca. 1920

illustraties in meerkleurendruk
(fullcolour illustrations)
illustraties met gouddruk / zilverdruk
(illustrations with gold / silver)
voorbeeld: Gouden prentjes en lieve versjes, H.J.Overbeek, Haarlem, I.de Haan, ca. 1877
illustraties in kleur tegen zwarte achtergrond
(black background)
voorbeeld: Het van ouds gerenommeerde A is een aapje, Amsterdam, J.Vlieger, 188?
handgekleurde illustraties
(hand-coloured illustrations)
de illustraties zijn met de hand ingekleurd, al dan niet met behulp van een sjabloon
voorbeeld: Kinderlijke lust en aanleg, Mainz, J.Scholz, 187?

lijntekeningen
(line-drawings)
illustraties die alleen uit lijnen bestaan (eventueel met puntjes, arceringen)
voorbeeld: Belfloor en Bonnevu: de twee goede reuzen, A.D.Hildebrand, ill. G. van Raemdonck, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2e druk, 1939
arcering
(hatching)
met fijne evenwijdige streepjes schaduw aangeven
voorbeeld: Het schaap Veronica, Annie M.G.Schmidt, ill. Wim Bijmoer, 1951 (bv. blz. 54)
pentekeningen
(pen and ink illustrations)
voorbeeld: Het ruisende woud, zevende deeltje, Jac. van der Klei en J.B.Ubink, ill. J.H.Isings, Groningen – Djakarta, Wolters, 15e druk, 1951
gewassen pentekening
(drawing with wash)
de illustratie is (een reproductie van) een pentekening met een doorschijnend laagje verdunde inkt
voorbeeld: De Kinderkaravaan, A.Rutgers van der Loeff-Basenau, ill. Rein van Looy, Amsterdam, Ploegsma, 2e druk, 1952
potloodtekeningen
(pencil drawings)
contourtekeningen
(outline drawings)
alleen de lijnen die de grens van een vorm aangeven zijn getekend
voorbeeld: Het Nijntje-kleurboek (…), Dick Bruna, Utrecht, Bruna & Zoon, 1974

contourloze illustraties
(illustrations without outline)
alleen kleurvlakken weergegeven, geen lijnen daar omheen
voorbeeld: Kom binnen in het huis van El Pintor (…), ill. El Pintor, Amsterdam, Variété, 1943

aquarel
(water colour)
de illustratie is (een reproductie van) een afbeelding in een doorschijnende verfsoort
voorbeeld: [de kleurenplaten in:] De geschiedenis van de regen, Mies Louwman’s-Gravenhage, Pentura, 1950
houtsnede (hoogdruk)
(woodcut)
de illustratie is een (reproductie van een) afdruk van een houtblok waarop het hout rondom de geïnkte gedeelten is weggestoken
voorbeeld: De kleine gids, Nienke van Hichtum e.a., ill. Chris Lebeau, Santpoort, Mees, 1924
houtgravure (hoogdruk)
(wood engraving)
de illustratie is een (reproductie van een) afdruk van een houtblok waarin lijnen zijn gegraveerd; het hout daaromheen wordt geïnkt terwijl de gegraveerde gedeelten wit blijven
voorbeeld: Het eenzame bos, A.D.Hildebrand, ill. Jos Ruting, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1943
kleurenhoutgravure
(color woodengraving)
de illustratie is (een reproductie van) een houtgravure waarbij drie of meer extra houtblokken zijn gebruikt voor verschillende kleuren
voorbeeld: Pan-pipes: a book of old songs (…), Walter Crane, engraved and printed in colours by Edmund Evans, London, George Routledge and Sons, 1853
schraapbord / schaafbord
(scraperboard)
voorbeeld: Een snoer van wonderstenen, Antia Boers, ill. Corina, Amsterdam, Republiek der letteren, 1948

gravure (diepdruk)
(engraving)
de illustratie is een (reproductie van een) afdruk van een metalen plaat waarin de gegraveerde lijnen zijn geïnkt
voorbeeld: Fraaie verhalen, aangename gedichten, F.H. van Leent, Nijmegen, Cohen, 187?
ets (diepdruk)
(etching)
de illustratie is een (reproductie van een) afdruk van een metalen plaat waarin de door zuur uitgebeten lijnen zijn geïnkt
voorbeeld: Sprookjes, H.C. Andersen, ill. Hetty Kluytmans, ‘s-Gravenhage – Batavia, Van Goor, 1948
lithografie / litho (vlakdruk)
(lithography)
de illustratie is (een reproductie van) een afdruk van een steen waarop een afbeelding is getekend
voorbeeld: Bloemensprookjes, Ernst Kreidolf / Johanna Wildvanck, Bussum, Van Dishoeck, 1903
toonlitho(grafie)
(tone litho)
de illustratie is (een reproductie van) een litho waarbij één of twee extra stenen zijn gebruikt voor een egale (lichte) achtergrondkleur. (De termen "tintlitho" en "getinte litho" worden ook wel gebruikt.)
voorbeeld: uit de leerschool des levens: nieuwe vertellingen voor de jeugd, Mevr. Van der Tuuk-Lenting, Winschoten, J.R. van Eerde, 1868
tweekleuren litho(grafie)
(two-colour litho)
de illustratie is (een reproductie van) een litho waarbij twee extra stenen gebruikt zijn voor (meestal) de kleuren blauw en oranje (Zie ook illustraties in tweekleurendruk.)
voorbeeld: De Schippersjongen, of Leiden in strijd en nood (…), P.Louwerse, Alphen, W.Cambier van Nooten, [1872]
kleurenlitho(grafie)
(colour litho's)
de illustratie is (een reproductie van) een litho waarbij drie of meer stenen gebruikt zijn voor verschillende kleuren
voorbeeld: het Hoetselmannetje van Stuttgart, N. van Hichtum, ill. Tjerk Bottema, Santpoort, Mees, 1925
chromolitho(grafie) / chromo
(chromo)
term soms gebruikt voor "commerciële" kleurenlitho's uit de negentiende eeuw en de eerste jaren van de twintigste eeuw, meestal met glanseffecten
voorbeeld: Eva’s bal, Agatha, Rotterdam, Jac.G.Robbers, [1870]
stempeltechniek (vlakdruk)
(stamping)
een stempel met een afbeelding wordt geïnkt en afgedrukt, vaak meermalen voor naïeve randen
voorbeeld: Het ABC beestenboek, Claerisse van Veen, ca. 1970
geïllustreerd met foto's
(photo illustrated)
voorbeeld: Feest, An Manche, foto’s van E.Gnilka, ill. Lou Manche, Heemstede, De Toorts, 1936
knipsels
(decoupage)
uitgeknipte vormen als illustratie gebruikt
voorbeeld: Van twee visschertjes (…), J.E., Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1913
zwartjes / silhouetten
(silhouettes)
zwarte knipsels, of contourtekeningen ingevuld met zwart
collage
(collage)
opgeplakte stukjes papier, linnen e.d. vormden de oorspronkelijke illustratie die in het boek is gereproduceerd. Een fotocollage met delen van foto's komt ook voor.
voorbeeld: Welke kleuren zijn dit?, Lionni, Alkmaar, Kluitman, 1985
illustraties met opgeplakte stukjes textiel
(illustrations with fabric paste-ons)
voorbeelden: Een prinsje of een prinsesje (bijzondere uitgave), Jehanne van Effen, Zeist, Torentrans, 1937 (alleen de eerste 75 exemplaren werden zo uitgegeven)
Lina het vermiste kind: kleedingboek, Deventer, Tjaden, 1862
illustraties met textielmotieven
(illustrations showing patterns as those printed on fabric)
voorbeeld: Uit de Bibelebomsche nap: oude versjes, ill. Gerda Beckers, Amsterdam, Parnassus,
primaire kleuren
(primary colours)
rood, geel, blauw
voorbeeld: De legende van den heiligen Nicolaas, Nellie Burgdorffer, ill. Oeke Wieringa, Amsterdam, Strengholt, 1942
secundaire kleuren
(secondary colours)
oranje, groen, violet
voorbeeld : De geschiedenis van Betsie het paard, J.Riemens-Reurslag, ill. Johanna Bottema, Amsterdam, Strengholt, 1941 (oranje en groen)
effen kleuren
(flat colours)
kleuren zonder schakeringen
voorbeeld: Makkers en rakkers, Nel Ooievaar, ill. Ekko Hart, Utrecht, De Vliegende Hollander, 1940
warme kleuren
(warm colours)
rood, geel, geelgroen, roodmengingen
voorbeeld: Kwaakmans zoekt paddestoelen, Vadertje Brombeer, Amsterdam, M & Z, 194?

koude / koele kleuren
(cool colours)
blauw, blauwgroen, violet
voorbeeld: [illustratie bij “De kleine zeemeermin” in:] Sprookjes en vertellingen: volledige uitgave, Hans Christiaan Andersen, ill. Lidia Postma, Bussum, Van Holkema & Warendorf, 1975
zachte kleuren / pasteltinten
voorbeeld: [de kleurenplaten in:] De Wonderboom: het sprookje der bevrijding, To Hölscher, ill. Hetty Kluytmans, ’s-Gravenhage – Batavia, Van Goor, 1947
heldere kleuren
(bright / vivid colours)
voorbeeld: Okki Hoessah op het station, Marco Oppers, ill. W. van Overbeek, ’s-Gravenhage – Batavia, Van Goor, 1939
illustraties met geometrische vormen
(geometric)
gebaseerd op driehoeken, cirkels etc.
voorbeeld: Een sneeuwverhaaltje, Johanna Bottema, ’s Graveland, De Driehoek, 1946
pseudo-kindertekeningen
(naive)
bewust kinderlijk gehouden illustraties
voorbeeld: Knikkertje Lik, Daan Zonderland, ill. Carvalho, Amsterdam, De Tijd, 1951
ruimtelijke illustraties
(spatial)
de illustraties geven de illusie van ruimtelijkheid, diepte
voorbeeld: Haantje de voorste bij de inhuldigingsfeesten, F.H. van Leent, ill. P. van Geldorp, Amsterdam, Gebr. Koster, 1898

illustraties in het platte vlak
(flat / twodimensional)
illustraties zonder aanduiding van diepte
voorbeeld: Boer wil jij mijn kat eens vangen?, Leonard Roggeveen, ’s-Gravenhage – Batavia, Van Goor, 1939
afbeelding in vogelperspectief
(high perspective)
het oogpunt bevindt zich boven het object
voorbeeld: [veel illustraties in:] Vijf brandweermannetjes, Marguerite Brun en E-T.Hurd, bew. Annie M.G.Schmidt, ill. Tibor Gergely, Amsterdam, Bezige Bij, 1953
afbeelding in kikkerperspectief
(low perspective)
het oogpunt is laag t.o.v. het object / schuin omhoog naar het object
voorbeeld: Ik zie ik zie, Jeanne Ashbé, Rotterdam, Lemniscaat, 1995
illustraties met Jugendstil elementen
(art nouveau, Jugendstil)
o.a. met krullen, golven, pauwenveren, trilharen, zweepslaglijn, gestileerde bloemranden
voorbeeld: De Gelaarsde Kat, S.Abramsz, ill. Jan en Matthieu Wiegman, Amsterdam, Van Looy, 1915
illustraties met elementen zoals bij de Russische avant-garde
(Russian avant garde)
o.a. met gestileerde vormen in het platte vlak, geen contouren, heldere kleuren
voorbeeld: De gouden haan, Marietje Witteveen, 194?
MEEGEBONDEN IN HET BOEK
LATERE TOEVOEGINGEN
“St. Nicolaas 1945”; “ Van Tante Anna, 2 April 1934”