Uitgever J. Vlieger en bakerrijmen, bibliografisch gepuzzel

De firma J. Vlieger

Uitgeverij J. Vlieger bezat in de 19e eeuw verschillende panden in het centrum van Amsterdam. Op dit moment is er nog één vestiging aan de Amstel, waar papier en verf worden verkocht. De firma geeft geen boeken meer uit en er staan geen mensen van de familie Vlieger meer in de zaak, maar de interesse in het Vlieger-erfgoed is gebleven. In een vitrine staan een aantal oude boekjes, en de digitaal beschikbare ‘Vliegertjes’ zijn door de huidige medewerkers met plezier bekeken.

In het Centraal Bestand Kinderboeken staan 511 kinderboeken en 50 centsprenten van deze uitgever, waarvan er 104 een link hebben naar een digitale versie, meestal op Het Geheugen van Nederland. Via de website van onze stichting zijn ook digitale Vlieger-uitgaven te vinden: via de Online Bibliotheek zijn onder het kopje ‘Vliegertjes’ 48 boekjes te bekijken.

Uitgeverij Vlieger heeft verschillende reeksen prentenboeken met bakerrijmen ofwel oude kinderrijmen uitgegeven. En daar begint de bibliografische puzzel.
De Brinkman biedt geen houvast: er staan helemaal geen bakerrijmen van Vlieger in vermeld.
Helaas zijn maar weinig fondscatalogi bewaard gebleven in openbare instellingen en bij particulieren: Catalogus 1875; Sint-Nicolaas-Courant 1878; brief aan verkopers met 2 pagina’s uitgaven 1884; Catalogus 1887; Catalogus ca. 1905; Catalogus ca. 1907.
Maar nu kunnen we Delpher raadplegen met digitale tijdschriften en kranten, en dat levert een heleboel extra informatie op.

De bakerrijmen
Dr. Johannes van Vloten (1818-1883) was een zeer geleerde letterkundige, waarvan de meeste werken nu zijn vergeten. Daarentegen was zijn bundel uit 1871, getiteld Nederlandsche baker- en kinderrijmen, door hem ‘verzameld en meegedeeld’, de opmaat voor bundels die tot op heden voor jonge kinderen verschijnen. Uitgevers zagen al heel kort na het verschijnen van Van Vloten’s verzamelwerk de aantrekkelijkheid van de kinderrijmen voor een groot publiek. D. Noothoven van Goor en de Gebroeders Belinfante kwamen in 1872, en A.W. Sijthoff in 1876, met aardige bundels op de markt, voorzien van gekleurde afbeeldingen.
Ook J. Vlieger zag er wel brood in, want ze hebben een aantal reeksen met bakerrijmen uitgegeven; ik heb tot nu toe zes verschillende series kunnen onderscheiden.

Reeksen bakerrijmen van uitgeverij J. Vlieger

1. Serie 1882 met 8 titels op de achterkant

Belangrijkste kenmerken: op de achterkant staan 8 titels. Het formaat is 16,1 cm hoog, de omvang is 8 bladen en onbedrukte keerzijden. Bij enkele delen staat op de voorkant de drukker vermeld: Amand Lith.

Vlieger bakerrijmen 1882  (1)Vlieger bakerrijmen 1882  (2)

 

 

 

 

 

Vlieger Alg. Handelsblad 1882 detail

De datering: deze reeks met 8 delen staat niet in de aanwezige fondscatalogi. Via Delpher is in het Algemeen Dagblad van 24-06-1882 een advertentie te vinden van Vlieger met een nieuw gemaakte reeks met 8 deeltjes, de eerste getiteld: Wel, wat zeg je van mijn kippen?, en de tweede getiteld: Jaapje sta stil!  In de advertentie staat in dialoogvorm dat die boekjes al sinds lang bekend zijn. Maar nu heeft de uitgever ‘ze heel anders laten maken’ in wel in een oplage van 160.000. De acht boekjes worden franco thuis bezorgd voor 75 cent.

Een digitale versie van een van de deeltjes is Jaapje sta stil.

2. Serie 1886 Een duurdere reeks met tien delen

Belangrijkste kenmerken: bij deze reeks zijn 10 titels op achterkant gedrukt. Het formaat is 16,5 cm hoog. De omvang is 8 bladen met onbedrukte keerzijde, met op elk blad een versje.

 Vlieger bakerrijmen 1886 b (4)Vlieger bakerrijmen 1886 b (2)

 

 

 

 

De datering: deze reeks staat in de Fondscatalogus van Vlieger van 1887 als Serie 9, 139-148. ‘Oct. boekjes in 10 soorten, bakerrijmpjes en liedjes, met net uitgevoerde plaatjes in kleuren gedrukt. À 10 cent’. Delpher ondersteunt dit met een advertentie in Het nieuws van den dag van 19-11-1886 waarin ook een serie van 10 delen wordt gemeld. Er zijn twee titels aan de eerder genoemde acht toegevoegd: Daar komt Paul Jonas aan en Och, Jantje, wil niet huilen!

Vlieger Nieuws van den dag 1886

Een digitale versie van een van de deeltjes is Och, Jantje wil niet huilen.

 

 

 

 

3. Serie 1887-a1, de Eén-cents-reeks
Belangrijkste kenmerken: de achterkant is ook bedrukt met een versje, het formaat is 14 cm hoog, de omvang is 7 pagina’s elk met een versje. Bij enkele delen staat de drukker op de voorkant: Amand Lith. De pagina’s zijn dubbelzijdig bedrukt.

Vlieger bakerrijmen 1886 a1 (2)PRB01-265538149_004, 03-08-2005, 14:08,  8C, 2170x1794 (1894+3276), 100%, MUSEONbasis, 1/120 s, R52.4, G35.9, B42.3

Titels van de reeks:
Barend Botje ging uit varen; Wip! zei de kikvorsch; Rom, bom, bom, zoo slaat de trom; Torentje, torentje, bossekruid; Hop maar Janneke; Dit is de sleutel van den Bibelebomschen berg; Ooievaar Lepelaar; Wel, wat zeg je van mijn kippen. 
Acht deeltjes uit deze reeks kwamen via een schenking van Annette Biemond Peck uit Amerika bij de KB terecht. (Signaturen KW XKE 057 [1] t/m KW XKE 057 [8]).  De boekjes waren samen ingebonden, maar zijn door de restauratieafdeling van de KB destijds van elkaar gescheiden. Dat de achterkanten met een versje bedrukt zijn is ook mooi te zien bij een gaaf exemplaar van Torentje Torentje bossekruid bij de Vliegertjes op de SGKJ-website.

De datering:
In deVlieger Nieuws van den dag 1-11-1887 Vlieger Catalogus van 1887 staat de reeks als Serie 2. 26-48. ‘Spiksplinternieuwe ééncents Prentenboekjes met in kleuren gedrukte plaatjes en omslag bestaande in 18 soorten’. Bij 8 daarvan gaat het om bakerrijmen. Een zoektocht in Delpher levert een advertentie op in Het nieuws van den dag van 1-11-1887. Daarin worden de ‘Spiksplinternieuwe Eén Cents Prentenboeken met in kleuren gedrukte plaatjes, aardigen tekst en bijzonder groot formaat’ met de 8 bovenstaande titels (tussen andere titels) aangekondigd.
Een digitale versie van een van de deeltjes is Wip! zei de kikvorsch.

 

4. Serie circa 1887 a2, gelieerd aan de Eén-cents-reeks

Belangrijkste kenmerken: 2 afbeeldingen op 1 pagina. Formaat: 14 cm. hoog. Omvang: 4 pagina’s tekst en 2 pagina’s afbeeldingen. Op de achterkant 1 omkaderde afbeelding met 2 scènes. Drukker: Amand Lith. Bevat 8 oude rijmen. De pagina’s zijn tweezijdig bedrukt.

Titels: er zijn er tot nu toe twee titels gevonden: Wip! zei de kikvorsch en Torentje torentje bossekruit.

Vlieger bakerrijmen 1886 a2 (1)Vlieger bakerrijmen 1886 a2 (2)

 

 

 

 

 

 

Datering: deze reeks is in de aanwezige fondscatalogi niet te vinden. De uitgave heeft dezelfde afbeelding op de voorkant en dezelfde titel, uitgever en drukker als die van de Eén cents reeks uit 1887 (XKE 057 [8]), maar heeft een andere inhoud, lay-out en achterkant. Delpher biedt hier geen uitkomst.

Digitale versies van beide deeltjes zijn Wip! zei de kikvorsch en Torentje torentje bossekruit.

5. Serie ca. 1897 in kleur en groen

Belangrijkste kenmerken: afwisselend pagina’s met kleurenlitho’s en met groene sierranden. Formaat: hoogte 21 cm, omvang 16 pagina’s, tweezijdig bedrukt. De achterkant van het omslag is onbedrukt. Elk deel bevat 16 oude rijmen.

Vlieger bakerrijmen 1900 (1)Vlieger bakerrijmen 1900 (2)Vlieger bakerrijmen 1900 (3)

 

 

 

 

 

 

Titels : Jaapje, sta stil; Wel, wat zeg je van mijn kippen; Schuitje varen, theetje drinken; Hop maar Janneke; Hier is de sleutel van den Bibelebonschen berg; Draai het wieltje nog eens om; Hansje Knipperdolletje; Tiereliere let let let; Daar komt Paul Jonas aan; Och Jantje wil niet huilen!

Datering: Op de voorkant van de fondscatalogus uit ca. 1907 staan afbeeldingen van vier bakerrijmenbundels, die overeenkomen met deze serie. De titels staan in de catalogus als Serie 6: ‘Hier volgen de tien bekende boekjes met de echt Hollandsche versjes, verzameld door Dr. J. v. Vloten. Ieder boekje bevat 8 gekleurde platen en ongeveer twintig versjes, welke alle kinderen zoo gemakkelijk kunnen leeren. Formaat 14 bij 21 cm. Prijs per stuk 10 cent. Prijs per serie f 0,90.’

In de fondsVlieger Nieuws van den dag 1906catalogus van ca. 1905 staat ook een Serie 6 met dezelfde titels en de toelichting ‘Van ouds bekende kniedeuntjes, van Van Vloten, met keur van platen.’ Ik ga er van uit dat het hier om dezelfde reeks gaat, en dat deze er dus al in 1905 was. Aanvulling van Theo Gielen: van het deeltje ‘Hansje Knipperdolletje’  is een exemplaar in het Westfries Museum in Hoorn aanwezig, (inv. nr. 11425) met inscriptie gedateerd ‘1898’. Die serie zou dus in ieder geval nog voor de eeuwwisseling gedateerd moeten worden.

Via Delpher is een advertentie te vinden in Het nieuws van den dag van 03-11-1906. Hier wordt gemeld: ‘tien fraaie bundels met 80 mooie gekleurde platen en honderden lieve versjes en rijmen’.

Een digitale versie van een van de deeltjes is Tiereliere let let let.

 

6. Serie 1920 met plaatjes van Jan Bleys

Belangrijkste kenmerken: de illustrator wordt voorop genoemd: ‘plaatjes van Jan Bleys’ (1868-1952). Formaat 20,9 cm hoog. Omvang: 16 pagina’s. De naam van de reeks is Oude bekenden. De achterkant van het omslag is onbedrukt. De illustraties bij de 16 oude rijmen zijn zwart-wit of met steunkleur in paars of groen. De pagina’s zijn tweezijdig bedrukt.

Vlieger bakerrijmen 1920 (4)Vlieger bakerrijmen 1920 (5)

 

 

 

 

 

Titels van de reeks die nu bekend zijn: Och Jantje wil niet huilen; Historie van het huis van Adriaan; Jaapje sta stil; Hop maar Janneke; Schuitje varen theetje drinken; Draai het wieltje nog eens rond; Wel wat zeg je van mijn kippen; Hansje Knipperdolletje. Theo Gielen heeft nog een deeltje van de ‘Oude Bekenden’ ontdekt:  ‘Kleuterboekje’.
De datering: in de aanwezige fondscatalogi wordt de reeks niet genoemd. Ook via Delpher is in kranten en tijdschriften geen enkele melding te vinden. Gelukkig heeft G.J. Vlieger in een artikel in Amstelodanum (1987) geschreven dat in 1919 de oplage van de oude serie van 10 delen bakerrijmen uitgeput raakte, en dat toen werd besloten tot ‘een nieuwe uitgave, die de titel Oude Bekenden kreeg. Steendruk was blijkbaar niet haalbaar en zo werd het boekdruk met een steunkleur en tekeningen van Jan Bleys, zoon van de architect van de Sint Nicolaaskerk.’ In 1930 was de oplage daarvan vrijwel uitverkocht.
Een digitale versie van een van de deeltjes is Hansje Knipperdolletje.

Wat ik hoop na al dit gepuzzel, is dat u in uw collectie exemplaren van nog meer Vlieger-reeksen hebt, dat u deeltjes hebt met dateringen van de eigenaren erin, of dat u mij laat weten dat het nog héél anders in elkaar zit…

Jeannette Kok

 

 

Wreedheden

Bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam zie ik toevallig een boekje liggen met de titel: Roomsch bakken en braden. Nee, geen verzuild kookboek, maar een geschriftje van H. Bakels, uitgegeven in januari 1925 door de Evangelische Maatschappij met ‘een welgemeend woord, ook voor de menschelijken onder mijne Roomsche landgenooten.’ De negen plaatjes van Jan Luyken tonen barbaarse praktijken waarbij ketters worden gemarteld en vermoord. executie

Hoe zit het met wreedheden door machthebbers in kinderboeken en centsprenten? Een achttiende-eeuws voorbeeld vond ik via Delpher in een vroeg tijdschrift: “De vriend der kinderen” (5e deel, nummers 58 tot 60, 1781).  executie Vriend der kinderen titelpagina

 

 

 

 

Het bevat een verhaal waarin een vader zijn kinderen onderhoudt over de executie van een moordenaar. Het was ‘een booswigt bij uitstekendheid’, die in de gevangenis waar hij een straf voor eerdere euveldaden uitzat, een man ‘in koelen moede’ doodstak.

executie Vriend der kinderen inhoud‘Na zyns Naasten bloed te dorsten; welk een afgryslyk Character! niet waar myne Kinders?‘ De auteur vindt dat deze misdaad niet ongestraft mag blijven, en als afschrikwekkend voorbeeld gegeven dient te worden aan ‘eene ruwe menigte, op welke zulke bloedige vertoningen veel meer indruks maken, dan de ernstigste waarschouwingen of bondigste leerredenen.’

Geschiedenis van Cartouche (Brepols 56)

De auteur vraagt zijn kinderen of ze willen gaan kijken naar de grote toeloop en de uitvoering van het vonnis. Lotje, Lysje en Karel voelen er niets voor, maar Frederik denkt dat hij het zou kunnen aanzien. Argumenten worden paginalang gewisseld: misdadigers zijn ook mensen, maar het recht dient gehandhaafd te worden. Een ondeugdelijke opvoeding, verkeerde vrienden en het ontbreken van Godsbesef kunnen oorzaken van ontsporing zijn.

Executie Borms 0170 detail

Klaas Kapoen (Brepols 18)

 

 

De vader verzoekt zijn kinderen er toch heen te gaan. De meisjes worden ervan verschoond, maar Karel en Frederik moeten dapper zijn. Ze moeten leren dergelijke vertoningen met ‘gepaste gelatenheid’ aan te zien. De vader zegt dat de openlijke strafoefeningen zijn ingesteld ‘om anderen ten spiegel en afschrik te strekken’. Zijn kinderen mogen dankbaar zijn dat ze in goede omstandigheden opgroeien.

De jongens volgen hun vaders raad op en ‘vermanden zich om deze gerechtspleging te gaan zien.’ Het verhaal besluit ermee dat deze gebeurtenis aanleiding werd ‘tot menig nuttig en leerzaam onderhoud’. Goddank wordt de lezer de beschrijving van de uitvoering van het vonnis bespaard.

De praktijk van het voltrekken van doodvonnissen werd in 19e-eeuwse centsprenten helder weergegeven. Het ging dan meestal om bekende schurken zoals Cartouche of Klaas Kapoen. Een selectie hierbij, want wat is een blog zonder plaatjes?

executie Borms 0100 detail

De koopman en de knecht (Burckhardt 1028)

executie Borms 0593 detail

Kinders wilt u vreugd vermeeren ( Glenisson en Van Genechten 73)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kinderen werden ook in sprookjes met gruwelen bestookt, maar daarover een andere keer.

Jeannette Kok

 

De musch en de koekoek

Een tijdje geleden liet een collega bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam me een dun boekje zien, dat hij voor 1 euro bij een antiquaar had gekocht. Voor dat geld kun je niet veel verwachten, maar dit boekje was in onverwacht goede staat en had een bijzonder geometrisch omslagontwerp. Het boekje is inmiddels opgenomen in de catalogus en in de collectie van de UBA. Agatha Sprookjes en verhalen (2)

In Brinkman was niets te vinden over De musch en de koekoek. Via google dook de titel bij Marktplaats op, maar dan niet als afzonderlijke uitgave, maar als verhaal in de bundel Sprookjes en Verhalen door Agatha en anderen, verschenen bij Sijthoff, zonder jaar.

Agatha. Sprookjes en verhalen

 

 

 

Volgens het CBK heeft Openbare Bibliotheek Amsterdam als enige een exemplaar van Sprookjes en Verhalen in de Museumcollectie. Het boek moet vóór 1879 zijn verschenen, want in het Nieuwsblad voor den boekhandel van dat jaar wordt het gezocht door een boekhandelaar in Zwolle, ‘in een liefst gebonden ed.’ Helaas, bij de OBA kon men het boek niet vinden. Via Marktplaats heb ik het toen gekocht, en zag dat de verhalen en de afbeeldingen in het boek van Agatha en in de losse uitgave identiek zijn. De verhalen in die bundel zijn: Een oud  sprookje, opnieuw verteld; Eene belofte en eene goede belooning; Grietje, of Roodkapje de Tweede; De musch en de koekoek; De bron in het dal. 

Agatha Bron in het dal

Agatha een oud sprookje KB ex (1)

 

 

 

 

 

 

 

De Zeeuwse Bibliotheek heeft een afzonderlijke uitgave van het verhaal De bron in het dal, met een soortgelijke omslag als De musch en de koekoek.

Het eerste verhaal uit de bundel van Agatha is een bewerking van het sprookje over Belle en het beest. Ook daar is een afzonderlijk verschenen editie van bekend: de Koninklijke Bibliotheek heeft een exemplaar waarin de afbeeldingen hetzelfde zijn als in Sprookjes en Verhalen, maar het heeft niet zo’n geometrisch omslagontwerp.

Het verhaal over De musch en de koekoek gaat over twee mussen die een nest bouwen. Het vrouwtje legt eieren en bebroedt ze terwijl ‘mijnheer haar echtgenoot’ zorgt voor haar voedsel. Dan wil de ‘pronkzuchtige’ mevrouw de Musch zich vertreden, en haar echtgenoot moet mee. De zon schijnt en de vlinders (‘ledigloopers’) pronken met hun vleugels. Als de mussen terugkeren naar het nest vinden ze daar een vreemdelinge, een koekoek, die op de eieren zit. Deze indringster, een ‘onbeschaamde klaploopster’ volgens de andere vogels, heeft haar ei in het nest gelegd en ze weet de ijdelheid van mevrouw Musch zozeer te strelen, dat deze belooft voor het ei van de koekoek te zorgen. Ze doet dat voor deze ‘vreemde van eenen zoo aanzienlijken rang’, hoewel een nicht haar waarschuwt voor de gevolgen. Enige tijd later komen vier jonge mussen en een koekoek uit het ei. De koekoek eet het meeste en werpt de jonge mussen over de rand. Moeder Musch is zeer bedroefd en verwijt zichzelf dat ze niet naar goede raad heeft geluisterd. De moraal: ‘bitter naberouw volgt op de onbedachtzaamheid.’

Agatha Sprookjes en verhalen (3)

Agatha. Sprookjes en verhalen

Via het onvolprezen Delpher kwam ik op het spoor van een veel eerder verschenen boek waarin ditzelfde verhaal is opgenomen: Kleine vertellingen door Evangeline. Onder die naam schreef letterkundige en predikant Hendrik Marinus Christiaan van Oosterzee (1806-1877) een aantal boeken voor kinderen. Kleine vertellingen is verschenen bij A.W. Sijthoff in 1857, ook ‘met gekleurde plaatjes’. Het tweede verhaal is De musch en de koekoekAgatha Sprookjes en verhalen (5)

 

 

 

 

De tekst is in beide uitgaven nagenoeg hetzelfde, op wat spellingsvariaties na. Het boekje uit 1857 bevat mooie handgekleurde afbeeldingen, maar jammer genoeg bevat het geen illustratie bij dit verhaal.

Wat valt op: een verhaal over een mus en een koekoek geschreven door ‘Evangeline’,  verschijnt in een bundel uit 1857. Datzelfde verhaal duikt vóór 1879 weer op in een bundel van ‘Agatha en anderen’,  zonder vermelding van de naam van de oorspronkelijke auteur. Ook verschijnen een aantal van de verhalen uit de bundel van Agatha als losse uitgaven, met hetzelfde zetsel en dezelfde in kleur gedrukte litho’s. Twee ervan kennen we met een geometrisch bandontwerp, en een met een ander ontwerp. Ze verschijnen allemaal bij dezelfde uitgever, die dit verhaal voor zover we nu weten in minimaal drie versies heeft uitgebracht.

De bundel van Agatha bevat nog twee verhalen: Eene belofte en eene goede belooning en Grietje, of Roodkapje de Tweede. Mijn vragen aan u: hebt u in uw collectie een van deze verhalen als losse uitgave? Hebt u boekjes met dat geometrische bandontwerp? Hebt u een idee van het jaar van uitgave? En in welke tijd maakte zo’n geometrisch bandontwerp opgang?

Jeannette Kok

Michiel de Ruyter

Het kan u nauwelijks zijn ontgaan, de nieuwe film over de vaderlandse held Michiel de Ruyter is op 26 januari 2015 in première gegaan in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Hoofdrolspeler Frank Lammers vertelde in een televisieprogramma – naar aanleiding van kritiek over het ontbreken van het onderwerp slavernij in de film – dat Michiel de Ruyter ‘een van de eersten was met een donkere man als vriend’.

Nu heb ik de film nog niet gezien, maar ik moest onmiddellijk denken aan het boek Zwart: Sambo, Tien kleine nikkertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen: het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980 door Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, onder redactie van Saskia de Bodt.   1_353379_zwart_omslag

Hoofdstuk 2 is getiteld: Jan Compagnie of hoe een Afrikaans jongetje een beetje beroemd werd in Nederland (p. 19-31). Het gaat over het zwarte vriendje van Michiel de Ruyter waar hij als kind in Vlissingen mee speelde. Volgens De Ruyter’s biograaf Gerard Brandt (1626-1685) ontmoette hij deze persoon in 1664 opnieuw voor de West-Afrikaanse kust.

Een prachtig onderwerp voor een kinderboek natuurlijk, en auteurs en verbeelders hebben hun fantasie dan ook de vrije loop gelaten. Hoe een Afrikaan er uitzag wisten ze kennelijk niet, dat is zichtbaar in de illustraties waarop de ontmoeting van De Ruyter met de inmiddels volwassen Afrikaan is uitgebeeld: hij heeft indiaanse elementen meegekregen.

1090B45_to_p_090_grav 3

G. Engelberts Gerrits. Het leven en de daden van M. A. de Ruiter, Neêrlands doorluchtigsten zeeheld, 1826

Ki_1210_pl_p_175.jpg

P. Louwerse. Vlissinger Michiel, of Neerlands glorie ter zee, 1880

Ki_4898_to_p_II_afb 3

P.J. Andriessen. Michiel Adriaansz. de Ruyter, 1876

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaderlandsliefde was een belangrijke deugd in de negentiende eeuw, daar getuigen vele 1823jeugdboeken over ‘vaderlandsche helden’ van. De zeventiende-eeuwse Michiel de Ruyter was een van de meest populaire figuren. In het Centraal Bestand Kinderboeken zijn 189 titels van jeugdboeken over Michiel de Ruyter te vinden, gedateerd van 1799 tot 2013.

Een aantal van die jeugdboeken is al digitaal toegankelijk. U vindt ze via het Centraal Bestand Kinderboeken op trefwoord Ruyter, Michiel Adriaensz. de. Ook op centsprenten werd De Ruyter vereeuwigd: Het leven van De Ruiter (Funke no. 9) is bij de Zeeuwse Bibliotheek digitaal beschikbaar en op de SGKJ website staat een fraaie in kleur gedrukte prent van I. de Haan (no. 98). In het nieuwe standaardwerk Kinderprenten Volksprenten Centsprenten Schoolprenten zijn er nog vier te vinden: Funke 98, C.J. Koster 13,Kannewet 95 en Schuitemaker 50.

De Haan 98H - De Ruiter

Het Scheepvaartmuseum doet meer: ze vertellen het ‘echte en eerlijke verhaal’ achter Nederlands grootste zeeheld via rondleidingen, stadswandelingen en lezingen.

 

Jeannette Kok

Een korte speurtocht naar een kapot oud boekje

Onlangs kreeg ik een deerlijk gehavend boekje in handen, zonder titel of andere gegevens. Dat maakt nieuwsgierig. Het boekje bestaat uit 8 eenzijdig bedrukte pagina’s, in een kaftje met daarop vogels en bloemmotieven gedrukt in blauw, bruin en zwart. Mogelijk sierpapier of behangpapier. Achterin het boekje staat driemaal een naam geschreven: G.C. van der Gaag. Helaas heeft de eigenaar er geen jaartal en/of plaats bij gezet.

oud boekje (1) omslagoud boekje (7)

 

 

 

 

De acht pagina’s bevatten bovenaan een titel, dan een omkaderde litho (12 x 8,2 cm), en daaronder vier regels rijmende tekst. De litho’s zijn ongesigneerd, en met de hand gekleurd met blauw, rood, bruin en geel. Omdat de onderkant van de pagina’s beschadigd is, is de tekst van de vierde regel niet altijd helemaal leesbaar. Bij gebrek aan verdere aanknopingspunten begon ik met het doorbladeren van Lust & Leering. En daarin vond ik twee bijna identieke afbeeldingen, waaruit bleek dat het gehavende boekje een editie is van De geschiedenis van een ryk en van een arm kind : in afbeeldingen voor de jeugd. oud boekje ex. UBA  (1) a omslag

De tekst bij de twee in Lust & Leering opgenomen afbeeldingen is identiek, maar bij Buijnsters cursief gedrukt. De lay-out van de pagina’s verschilt ook: geen boventitel en een niet-omkaderde afbeelding. De afbeeldingen in Lust & Leering zijn zo te zien handgekleurd, maar in zwart-wit afgedrukt. Duidelijk is te zien dat de illustraties kleine verschillen vertonen, het betreft een andere steendruk. Buijnsters geeft als uitgever ‘[Düsseldorf] , Arnz & Comp., [ca. 1845]’. In Tresoar in Leeuwarden is ook een exemplaar aanwezig, daar wordt Leiden als plaats van uitgave genoemd.

Bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam is een exemplaar in redelijk goede staat aanwezig. De uitgever daarvan staat op de voorkant: Turnhout, Glenisson en Van Genechten, 1842. Deze editie heeft 4 afbeeldingen meer dan het gehavende exemplaar. Het kapotte boekje blijkt onvolledig, de oorspronkelijke omslag en de eerste en de laatste twee pagina’s ontbreken; die tonen de pas geboren kinderen, en het uiteindelijke lot van het arme en het rijke kind als volwassenen.

Wat ook opvalt, is dat bij vergelijking van de afbeeldingen in beide boekjes en in Lust & Leering er nu al sprake is van drie verschillende edities.

gehavend boekje

oud boekje ex. UBA (5) sjouwwerk

exemplaar UB Amsterdam

oud boekje in LenL (2) sjouwwerk

afbeelding in Lust & Leering

 

 

 

 

 

 

 

Het moet een populair onderwerp zijn geweest: uitermate opvoedend, met een moraal die aangeeft dat godsvrucht en hard werken lonen, en verwennerij leidt tot liederlijkheid en gevangenisstraf.

gehavend boekje

exemplaar UB Amsterdam

oud boekje in LenL (4) drank

afbeelding in Lust & Leering

 

 

 

 

 

 

 

 

In de laatste afbeeldingen wordt dat nog eens heel duidelijk gemaakt.

oud boekje ex. UBA (8) bew.

exemplaar UB Amsterdam

 

 

 

 

 

 

 

Jeannette Kok

Kleurboeken voor volwassenen?

De Volkskrant van 29 oktober 2014 onthult een nieuwe trend in boekenland: kleurboeken voor volwassenen! Ze kunnen die kleurboeken gebruiken om te onthaasten. Velen zullen herinneringen hebben aan de tijd dat ze als kind helemaal op konden gaan in het kleuren, vooral als het buiten pijpenstelen goot. Inderdaad misschien iets om weer eens op te pakken, in een tijd waarin zelfs pensionado’s het druk-druk-druk hebben?

Tijd om eens naar dit vaak verwaarloosde cultuurgoed te kijken. In het Centraal Bestand Kinderboeken (CBK) staan bij het genre ‘Kleurboeken’ maar liefst 853 titels. De selectie in het CBK bevat 28 titels uit de 19e eeuw en 126 titels uit de periode 1900-1940. Daarna schommelt het aantal per decennium tussen 58 en 98 titels, met een uitschieter in de jaren vijftig van 129 titels. Dat heeft mogelijk te maken met het aanbod: mensen die in de jaren vijftig kind waren gaan kleiner wonen, ruimen hun zolders op en brengen hun boeken naar kringloopwinkels, die de Koninklijke Bibliotheek dan weer voorzien van dit materiaal. Deze aantallen zeggen weinig over wat er destijds te koop was; het laat alleen zien wat tot nu toe bewaard is in de 17 bibliotheken die in het CBK tonen wat ze in huis hebben.  De oudste Nederlandse titel in het CBK is het Nieuw tekenboekje voor de jeugd van uitgeverij Maaskamp, vier deeltjes verschenen tussen 1807 en 1809, ‘in couleur en in het zwart’ met afbeeldingen van landschappen, wilde dieren, tamme dieren en ‘vrugten en fruiten’. Uit annotaties in het CBK blijkt dat de kleurplaten van de KB-exemplaren zijn ingekleurd.  Kleurboeken voor de Ned. jeugd

Kleurboeken kunnen in twee soorten worden verdeeld: kleurboeken van bekende uitgevers en illustratoren; en anonieme uitgaven zonder naam van de illustrator en uitgever/drukker.

Kleurboeken van bekende uitgevers en illustratoren

In het CBK zijn bij de kleurboeken bijzondere uitgaven aan te treffen van gerenommeerde uitgevers zoals Evert Maaskamp, P. Kluitman en H.J.W. Becht. En vrij veel kleurboeken die door bekende illustratoren zijn gemaakt, zoals Kate Greenaway, Water Crane, Jan Rinke, Rie Cramer, Daan Hoeksema, Sijtje Aafjes, Leo Le Blanc, Piet Marée, Piet Worm, Antoinette van Dijk, Piet Broos, Ies Spreekmeester, Willy Schermelé, Rein Stuurman, Dick Bruna, Lucy Cousins, Eric    Carle, Marianne Busser, Max Velthuijs en Jet Boeke.

Kleurboeken Vier kleurpotlodenkleurboeken El Pintor

 

 

 

 

 

Ook El Pintor (zie De verbeelders) maakte er een: circa 1943 verscheen El Pintor’s kleurenboek, om te kijken om te kleuren om te lezen om te leren. Het bevat acht platen om zelf te kleuren, een kleurenschijf en informatie over mengen en drukken van kleuren.

Anonieme kleurboeken

Het CBK levert 170 kleurboeken op zonder uitgeversnaam. Soms wijst een logo op een buitenlandse uitgever, zoals J. Scholz in Mainz of naar een groothandel als Tobias Groen & Co. Bij nog meer kleurboeken ontbreekt de naam van de illustrator. Slechts een enkele keer kan die naam via een signatuur achterhaald worden. Dit type kleurboek bevat zelden een jaar van uitgave, en dat maakt het moeilijk om ze goed te dateren. Onderzoek naar stijlkenmerken en naar afbeeldingen van voorwerpen, mode en speelgoed zou daarbij enige uitkomst kunnen bieden. Kleurboeken van anonieme illustratoren en uitgevers horen bij de ‘fabrieksprentenboeken’ (zie daarover het hoofdstuk van Theo Gielen in Prentenboeken, ideologie en illustratie). Het is efemeer drukwerk, dat niet belangrijk werd gevonden en niet actief werd verzameld. Ze werden vaak verkocht in speelgoedwinkels en warenhuizen en cadeau gegeven bij bepaalde producten.  Kleurboeken Flip en Flap

In 1984 verscheen een artikel van Gunter Otto: Malbuch : ein multifunktionales Kindermedium, dessen Bedeutung nur die Hersteller erkannt haben. Tessa Rose Chester maakte in 1993 een catalogus van Painting and coulouring books die zich bevinden in de Renier Collectie in het Bethnal Green Museum in Londen. Nederlandse literatuur over het verschijnsel kleurboek heb ik niet kunnen vinden. Een mooie klus voor een student of een verzamelaar om eens onderzoek naar dit type erfgoed te doen?

 

Onderwerpen

Sommige kleurboeken zijn educatief, zoals deeltjes van Beeldschrift van W. Haanstra en Louise Hardenberg, andere puur om te amuseren. Soms slaat de uitgever nog een slaatje uit eerder gepubliceerd werk, zoals bij het kleurboek De kleine schilder (Becht), met illustraties ontleend aan De guitenstreken van Pieter en zijn hond. Sprookjes, dieren en speelgoed zijn geliefde onderwerpen. Reclame-uitgaven bedienden zich ook van het kleurboekconcept, zoals De avonturen van Flip en Flap van Douwe Egberts. Levers zeepmaatschappij kwam met De poppenwas met Sunlight Zeep, lees-, teken-, kleur-, en knipboekje. In het CBK zijn 71 titels van kleurboeken ook als reclame-uitgaven gelabeld.

Een enkel kleurboek kan worden gezien als een kleurboeken Sunlightzeeptijdsdocument: Hoera! de Canadezen komen, kleurboek uit 1945 is daar een voorbeeld van. Het anoniem verschenen boek bevat afbeeldingen van Canadese soldaten die begroet worden door kinderen bij de bevrijding van Nederland.

Kleurboeken Canadezen

Historische figuren en gebeurtenissen worden ook als kleurboek uitgebracht: Hugo de Groot : historisch kleurboek en Nova Zembla : historisch kleurboek werden door de firma Smeets in Weert gedrukt. Michiel de Ruyter: de draaiersjongen, die admiraal werd verscheen bij ‘Sparo’.

In 1949 verscheen een Rooms-katholiek boek met kleurplaten als extraatje: Nog veertien dagen: voorbereiding voor de eerste heilige communie. Anne de Vries kwam in 1959 met een Kinderkleurbijbel en in 2014 verspreidt Ark Media het geloof nog steeds in kleurboeken.

Fictieve personages worden ook in kleurboeken vereeuwigd: Gulliver en Don Quichotte kregen een kleurboek van een onbekende uitgever/drukker. Er bestaan kleurboeken met zwart-wit prentbriefkaarten, die door kinderen gekleurd kunnen worden, met aan de achterkant ruimte voor naam, adres, postzegel en eigen tekst. Een enkele keer worden wascostiften, krijtjes, kleurpoKleurboeken Jommeketloden of napjes met waterverf verwerkt in de band van het kleurboek.

Het kleurboek blijft een geliefd concept, de laatste jaren verschijnen er mandalakleurboeken, bijbelkleurboeken, kleurboeken met Nijntje, Barbapappa, Dikkie Dik en vele anderen.

 

 

kleurboeken

kleurboeken Dikkie DikKleurboeken Dieren-abc van website SGKJ
Jeannette Kok

Jan Sluijters als illustrator

Jan Sluijters Engelsche jongen op een Hollandsche school 4e druk (1)

Een Engelsche jongen op een Hollandsche school / P.J. Andriessen. 4e druk, 1903

In Museum De Fundatie in Zwolle zijn 77 politieke spotprenten te zien van Jan Sluijters (1881-1957) over de Eerste Wereldoorlog. De Volkskrant wijdt op 19 september 2014 twee pagina’s aan deze tentoonstelling, die door kunstenaar Rob Scholte is samengesteld. In de reportage vertelt schrijver Michiel Kruijt hoe verbaasd Scholte was over deze prenten van societyschilder Sluijters, bekend van ‘lieflijke kinderportretten, vrouwelijk naakt en bloemboeketten’. Het kostte Scholte zes jaar om alle prenten te verzamelen, die als bijvoegsel bij De Nieuwe Amsterdammer waren verschenen. Het was geen populair materiaal: dit maatschappelijk betrokken werk wilde men liever niet zien.

 

 

Jan Sluijters Genoveva Pressense 2e druk (2)

Genoveva / naar het Fransch van E. de Pressensé. 2e druk, 1902

Dat Sluijters naast zijn schilderwerk ook veel (kinder)boeken illustreerde komt in het artikel niet voor. Dat aspect wordt ook bij tentoonstellingen over zijn werk meestal genegeerd. Ook Wikipedia meldt zijn illustratiewerk niet.

Vandaar dit blogje waarin wat cijfers worden genoemd, en voorbeelden van het illustratiewerk van Sluijters worden getoond.

Jan Sluijters begon in 1898 met illustreren, toen hij 17 jaar was. Dat was voor een boek van Tine van Berken: Onder ons : drie verhalen. (Becht). Uit onze nationale catalogus, de Brinkman, blijkt dat Sluyters / Sluijters in de periode 1901-1910 voorkomt met maar liefst 68 vermeldingen als illustrator. In de periode 1911-1915 komt zijn naam ook 68 maal voor, in 1916-1920 loopt de vermelding van zijn naam sterk terug: 20 maal, en in 1921-1925 wordt hij 22 maal genoemd. Favoriete auteurs waarvoor hij werkte zijn Suze Andriessen, Tine van Berken en P. Louwerse. Hij illustreerde ook voor populaire schrijvers als S. Abramsz, Truida Kok, H. Gras, C. Joh. Kieviet, Karl May, Top Naeff, J.B. Schuil, J. Stamperius en Theo Thijssen.

Jan Sluijters Jongensdagen 1909 (3)

Jongensdagen / Theo Thijssen. 1909

Jan Sluijters Kieviet Ab en zijne vrienden (2)

Ab en zijne vrienden / C. Joh. Kieviet. 1903

Jan Sluijters Levende beelden Abramsz (10)

Levende beelden : schetsen uit de hoofdstad / S. Abramsz. 1909

 

 

 

 

 

 

 

Het aantal door Jan Sluijters geïllustreerde boeken kan groter zijn, want in veel gevallen wordt in Brinkman de illustrator niet vermeld. Hij werkte voor verschillende uitgevers, het meest voor H.J.W. Becht en voor de reeks De nieuwe bibliotheek voor de jeugd van uitgever L.J. Veerman.

Jan Sluijters Onze kinderversjes van vroeger en nu 5e dr (3)

Onze kinderversjes vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929.

Jan Sluijters 5e dr (1)

Onze kinderversjes van vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929

Jan Sluijters Wilde wingerd Berken (1)

Wilde wingerd / Tine van Berken. 2e druk, 1903

 

 

 

 

 

 

 

Saskia de Bodt schrijft in Prentenboeken, ideologie en illustratie 1890-1950 dat zijn stijl bij het illustreren – in tegenstelling tot zijn schilderwerk – behoudend en realistisch is, en varieert van lijntekeningen tot silhouetten. Er zijn sfeervolle, gevoelige en grappige illustraties, sommige zien er uit als linosneden, andere alsof er delen met spatwerk zijn gemaakt.  Sluijters maakte ook heel veel bandontwerpen.

Werk dat evenzeer aandacht verdient!

Jeannette Kok

Vlas

Wie kent tegenwoordig nog akkers met vlas? De enige plek waar ik ooit zo’n blauw bebloemd veld heb gezien was in Zeeuws-Vlaanderen. Vlas werd vroeger op veel meer plaatsen in Nederland verbouwd, om er lijnzaadolie en linnen van te maken.

In Wikipedia wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe het verbouwen en oogsten van vlas in zijn werk ging en gaat. Ik kom er voor mij onbekende woorden in tegen: roten, repelen, braken, kaarden en zwingelen.

Waarom dit onderwerp? Ik kwam in een map met Meijers Prenten een mooie prent tegen uit 1875 met 6 litho’s over vlas. Vlas aa Meijers prenten (15)

In de collectie Borms-Koop van de KB zit een oudere prent met 16 houtsneden over dit onderwerp, uitgegeven tussen 1820-1839. Let wel, kinderen! en bemerkt, Hoe vlas en lijnwaad wordt bewerkt.

Beide prenten vullen elkaar mooi aan, en hieruit blijkt maar weer eens hoe informatief deze oude prenten zijn!

Vlas aa Borms 0517 detail 1

 

Vlas aa Meijers 15

 

 

 

 

Vlas aa Borms 0517 detail 2Vlas aa Borms 0517 detail 3

 

 

 

 

 

 

 

Het onderwerp komt ook voor als sprookje van Hans Christian Andersen, en in een bijzonder informatief boekje van uitgeverij Maaskamp.

In Sprookjes in den trant van Andersen door C.E. van Koetsveld, uit 1858 wordt heel beeldend beschreven hoe zo’n veld met vlas er bij staat en hoe er geoogst wordt. Het hele verhaal staat in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, maar een klein stukje van de tekst wil ik hier graag weergeven. Vlas aa Koetsveld

“Het vlas stond in den bloei. Het had zulke lieve blaauwe bloempjes, zacht gelijk de vleugelen van eene mot, en nog veel fijner. De zon scheen op het vlas, en de regenwolken besproeiden het; en dit was er even goed voor, als het voor de kleine kinderen is, wanneer hunne moeder ze wascht en dan een’ kus op het heldere voorhoofd drukt: want zij worden dan nog veel schooner, en dat werd het vlas ook. (…)

Het vlas bloeide, tot het uitgebloeid was; en groeide hooger op, en werd zwaar en sterk. Toen kwamen er mannen en vrouwen op het land, en begonnen de geelachtige stengels met wortel en al uit den grond te trekken. Toen dacht het vlas ook wel haast, dat het nu gedaan was, en dat het geheele leven eigenlijk maar een kinderspel was geweest. Maar die het uitgetrokken hadden, wierpen het niet op den mesthoop weg of in het vuur, maar zij haalden er eerst al de zaadbollen af, tusschen ijzeren tanden door; en toen stopten zij de stengels diep onder het water, en hoopten er modder en aarde op, als of zij het geheel verdrinken wilden. En toch verdronk het niet, maar het werd alleen wat geweekt en los gemaakt. Zoo werd het uit ‘t water gehaald, en op het weiland uitgespreid. (…) Het werd weder opgeraapt, en op een rooster boven het vuur gelegd. En daarop werd het eerst gebroken en toen geslagen, dat er al de stukken van de houten stengels uit en af vielen.”

Het sprookje werd in 1942 opnieuw uitgebracht in een bijzondere vormgeving door kunstenaar Bart van der Leck, in de beeldtaal van de stroming De Stijl. De geometrische vormen van letters en illustraties zijn opgebouwd uit streepjes en vlakken in primaire kleuren en zwart. Voor bibliofielen, niet voor kinderen. Vlas aa Andersen Van der Leck (3)

In een educatief-encyclopedisch kinderboek (Zie Lust & Leering) van uitgever Maaskamp: Museum voor de jeugd, met gekleurde afbeeldingen, naar het Hoogduitsch van J.H. Campe uit 1806 staat ook beschreven hoe een veld vlas er uitziet.

“Deeze onwaardeerbaare plant heeft, voornamelijke als zij bloeit, een zeer fraai en aangenaam voorkomen, dewijl het gehele veld dan met een schoon hoogblaauw overdekt is; waarbij nog komt, dat de kleine, smakelijke blaadjes en steeltjes,wegens derzelver zacht groene kleur, de planten eene zekere schoonheid geven, welke het oog hoogst aangenaam is.” [De term ‘onwaardeerbaar’ moet gelezen worden als ‘onschatbaar’].Vlas aa Museum detail

De vele stadia van de bewerking worden beschreven: als het vlas rijp is wordt het geplozen (geteerd), in schoven gebonden en in de zon gezet om te drogen. De zaden worden er in een hekelachtige ruif afgehaald, en de stengels worden dagen in water gelegd, dan afgespoeld en gedroogd (gebroeid), waarna het op een warme bakoven wordt geslagen en gebroken op een vlasbraak. Daarna wordt het nog geklopt en gehekeld.

Vlas aa boekje  (4)In 1908 vindt Corn. Van Nes uit Rijsoord dat studieboeken over vlasbewerking te onnauwkeurig zijn, en daarom schrijft hij een Korte toelichting over de vlasbewerking. Reclame achterin laat zien dat scholen een kistje met materiaal zoals ‘geroot stroo en gezwingeld vlas’ kunnen bestellen.

 

Gelukkig zijn er initiatieven om weer vlas te gaan verbouwen. Zodat we die mooie velden weer kunnen zien bloeien…

Jeannette Kok

 

 

 

Duizend jaar vogels in honderden boeken

De papegay in ‘t groene wout, Draagt een kleed van geluwe-gout, Kannewet 15, tussen 1736-1780, Borms 0713

Het najaar staat bij Museum Meermanno in het teken van vogels. De expositie met bovenstaande titel (29 augustus 2014 tot 4 januari 2015) toont materiaal uit de collecties van de Koninklijke Bibliotheek en Museum Meermanno. Er zijn bijzondere vogelboeken te zien uit tien eeuwen boekgeschiedenis, vanaf een tiende-eeuws manuscript tot hedendaagse uitgaven. Alle soorten vogels komen aan bod: Nederlandse vogels, exotische varianten, bijbelse vogels en mythologische vliegende dieren. En er is ook aandacht voor kinderboeken. Een mooie aanleiding om op deze plek ook eens te kijken naar vogels!

Bij de centsprenten zijn verschillende prenten met vogels te vinden, van 96 afbeeldingen op één prent tot prenten met één vogel er op.

In het CBK vindt u 32 vogelprenten van verschillende uitgevers. De oudste (ongekleurde) prent is getiteld: Komt hier nu kinders fyn en lees dees vogels al, Gy hebt met groot en kleyn, hier hondert in ‘t getal. Deze prent, verschenen tussen 1761 en 1804 bij de Erven de Weduwe Jacobus van Egmont, bevat 96 eenvoudige houtsneden met niet al te natuurgetrouwe afbeeldingen van vogels, waarbij ook een vlinder en een vleermuis zijn ‘meegenomen’.

vogels Borms 0397 vlinder en vleermuis 2e rij 1e afb detailEr zijn meer soortgelijke prenten met 96 afbeeldingen van vogels gedrukt. Een latere versie verscheen bij de Gebroeders Thompson (no. 27) tussen 1825-1829. De sjabloonkleuring maakt de prent mooier, maar niet natuurgetrouwer.

Dat geldt ook voor een vogelprent van Glenisson en Van Genechten (no. 172) waarbij de sjabloonkleuring een beperkt kleurengamma heeft; de blauwborst toont dan ook een groene borst. vogels Borms 0649 blauwborst

Nog enkele voorbeelden: de zeearend, sinds kort weer in Nederland (in de Oostvaardersplassen) teruggekeerd, verschijnt op een prent met roofvogels en eenden van H. van der Moolen (no. 93), gepubliceerd tussen 1848-1929.

vogels Borms 0078 zeearend

In de serie Nieuwe Nederlandsche Kinderprenten (no. 102) verscheen tussen 1880-1901 een fraaie gekleurde prent met in het midden een groep eenden. vogels SMC K 0092 eenden handgekl.

 

 

 

 

Dan de kinderboeken. Hier hebben we te maken met drie typen: informatieve boeken met realistische vogels, boeken met antropomorfe vogels met menselijke eigenschappen, en diezelfde vogels maar dan ook nog voorzien van kleding.

Bij de eerste soort komen boeken voor met titels als: Nuttig tijdverdrijf voor kinderen, of Verzameling van verschillende onderwerpen, tot leering en vermaak der jeugd. (P.H. Trap, 1812). En: De kleine Linneus, of Beschrijving van vreemde vogels, Gebroeders Van Arum, 1826. In 1875 gaf uitgever vogels ppn 036658928 voorkantI. De Haan een boekje uit met Zangvogels, dit boekje is al digitaal beschikbaar.

Prentenboeken van Theo van Hoytema behoren bij de tweede categorie: een tussenvorm tussen realisme en antropomorfisme. Zijn vogels zijn prachtig en natuurgetrouw gelithografeerd, maar de tekst voorziet hen van menselijke gevoelens en gedachten. Het mooiste voorbeeld is Het leelijke jonge eendje  uit 1893 naar het sprookje van Hans Christian Andersen. Maar ook zijn Uilen-geluk en Hoe de vogels aan een koning kwamen  zijn op uw scherm te bekijken. PPN-851305091_06, 28-08-2007, 11:38,  8C, 5620x3682 (745+4830), 100%, asia-maior,  1/80 s, R75.1, G31.7, B28.6

 

Een ander voorbeeld in deze categorie is De spreeuw en de musch door W. Haanstra met illustraties van Jan Hingman uit 189X. PRB01_852531613_003, 05-08-2005, 07:37,  8C, 4520x3628 (760+2672), 100%, MUSEONbasis, 1/120 s, R44.2, G26.2, B33.2

 

 

 

 

Engelse kinderen leerden al vroeg verschillende vogelsoorten kennen via prentenboeken met het oude kinderrijm over de begrafenis van Cock Robin; een roodborstje dat dood wordt gevonden en dan plechtig wordt begraven door mus, lijster, uil, leeuwerik, vink, havik en kraai. Een Nederlandse vertaling verscheen in 1890 als De geschiedenis van het roodborstje.  Bij de begrafenisplechtigheid gaan de vogels gekleed.  vogels Cock Robin ppn 036867128

Een vroeg voorbeeld van de derde categorie:  een vogel met menselijke eigenschappen èn menselijke kleding staat in het boek Sint Nicolaas , verschenen bij J. Scholz in Mainz in 185X. Een kalkoen laat – als een van de voorbeelden van menselijke ondeugden – zien wat drift is.

PRB01_864547803_005, 17-02-2006, 14:21,  8C, 4646x3030 (531+3895), 100%, Prentenboeken, 1/120 s, R55.2, G37.4, B46.8

 

Antropomorfe dieren in kinderboeken zijn zeer geliefd. In het CBK levert de zoekvraag naar het genre ‘antropomorfistische verhalen’ meer dan 17.000 titels op.

Bij de eenden is Donald Duck het bekendste voorbeeld: een vreemde eend, gekleed in een jasje maar zonder broek.

Vanaf 28 augustus zijn reprints van een aantal vogelboeken  te bestellen via de KB Website: Uilen-geluk, Het Vogelen-Abé-boek, De Spreeuw en de musch, De geschiedenis van het roodborstje en Vogelnestje. Een set prentbriefkaarten wordt gemaakt van het boekje Zangvogels.

Jeannette Kok

Zomertijd

Vanwege de vakantietijd zijn de kranten een stuk dunner. Maar voor liefhebbers van oude kinderboeken en –prenten is er deze zomer meer dan voldoende leeswerk om van te genieten. In mei verscheen het grote Kluitmanboek, en dat werd gevolgd door een nieuw prachtnummer van het tijdschrift De Boekenwereld.

Zomertijd (2)Een niet te versmaden aflevering over populaire cultuur, met artikelen over de verzameling centsprenten van Nico Boerma, over reizen in de ruimte met een vissenkom op het hoofd, over droevige moordliederen en opofferende ouderliefde, over vijf eeuwen sterke verhalen en over pin-ups (nederbloot), en meer.

Zomertijd (1)

 

 

En dan het boek Sterke verhalen, waarin u kennis kunt maken met een ten onrechte van overspel beschuldigde Genoveva, met Faust die zijn ziel aan de duivel verkocht, met de schurk Cartouche die aan de galg eindigt, met Gulliver die een brand in Lilliput uitplast en met een gieter dooft, over Robinson en Jan de Wasscher, Roodkapje en Assepoester en nog veel meer figuren die al eeuwen een rol in onze cultuur spelen.

Gulliver plast KONB14_BORMS0169_XGulliver gieter KONB14_PRENT0126_X

 

 

 

 

 

 

Ook nieuw is een nummer van Uitgelezen Boeken, een Zomertijd (3)“onregelmatig, maar altijd weer verschijnend tijdschrift van Uitgeverij De Buitenkant Amsterdam” gewijd aan Willem Frederik Gouwe (1877-1956). Misschien zegt die naam u niet meteen iets, maar ongetwijfeld kent u hem onder zijn pseudoniem Alfred Listal. Hij schreef en illustreerde kinderboeken die bij verzamelaars zeer gewild zijn. In deze uitgave komen we over zijn kinderboeken niet veel meer te weten, maar wel over de man zelf en waar hij zich verder mee bezig hield.

Kortom: u hoeft zich deze zomer beslist niet te vervelen!

Bovendien is er een tentoonstelling te bekijken en zijn er colleges over Sterke Verhalen te volgen, zoals u al in de digitale Nieuwsbrief hebt kunnen lezen. Nog veel meer sterke verhalen vindt u op de website van Het Geheugen van Nederland in de Centsprenten uit de verzameling Borms Koop.

Jeannette Kok