Vlas

Wie kent tegenwoordig nog akkers met vlas? De enige plek waar ik ooit zo’n blauw bebloemd veld heb gezien was in Zeeuws-Vlaanderen. Vlas werd vroeger op veel meer plaatsen in Nederland verbouwd, om er lijnzaadolie en linnen van te maken.

In Wikipedia wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe het verbouwen en oogsten van vlas in zijn werk ging en gaat. Ik kom er voor mij onbekende woorden in tegen: roten, repelen, braken, kaarden en zwingelen.

Waarom dit onderwerp? Ik kwam in een map met Meijers Prenten een mooie prent tegen uit 1875 met 6 litho’s over vlas.

In de collectie Borms-Koop van de KB zit een oudere prent met 16 houtsneden over dit onderwerp, uitgegeven tussen 1820-1839. Let wel, kinderen! en bemerkt, Hoe vlas en lijnwaad wordt bewerkt.

Beide prenten vullen elkaar mooi aan, en hieruit blijkt maar weer eens hoe informatief deze oude prenten zijn!

Het onderwerp komt ook voor als sprookje van Hans Christian Andersen, en in een bijzonder informatief boekje van uitgeverij Maaskamp.

In Sprookjes in den trant van Andersen door C.E. van Koetsveld, uit 1858 wordt heel beeldend beschreven hoe zo’n veld met vlas er bij staat en hoe er geoogst wordt. Het hele verhaal staat in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, maar een klein stukje van de tekst wil ik hier graag weergeven.

“Het vlas stond in den bloei. Het had zulke lieve blaauwe bloempjes, zacht gelijk de vleugelen van eene mot, en nog veel fijner. De zon scheen op het vlas, en de regenwolken besproeiden het; en dit was er even goed voor, als het voor de kleine kinderen is, wanneer hunne moeder ze wascht en dan een’ kus op het heldere voorhoofd drukt: want zij worden dan nog veel schooner, en dat werd het vlas ook. (…)

Het vlas bloeide, tot het uitgebloeid was; en groeide hooger op, en werd zwaar en sterk. Toen kwamen er mannen en vrouwen op het land, en begonnen de geelachtige stengels met wortel en al uit den grond te trekken. Toen dacht het vlas ook wel haast, dat het nu gedaan was, en dat het geheele leven eigenlijk maar een kinderspel was geweest. Maar die het uitgetrokken hadden, wierpen het niet op den mesthoop weg of in het vuur, maar zij haalden er eerst al de zaadbollen af, tusschen ijzeren tanden door; en toen stopten zij de stengels diep onder het water, en hoopten er modder en aarde op, als of zij het geheel verdrinken wilden. En toch verdronk het niet, maar het werd alleen wat geweekt en los gemaakt. Zoo werd het uit ‘t water gehaald, en op het weiland uitgespreid. (…) Het werd weder opgeraapt, en op een rooster boven het vuur gelegd. En daarop werd het eerst gebroken en toen geslagen, dat er al de stukken van de houten stengels uit en af vielen.”

Het sprookje werd in 1942 opnieuw uitgebracht in een bijzondere vormgeving door kunstenaar Bart van der Leck, in de beeldtaal van de stroming De Stijl. De geometrische vormen van letters en illustraties zijn opgebouwd uit streepjes en vlakken in primaire kleuren en zwart. Voor bibliofielen, niet voor kinderen.

In een educatief-encyclopedisch kinderboek (Zie Lust & Leering) van uitgever Maaskamp: Museum voor de jeugd, met gekleurde afbeeldingen, naar het Hoogduitsch van J.H. Campe uit 1806 staat ook beschreven hoe een veld vlas er uitziet.

“Deeze onwaardeerbaare plant heeft, voornamelijke als zij bloeit, een zeer fraai en aangenaam voorkomen, dewijl het gehele veld dan met een schoon hoogblaauw overdekt is; waarbij nog komt, dat de kleine, smakelijke blaadjes en steeltjes,wegens derzelver zacht groene kleur, de planten eene zekere schoonheid geven, welke het oog hoogst aangenaam is.” [De term ‘onwaardeerbaar’ moet gelezen worden als ‘onschatbaar’].

De vele stadia van de bewerking worden beschreven: als het vlas rijp is wordt het geplozen (geteerd), in schoven gebonden en in de zon gezet om te drogen. De zaden worden er in een hekelachtige ruif afgehaald, en de stengels worden dagen in water gelegd, dan afgespoeld en gedroogd (gebroeid), waarna het op een warme bakoven wordt geslagen en gebroken op een vlasbraak. Daarna wordt het nog geklopt en gehekeld.

In 1908 vindt Corn. Van Nes uit Rijsoord dat studieboeken over vlasbewerking te onnauwkeurig zijn, en daarom schrijft hij een Korte toelichting over de vlasbewerking. Reclame achterin laat zien dat scholen een kistje met materiaal zoals ‘geroot stroo en gezwingeld vlas’ kunnen bestellen.

Gelukkig zijn er initiatieven om weer vlas te gaan verbouwen. Zodat we die mooie velden weer kunnen zien bloeien…

Jeannette Kok