Category Archives: Uncategorized

Eten in kinderboeken en op centsprenten

Op 17 en 18 november 2017 wordt door Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam een symposium georganiseerd over de geschiedenis van ons voedsel: The Amsterdam Symposium on the History of Food 2017.

Een goede aanleiding om eens te kijken naar informatie over voedsel in erfgoedcollecties kinderboeken en centsprenten.

Afbeelding uit: Kikker en vrienden van Max Velthuijs.

In Berichten 87 (september 2016) vroegen we ons af hoe het zit met Nederlands onderzoek op dit terrein. Wat at Dik Trom? En hoe zit het met de bruine bonen van Bartje? En de etentjes van de personages in de boeken van Max Velthuijs? Met 590 treffers van kinderboeken en -prenten in het CBK op trefwoord ‘eten’  is er voldoende over te zeggen! Bovendien zijn er vijf boeken en 33 artikelen over dat onderwerp te vinden via de button ‘Publicaties over kinderboeken’. Het terrein is erg breed, en in deze blog kan ik slechts kort aanstippen wat er aan beeldmateriaal te vinden is. In teksten is uiteraard nog veel meer te vinden.

In het buitenland zijn al verschillende onderzoeken gepubliceerd in het kader van ‘food studies’ over dit onderwerp:

  • Voracious children; Who eats whom in children’s literature / Carolyn Daniel, 2006
  • The family in English children’s literature / Ann Alston, 2008
  • Critical approaches to food in children’s literature / Kara K. Keeling and Scott T. Pollard, 2009
  • Feast or Famine? Food and Children’s Literature, by Bridget Carrington, 2014
  • Inszenierungen des Essens in der Kinder- und Jugendliteratur / Sonja Jäkel, 2015

Welke onderwerpen worden in buitenlandse vakboeken behandeld?

Literaire kookboeken gebaseerd op kinderboeken; de gezinsmaaltijd in kinderliteratuur; de ideologie achter scènes over zorgen, koken en eten; de stigmatisering van dikke jongens in Engelse kinderboeken; de rol van voedsel in de identiteitsvorming; het belang van familie en vriendschap uitgedrukt in beschrijvingen van maaltijden in kinderboeken; de wijze waarop voedsel veranderingen weergeeft in de Amerikaanse cultuur; voedsel in Afro-Amerikaanse kinderboeken; de ideologie van moederschap in prentenboeken getoond via koken en eten; aardappeleters in Ierse kinderboeken; koken en eten in meisjesboeken, Roald Dahl en chocolade; kinderkookboeken; voedsel en uithongering; voedsel in Robinsonades; luilekkerland; verhalen over nooit lege pappotten;  poëzie over eten; eten, cultuur en maatschappij. Kortom, het onderzoeksterrein is heel breed.

Voor Nederland zijn twee nummers van het tijdschrift Leesgoed een aanrader. In jaargang 35, 2008, no. 4 schrijven Truusje Vrooland-Löb, Vanessa Joosen, Marit Trioen, Rineke van Teeseling en Simone Arts over eten en gegeten worden in kinderboekillustraties, eten en honger in sprookjes, etenswaren in gedichten en liedjes, maaltijden en gesnoep in klassieke kinderboeken, dikke en dunne kinderen in de Nederlandse jeugdliteratuur.  In jrg. 36, 2009, no 4 artikelen van Marit Trioen, Wendy de Graaff en Lien Fret over  eten en snoepen in kinderboeken, kookboeken voor kinderen en kannibalisme in jeugdliteratuur.

Hieronder een selectie met beeldmateriaal waaruit blijkt dat op verschillende manieren naar voedsel in kinderboeken en op kinderprenten kan worden gekeken.  

Hoe werd voedsel geproduceerd? 

Hier geven centsprenten en kinderboeken over de landbouw, de veeteelt en de jacht mooie voorbeelden van. Zie, leezer! hier verscheidenheid van bouwmans nutten arrebeid. De afbeelding met de ploegende os staat in: Uit huis en hof, 1921.

Hoe werd voedsel gedistribueerd?

Prenten en kinderboeken met venters en verkopers van allerhande waren laten zien dat het aanbod zeer divers was en dat alles op straat werd verkocht. Venters hadden hun eigen ‘roep’. In een mooi geïllustreerd kinderboek: Kooplieden op straat : met 16 gekleurde plaatjes, verschenen rond 1870 is te zien hoe men de waar langs de straat verkocht. Vele centsprenten tonen de verkoop, hier een voorbeeld met Straet-roepers, gedrukt tussen 1851 en1853.

 

 

 

 

 

Deze afbeeldingen komen uit centsprenten: Deez’ prent leert u, o lieve jeugd! hoe gy uw kost kunt winnen (1828-1853) en uit Citroenen koop. Koop melk. Mandjes koop. Koop matte  (1848-1881).

Wat werd er zoal gegeten?

Dat is deels hierboven al te zien bij wat op straat werd verkocht. Een abc-boekje met de titel Smakelijk eten ( ca. 1876) toont wat geserveerd werd: onder meer eend, rolpens, snoek en zalm. Men at ook fruit zoals  pruimen, kersen en chinaas-appels.


 

 

 

 

 

 

De afbeeldingen zijn ontleend aan Kleine gedichten voor kinderen van Hieronymus van Alphen, 1783; Taalkundig prenteboekje voor leerzame kinderen, 1843; en de Chinaasappel Jood in Lees- en prentgeschenk  uit 1833.   

Allerlei gevogelte werd gegeten, zwanen en mogelijk ook kraanvogels, al betreft het hier een oud verhaal. Ook het bereiden van kleine vogels staat in kookboeken beschreven.

 

 

 

 

 

 

De afbeeldingen zijn afkomstig van de prent: Hier is al weer wat nieuws voor u kinders in deze prent, van Jan van Spanje en Trijn Salie uit 1791-1855, en uit het kinderboekje Nieuw Abé-boekje voor lieve kinderen uit 1852.

Groenten werden uitgevent: zoals ‘andijvie en groote boonen’ en vis werd verkocht vanuit Scheveningen. In het Groenboertje is te zien wat gekweekt werd.


 

 

 

 

 

 

De afbeeldingen hierboven komen uit centsprenten:  de visvrouw uit De handel, schoon in ‘t klein gedreven, schijnt toch nog eenig winst te geven, uit de periode tussen 1820 en 1839 en de groentevrouw uit Zie, lieve jeugd, deez’ prentjes staan uit 1833-1900.

Brood, gebak, boter, fruit en meer is te zien op een prent uit 1848-1881: Van velerlei gebak en ook van lekkernij, is deze prent voorzien, wat uwe keus ook zij.

Het maken van brood wordt in verschillende boeken en prenten verbeeld, van het ploegen en zaaien tot het bakken. Zie hier: De geschiedenis van het brood , 3e dr. 184X.   

Zuivelproducten als melk, boter en kaas zijn in verschillende prenten en boeken verbeeld. Zelfs in een beweegbaar boek: De boerderij, nieuw beweegbaar prentenboek , met verzen van J. Schenkman en platen van A.B.H. Braakensiek uit 1863.

Het slachten van runderen en varkens en het verwerken van het vlees wordt op diverse prenten getoond. Zie: November ‘slagters beste tijd, Mits goed gemest en vet geweid [tussen 1797-1826]


 

 

 

Koken

Dat was vrouwenwerk, behalve in prenten die een ‘verkeerde wereld’ tonen, zoals bij Jan de Wasscher.

Kookboeken

Maar liefst 382 hits in het Centraal Bestand Kinderboeken op het genre ‘kookboeken’. De oudste is Anna, de kleine keukenmeid. Erven Bohn, 1870. Een recenter kookboek is Grietje kan koken  1944. Eric Carle maakte een prentenboek (1970) waarin stap voor stap wordt verbeeld wat je nodig hebt, en waar het vandaan komt, om een pannenkoek te kunnen bakken.


 

 

 

 

 

 

Tafelmanieren

Men at zowel buiten als binnen: de boeren aten in het veld waar ze aan het werk waren; voor de hogere standen was een ontbijt buiten een romantisch samenzijn. Kinderen hoorden te staan aan de eettafel. In de boeken van Max Velthuijs wordt door de vrienden vaak tot slot gezamenlijk gegeten. In De partij van Fidel en Fidelia (door Agatha, Jacs.G. Robbers, 1870) loopt een diner van fraai geklede honden niet goed af…


 

 

 

 

Snoepen

Snoepen was meestal fout en werd bestraft, al is er ook een afbeelding waar een moeder een zak met lekkers als beloning uitstort.


 

 

 

 

De afbeeldingen komen uit: Lente, Zomer, Herfst, Winter (tussen 1787- 1822); Prentenboekje voor kinderen van uitgever Houtgraaf uit 1820; Nog een prent die de jeugd, Zoo ik hoop weer verheugd (tussen 1851-1870)

Drank

Begin twintigste eeuw was ook in de jeugdliteratuur het thema alcoholisme doorgedrongen. Al eerder toonden ook centsprenten en een kinderboek de gevolgen van dronkenschap.

 

 

 

 

 

De afbeeldingen komen uit: Deez’ prent strekk’ U tot nut vermaak (tussen 1825-1829); Verfoeijelijke dronkenschap (tussen 1828-1849); Nederlandsche spreekwoorden (1850)

De vreselijke gevolgen van onmatig drankgebruik zijn zichtbaar in: De flesch / gevolgd naar de 8 teekeningen van G. Cruikshank ; met bijschriften [naar het Engels] door W. Mets Tzn. Gebr. Koster, [1890].

Ik zou nog meer kunnen tonen, over de andere kant: honger en gebrek. Over verhalen en sprookjes waarin het verlangen naar tijden waarin er eten in overvloed is, zoals in Luilekkerland, Tafeltje dekje en Hans en Grietje, en over potten en pannen die eeuwig pap of spaghetti blijven leveren. Of over theepartijtjes, taarten en ander lekkers. Maar voor nu ben ik in elk geval ‘verzadigd en verkwikt, en aanmerkelijk verdikt’…

Jeannette Kok

 

 

 

 

Griezelen in Kinderboekenweek 2017: niets nieuws onder de zon

Het thema voor de Kinderboekenweek in 2017 is griezelen, met als motto ‘gruwelijk eng!’

In De Volkskrant van 4 juli zegt Rian Visser, auteur van de nieuwe serie Robotoorlog, dat enge verhalen er moeten zijn om kinderen te leren omgaan met angsten en emoties. Die verhalen zijn er al heel lang. Zoekend in het CBK naar oude verhalen en prenten over ‘enge dingen’ levert aan spookverhalen 356 titels van boeken op en aan griezelverhalen 1547.

Veel sprookjes zijn ook buitengewoon eng: alleen al het feit dat ouders hun kinderen in het bos achterlaten zoals in Hans en Grietje en in Klein Duimpje is behoorlijk griezelig. En hoe Roodkapje – omdat ze niet geluisterd heeft – door de wolf wordt verscheurd is keihard. Bij Perrault is dat haar einde, bij de Gebroeders Grimm is er redding.

 

Perrault

Gebroeders Grimm

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in verhalen over oorlog werden gruwelijke zaken aan kinderen getoond. Een bekend voorbeeld zijn de Fransche Tyranniën. Voor de jeugd werd beschreven hoe de Fransen in 1672 huishielden in Bodegraven en Zwammerdam, waar werd geplunderd en gemoord. In boek en prent liegen tekst en afbeeldingen er niet om.  Met eventuele tere kinderzielen hield men geen rekening.

Nieuwe spiegel der jeugd, of Franse tiranny 1742

Nieuwe spiegel der jeugd, of Franse tiranny, 1793

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeeldingen op centsprenten zijn vaak ook niet zachtzinnig. Zo zijn op verschillende prenten over Klein Duimpje de afgehakte hoofdjes te zien van de dochters van de reus. Dat ben ik in een kinderboek tot nu toe niet in beeld tegengekomen.

 

De vertelling van Klein Duimpje met den wildeman. Erve H. Rijnders, tussen 1781-1854.

Leer uit Klein Duimpjes wedervaren. Dat men door list wel slagen kan. Van Staden, tussen 1851-1870

En dan het verhaal over Blauwbaard. Het wordt een sprookje genoemd, maar eigenlijk is het een verhaal over een seriemoordenaar, met bloederige lijken in een afgesloten kamer. Volop griezelen dus. In de oude kinderboeken die momenteel digitaal beschikbaar zijn is de cruciale scène met de lijken niet te zien. Wel het moment dat de dappere vrouw de deur opent. In de verhalen is het trouwens geen dappere, maar een nieuwsgierige vrouw, die haar actie bijna met de dood moet bekopen. Op een centsprent mogen we meekijken in de geopende horror-kamer.

De geschiedenis van Blaauwbaard / [naar Charles Perrault] ; door Oom Jan. D. Mijs, 1871.

Blauwbaard. Vlieger, ca. 1870

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Prent (detail): Geschiedenis van Blauwbaard = Histoire de Barbe-bleue. Brepols, tussen 1911-1935.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is nog veel meer griezeligs in oude kinderboeken en op centsprenten te vinden. Hier enkele voorbeelden met details uit prenten.

Le pantin merveilleux = De wonderlijke draadpop. Brepols, tussen 1911-1935.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vooral de prenten van de firma Imagerie Pellerin uit Épinal liegen er niet om.

Geschiedenis van Ali-Baba en de veertig roovers. Épinal, Pellerin, ca. 1900. Prentjesdruk van Épinal ; no. 10

 

 

 

 

 

 

 

 

Zachtheid is beter dan geweld. Épinal : Imagerie Pellerin, [190-?]. Prentjesdruk van Épinal ; no. 41

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het tonen van executies gebeurt ook op prenten, zie de blog over Wreedheden.

Genoeg ellende voor nu, we wachten af wat de Kinderboekenweek dit jaar gaat brengen!

Jeannette Kok

 

Weeskinderen van het kinderboeken-erfgoed

Deze titel kwam in me op toen ik een boek in handen had uit de collectie fabrieksprentenboeken van Aernout en Leny Borms-Koop. Die collectie wordt geschonken aan de KB, maar ik mag eerst kijken wat ik aan gegevens kan vinden, want nu ik met pensioen ben heb ik de tijd om er in te duiken.

Waarom de term ‘weeskinderen’ in de titel? Ik kom nogal eens kinderboeken tegen waarover geen enkel gegeven te vinden is. Een deel daarvan is van zodanige kwaliteit dat ik het heel jammer vind dat de makers ervan niet geïdentificeerd kunnen worden. Een dergelijke uitgave wil ik hier graag aan u voorstellen.

 

 

 

 

Een van de ‘weeskinderen’

Het boek Over muizen is niet in een van de openbare collecties kinderboeken te vinden. Het is een extra lang oblong boekje (12 x 31 cm) door twee nietjes bij elkaar gehouden. Het geheel beslaat slechts 5 pagina’s met tekst en beeld, en op de binnenzijde van de voorkant en op de achterkant een tekening van muizen die een openstaande deur in- en uitgaan.

De vormgeving is speels, met illustraties in zwart, rood – en met behulp van raster – in grijs en roze. Een schatting van de datering is mogelijk omdat op de achterkant een code verwijst naar het Prijsvoorschrift speelgoederen, in gebruik van 1944 tot begin jaren ’50: ‘GRAB-6 35 cent’.

Een stempel op de voorkant doet vermoeden dat het boekje te verkrijgen was bij koffie en thee van de firma “Insulinde” N.V. in Groningen. De meeste reclame-uitgaven geven duidelijk blijk van de voortreffelijkheid van hun producten of promoten met verve hun naamsbekendheid, maar in deze uitgave is in tekst en beeld geen enkele indicatie te vinden dat het hier een echte reclame-uitgave betreft. In dit geval zou het kunnen dat een restant van de oplage – voorzien van een stempel – als zodanig is gebruikt.

Verdere gegevens ontbreken: de auteur van de tekst, de illustrator, de uitgever en de drukker zijn onbekend. Er zijn ook geen signaturen te ontdekken op de afbeeldingen.

Het verhaal

Het verhaal: de muizenfamilie Knaag, vader, moeder en vier kinderen, neemt haar intrek in een provisiekast en verkent het huis. De muizen zijn wit, maar zwart nadat ze de kolenbak hebben geïnspecteerd. Maar er zijn muizenvallen en een kat, dus ze gaan op zoek naar een ander huis.

Het hele verhaal is hier te lezen: klik op de afbeelding voor een vergroting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De illustraties

De illustraties met steunkleur rood bevatten ook vlakken in grijs en roze, die met behulp van raster en arceringen zijn gemaakt. Er wordt gewerkt met vlakken en contourlijnen. Het gebruik van perspectief en de speelse lay-out tonen vakbekwaamheid en geven blijk van plezier bij het maken van de illustraties. De ontmoeting van de muizen met een kolenkit die naast een salamanderkachel staat is een leuke vondst waarmee de contourloos getekende muizen in de eerste helft van het boek wit afsteken tegen zwarte, rode of grijze achtergronden en in de tweede helft zwart. Kachel, kolenkit, waterketel en keulse pot lijken met schraaptechniek te zijn gemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De manier waarop de kat is uitgebeeld deed me denken aan de kat in het prentenboek Karel en Mienet met tekst van Marietje Witteveen en prentjes van Eddy Dukkers.

kat uit 'Over muizen'

kat uit ‘Over muizen’

kat uit Karel en Mienet

 

 

 

 

 

 

 

Op een van de afbeeldingen is de kleur paars te zien. Rose en grijs samen gedrukt? Het laat in elk geval zien dat het hier geen snel in elkaar gedraaid goedkoop flodderwerkje betreft, maar dat er met liefde en aandacht aan gewerkt is. In een tijd waarin schuurmiddel Vim nog in elk huishouden aanwezig was…

Wat ik natuurlijk hoop, is dat u weet wie deze bijzondere illustraties heeft gemaakt.

Jeannette Kok

Groenboertje en Warmoezier

Bij de Koninklijke Bibliotheek kwam ik enige tijd geleden een prentenboek tegen over een groentenkweker.  Het sprak me aan door de duidelijke tekeningen van de werkzaamheden van de tuinman, van het inzaaien tot de verkoop van de groenten.

Achter op het boek, getiteld Het groenboertje, staat een lijst met 34 titels. Eronder staat: ‘Deze prentenboekjes in 34 differente soorten, met gekleurde omslagen  zijn elk voorzien met 12 tot 25 plaatjes, terwijl elk plaatje door een lief versje in den regten kindertoon,  is opgehelderd. ‘  Het groenboertje is nummer 26 van de reeks.

 

Die lijst met prentenboeken in ‘differente soorten’ wekte mijn nieuwsgierigheid. Hoeveel van deze 34 boekjes van uitgever G.B. van Goor zouden nog ergens bewaard zijn gebleven?  Waar gaan ze over en hoe zien ze er uit? Wanneer verschenen ze?

In onze nationale bibliografie ‘de Brinkman’ zijn ze opgenomen als: ‘Prentenboekjes, No. 1-20 elk met 12 tot 25 plaatjes (…)’ in 1846. In 1848 verschenen de deeltjes no. 21 tot en met 31 (bron: P.A.F. van Veen: Drie generaties Van Goor). Deel 32 – 34 ontbreken in beide bronnen.

Tot nu toe zijn zeventien van de vierendertig boekjes in openbare collecties gevonden.  Twaalf ervan zijn aanwezig bij de KB; de Zeeuwse Bibliotheek, Bibliotheek Rotterdam  en UB Leiden hebben er elk één, UB Amsterdam heeft er twee.  De helft is niet gevonden via het CBK en Picarta.

Een eerder uitgegeven deeltje is het ABE Boekje voor lieve kinderen met plaatjes en rijmpjes , nummer 19, aanwezig bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

Op de achterzijde daarvan zijn de titels van prentenboekjes  ‘in 20 differente soorten’ afgedrukt. De prijs: 3 of 5 centen staat er bij.  Alleen deel 3: Prenten A.B.C. voor kinderen is duurder.

Kort geleden kwam ik in de collectie Boerma bij de UB Amsterdam een prent tegen met de titel:  Dus werkt de Warmoezier, wiens vlyt op Vruchten hoopt, tot hy ‘t volgroeid Gewas ter Markt om winst verkoopt.

De prent is bij twee uitgevers in identieke vorm verschenen:  by de Erfgen. van de Wed. C. Stichter (no. 94) tussen 1797 en 1813 (2 ex. bij Bijzondere Collecties UB Amsterdam)en bij J. Noman (no. 116) tussen 1806 en 1830 (zie het ex. bij het Rijksmuseum).

De afbeeldingen kwamen me bekend voor, en uit vergelijking met Het groenboertje blijkt dat de houtblokken van de prent zijn gebruikt voor het prentenboek. Er zijn verschillen: een van de afbeeldingen op de prent ontbreekt in het prentenboek, en de luchten op de blokjes zijn in het prentenboek weggesneden. De teksten zijn helemaal anders: in het prentenboek zijn ze veel meer opvoedend. Dat is een algemeen bekend gegeven: prenten zijn over het algemeen niet moralistisch, kinderboeken wel.

 

 

 

 

 

 

Op de prent ziet men een glaasje als verkwikking, in het prentenboek wordt de jenever verfoeid.

Wat ik ook heel aardig vind in Het groenboertje is een afbeelding waarop te zien is hoe een schuit met vracht via een ‘overhaal’, ook wel ‘overtoom’ genoemd,  de stad  kan bereiken.

Die ‘overtoom’ kennen we van het oude kinderversje : ‘Schuitje varen, theetje drinken,
varen we naar de overtoom.’  Bij de Amsterdamse Overtoom waren pleziertuinen waar men in de achttiende eeuw op zondag graag heen ging.

Op de prent de tekst uit de tijd toen men nog wist hoe het werkte, en met meer uitleg in het prentenboek.

 

 

 

 

 

 

 

Margreet van Wijk-Sluyterman doet onderzoek naar uitgeverij Van Goor. Ze wil graag weten of er nog meer prentenboeken uit deze reeks bewaard zijn gebleven in particuliere collecties, en of er nog meer centsprenten zijn die de basis van de prentenboeken vormen. Uw informatie is welkom! Voor een lijst van de prentenboeken met eventuele vindplaatsen kunt u contact opnemen met jeannettekok@upcmail.nl

Jeannette Kok

Sprookjesboeken met een bijzondere omslagillustratie

In de collectie van Aernout en Leny Borms-Koop zag ik een sprookjesboek met een bijzonder mooie omslagillustratie. Het is een bewerking van De gelaarsde kat. In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek prijkt diezelfde afbeelding op Oberon’s tooverhoorn en op De schoone slaapster. Frits Booy bleek ook een dergelijke uitgave te hebben met de titel De tooverfluit.

De omslagillustratie

De zeer gedetailleerde illustratie geeft blijk van bijzonder vakmanschap van de kunstenaar en van de lithograaf. De afbeelding toont een vrouw met lange blonde haren en bruine ogen in een lichtblauwe jurk, waarin haar welgevormde boezem en smalle taille goed zichtbaar zijn. De jurk heeft rode mouwen en een rode zoom. Ze draagt daaroverheen een witte mantel met gele biezen, heeft een kroon met een stervormig versiersel (een rode edelsteen?) met een stralenkrans eromheen op haar hoofd en een witte lelie in haar hand. Haar andere hand is opgeheven en wijst naar boven. Naar de hemel? Die rode edelsteen komt ook twee maal voor als sluiting op haar mantel. Ze draagt oorbellen in de vorm van klavertjes drie.

De dame die aan een godin (de Noorse Freya?) of fee doet denken, zit op een soort troon onder een rijk versierde triomfboog met links en rechts twee zuilen. Om de zuilen kronkelen zich rozen en akkerwinde. Boven haar houden twee dwergen – naast de triomfboog waarin de titel staat – trossen met bloemen en fruit vast. Bovenaan in het midden staat een gekroonde zwaan met daarnaast zeven zwarte raven. Op de achtergrond is een kasteel op een heuvel zichtbaar. Onderaan staan in ronde gele lijsten de hoofden van twee sprookjesfiguren: de gelaarsde kat en Roodkapje. Het geheel is zwart omlijst. Misschien is de vrouw een allegorische figuur die staat voor zuiverheid? verbeelding? schoonheid? liefde?

Hilda van den Helm reageerde desgevraagd met een duiding van elementen uit de fraaie illustratie. “De dame zou de hoofdpersoon kunnen zijn van een doorelkaarhutseling van “Die sieben Raben”, “De zes zwanen” en “De wilde zwanen”. Die verhalen worden wel vaker tot één geheel verwerkt. Die raven en de zwaan (haar betoverde broers) zitten boven haar. En het hout van haar brandstapel botte uit in rozen. De roos die de koning aan haar gaf was “als een ster” en die zie ik op haar kroon. De lelie is uiteraard haar reinheid.”

De vier sprookjesboeken

 

 

 

 

 

Er zijn kleine verschillen in de afbeeldingen op de vier tot nu toe gevonden boeken met de mooie omslagafbeelding. Bij De tooverfluit en Oberon’s tooverhoorn is de naam van uitgever A.W. Sijthoff op de omslag afgedrukt, bij De gelaarsde kat en De schoone slaapster is dat niet het geval.

Auteur en illustrator

Van vier delen, De tooverfluit, Oberon’s tooverhoorn, De gelaarsde kat en De schoone slaapster, weten we zeker dat ze zijn verschenen. Volgens Delpher en Brinkman is er nog een soortgelijke uitgave: Rubezahl. In het Nieuwsblad voor den boekhandel van 5 december 1882 zijn onderstaande titels opgenomen in de rubriek ‘Nieuwe uitgaven in Nederland’.

Hier is J.J.A. Goeverneur aangegeven als vertaler van de sprookjes. Brinkman heeft dezelfde drie titels opgenomen, ook onder Goeverneur (J.J.A.): De tooverfluit, Oberon’s tooverhoorn en Rubezahl. Ze zijn in 1882 bij A.W. Sijthoff verschenen, in kwarto formaat en met 6 platen, voor f  0,60. In de vier gevonden boeken wordt Goeverneur’s naam echter nergens vermeld. De gelaarsde kat en De schoone slaapster ontbreken in beide bronnen en Rubezahl is niet in een openbare collectie te vinden.

De omslagillustratie verwijst behalve naar De gelaarsde kat ook naar het sprookje van De zeven raven en naar Roodkapje. Mogelijk zijn ook die twee sprookjes op dezelfde wijze gepubliceerd, maar daar zijn tot nu toe geen gegevens over gevonden.

Zoals al vermeld is Goeverneur in geen van de vier boeken als vertaler genoemd. Vermelding van de naam van de illustrator verschilt per boek. Bij Oberon’s tooverhoorn en De Tooverfluit zijn de illustraties gesigneerd met C. Offterdinger.

De gelaarsde kat bevat geen informatie over de illustrator: diens naam wordt niet vermeld en de platen zijn niet gesigneerd. Zoeken naar een Duitse uitgave levert dezelfde illustraties op met platen van Carl Offterdinger. Daar zijn ze gesigneerd met C.O. In de Nederlandse uitgave is dat signatuur niet aangetroffen. Er zijn kleine verschillen te zien, maar het is duidelijk dat het werk van Offterdinger de basis is voor de opnieuw op steen gezette kleurenlitho’s.

Der gestiefelte Kater

De gelaarsde kat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In De schoone slaapster in het bosch met als ondertitel ‘een sprookje voor zoete kinderen’, wordt op de titelpagina aangegeven dat er 6 gekleurde platen in zitten ‘naar oorspronkelijke teekeningen van C. Offterdinger’. De platen zijn niet gesigneerd. In tegenspraak daarmee is een identieke illustratie van Dornröschen in het prachtboek Märchenbilder – Bildermärchen van Regina Freyberger (2009), die daarin wordt toegeschreven aan Heinrich Leutemann. Offterdinger en Leutemann illustreerden samen een verzameling sprookjes: Mein erstes Märchenbuch : eine sammlung echter Kindermärchen für die ganz Kleinen, ca. 1880 verschenen bij Effenberger in Stuttgart. Het is heel goed mogelijk dat de vier sprookjesboeken bewerkingen zijn uit die bundel. (Met dank aan Hilda van den Helm).

Dornröschen

De schoone slaapster

 

 

 

 

 

Carl Offterdinger (1829-1889) heeft heel wat sprookjes geïllustreerd, maar welke daarvan ook in Nederland zijn uitgebracht is onzeker. Of hij ook de maker van de ongesigneerde omslagillustratie is, is niet duidelijk. De Roodkapje op de omslag en de Rotkäppchen in zijn boek lijken wel erg op elkaar, maar er zijn ook verschillen. De gelaarsde kat heeft een rode hoed met witte veer op beide platen. Maar of ze door dezelfde kunstenaar zijn vervaardigd?

 

 

 

dwergen van Eugen Klimsch

De maker van de omslagillustratie kan Offterdinger zelf zijn, of iemand die goed heeft gekeken naar zijn Rotkäppchen en Der gestiefelte Kater. Hilda van den Helm dacht aan Eugen Klimsch voor de omslagillustratie, vanwege de overeenkomst in de afbeelding van dwergen (vooral vanwege de gespierde beentjes).

 

Misschien hebt u ook dergelijke uitgaven in uw collectie? Misschien weet u meer over de maker van de omslagillustratie of over de vrouw die daarop is afgebeeld? Al uw informatie is welkom!

Jeannette Kok, met dank aan Hilda van den Helm en Frits Booy

 

 

De ruimtezoekertjes, een stukje Nederlandse boekgeschiedenis in een prentenboek

Bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam bevindt zich een collectie kinderboeken, verzameld door Atie Siegenbeek van Heukelom  (1913-2002). Zij was illustrator, tekenaar en auteur, en in de kinderboekenwereld vooral bekend van haar prentenboeken Brieven aan Bernard en Arabella de hemelkat. Meer informatie over haar vindt u hier.

In een sinterklaasgedicht dat in een van de boeken uit de schenking zat staat: ‘Maar Atie is geen gewone vrouw, / Dat hoeft geen nader betoog, / Atie beziet het kinderboek, / met een kunstenaarsoog’, en dat is heel goed te zien aan deze bijzondere internationale verzameling prentenboeken, waarin vele hoogtepunten van vernieuwend illustratiewerk aanwezig zijn.

In deze schenking bevindt zich ook een bijzonder prentenboekje getiteld De ruimtezoekertjes.

Wat het eerst opvalt in de vormgeving is de gelijkenis met de reeks Gouden Boekjes. Het betreft dan ook ‘een aluminium boekje’ zoals de voorkant en het titelblad vermelden. De bladen zijn net als bij de Gouden Boekjes aan elkaar geniet, samengeknepen in een aluminiumkleurige  rug en voorzien van een kartonnen voor- en achterkant.

Dit ‘aluminium boekje’ is uitgegeven door ‘augustin + schoonman’ ofwel ‘a + s’, een bedrijf dat in 1959 in Amsterdam begon. In 1951 hadden Sven Augustin en Ruud Schoonman al samen drukkerij ‘Poortpers’ opgezet. Het offset-drukprocédé dat ‘a + s’ gebruikte werkt met fotografisch bewerkte aluminium platen.

Volgens Willem de Ridder (verhalenverteller en spiegeloog) in een artikel in Ons Amsterdam (no. 2, febr. 2001) was deze drukkerij ‘een proeftuin voor ingrijpende vernieuwingen op typografisch en journalistiek gebied’, en de bakermat van Hitweek (1965-1969), Aloha (1969-1974) en de Uitkrant.

In een ‘a+s krant’ uit 1966 (aanwezig bij de Bibliotheek van het Boekenvak bij Bijzondere Collecties) staat in een rubriek waarin het bedrijf zichzelf voorstelt: “Men zegt dat wij de grootste, modernste en vooruitstrevendste kleinoffsetdrukker van Nederland zijn en volgens de kenners van de Eurographic Press zelfs van Europa.” Dat ‘a + s’ heel goed in kleur kon drukken bewijst het prentenboekje De ruimtezoekertjes, gemaakt ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan.

De datering van het aluminiumboekje is wat problematisch door tegenstrijdigheid in de bronnen. Geke Linker, partner van Ruud Schoonman en auteur van het prentenboek, schrijft in haar herinneringen* dat ze vanwege het vijfjarig bestaan van de ‘Poortpers’ in 1956 De ruimtezoekertjes schreef: “een kinderverhaal op rijm dat de geschiedenis van de Poortpers vertelde; destijds waren de zgn. gouden boekjes erg populair,  De ruimtezoekertjes was een aluminiumboekje uiteraard; rijk geïllustreerd in kleur door Jack Cohn.” (Kohn in het prentenboekboek JK) In tegenspraak daarmee is de a+s krant uit februari 1966, waarin twee adressen van het bedrijf, in Amsterdam en in Zwanenburg staan. Volgens deze bron telt het bedrijf op dat moment krap 100 medewerkers en is 7 lentes oud. De verkoopafdeling zit in Amsterdam en sedert 3 jaar is de fabriek in Zwanenburg gevestigd. Een datering van het prentenboek in 1964 (1966 -7 + 5) lijkt het meest waarschijnlijk, omdat de fabriek in Zwanenburg in het prentenboek wordt beschreven en uitgebeeld.

Op de titelpagina  van De ruimtezoekertjes staat een afbeelding – binnen een cirkel van bloemen – van een stoel, volgeladen met pakjes. Dat plaatje heeft een dubbele betekenis: het wijst op de verjaardag van de hoofdpersoon in het verhaal, en op de functie van het prentenboek als relatiegeschenk bij het 5-jarig bestaan van ‘a+s’. De geringe verspreiding in openbaar bezit wijst daar ook op: het is slechts in twee bibliotheken aanwezig: bij UB Amsterdam en bij Bibliotheek Rotterdam.

Het  verhaal op rijm gaat over Aart, die op zijn verjaardag een doos met drukletters krijgt. Stapels drukwerk maakt ‘het kleine drukkertje’, samen met zijn vriendje Siep (a + s). Ze gaan op zoek naar een plaats waar ze kunnen drukken en in een oude steeg in Amsterdam (De Poortpers zat in de Torensteeg) vinden ze een ruimte boven een damesetalage. Als dat pand in zijn voegen kraakt gaan ze opnieuw op zoek, naar de Boerenstraat (de Alex. Boersstraat waar a+s gevestigd was), waar een ‘zwijnenstal’ vrij is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze knappen de ruimte op en er komt zelfs een dure klant naar het pand: de Koning gevolgd door de hele adelstand.  Ze worden zelfs ‘prinsen-drukkers’ genoemd. Tot het ook daar weer te vol wordt. De chaos wordt in de ‘notulen’ fraai verwoord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze zweven in een lelijke eend over het Amsterdamse Bos en strijken neer in de ‘Polder der gekleurde zwanen’ (de fabriek stond in Zwanenburg), waar Make Laar, de grote tovenaar, hen zal leren hoe te expanderen in een ‘Elastiek Fabriek’. Volgens de a+s krant van 1966 is de fabriek op dat moment al drie maal uitgebreid: van 500 naar 1500 naar 3000 m2.

 

 

 

 

 

 

 

 

Geheel in de stijl van de Gouden boekjes bevat dit ‘aluminium’ boekje kleurige illustraties in een speelse lay-out, met afbeeldingen waarin de twee jongens op zoek gaan naar ruimte, sjouwend met drukpersen, papier en camera’s. Amsterdam met het Rijksmuseum en de grachtenpanden wordt in kleurrijke illustraties verbeeld.

Aart (Sven Augustin) en Siep (Ruud Schoonman) zoals ik aanneem, zijn zelf ook afgebeeld in het boek.

 

 

 

 

 

 

Over illustrator Jack Kohn is helaas weinig te vinden. Zijn naam komt niet voor in de naslagwerken (Scheen en Jacobs). Hij illustreerde in 1964 nog drie boeken voor kinderen over Mannetje Monkie bij uitgeverij van Goor.  Desgevraagd vertelde Geke Linker, auteur van de tekst,  dat Jack Kohn/Cohn een Engelsman was, en dat ze nooit meer iets van hem heeft gehoord. Geke Linker was de partner van Ruud Schoonman. Ze heeft een boek geschreven met herinneringen aan haar leven: Zo kan het ook, herinneringen van een leergierig mens (1998). Ze zat in de oorlog in kamp Ravensbrück, waar ze mogelijk Atie Siegenbeek van Heukelom heeft ontmoet.

Achterin het boek wordt verantwoord hoe het boek gemaakt is:  ‘gedrukt naar eigen handlitho’s , op 200 g/m2 houtvrij offset, rotaprint r30, , ozasolplaten, schmidt inkt, gebonden door meeuwis’.

*Geke Linker. Zo kan het ook. Herinneringen van een leergierig mens, Servo, 1998

 

Jeannette Kok

De Held van Haarlem en Hans Brinker, een ‘onuitroeibare misvatting’

 

In het buitenland is de faam van Hans Brinker als de jongen die een overstroming in Holland wist te voorkomen heel groot, maar in Nederland heeft lang niet iedereen van deze Hollandse held gehoord. Ondanks dat heeft hij hier drie standbeelden; in Harlingen, Spaarnwoude en Madurodam. Het boek van de Amerikaanse schrijfster Mary Mapes Dodge: Hans Brinker or The silver skates uit 1865 heeft Nederland internationaal op de kaart gezet. Niet dat het beeld dat zij gaf helemaal klopte, want ze was toen ze het schreef zelf nog nooit in Holland geweest.

portrait_of_mary_mapes_dodge De kwalificatie in de titel van deze blog is ontleend aan Ewoud Sanders, die in het Nawoord  bij de uitgave van een vertaling bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in 2005 schrijft: ‘Dit boek staat aan de wieg van een onuitroeibare misvatting. De misvatting dat Hans Brinker een jongetje was dat een overstroming voorkwam door zijn vinger in een gaatje in de dijk te stoppen.’ Hans Brinker is weliswaar de hoofdpersoon in het boek van Dodge, maar hij is níet de jongen met de vinger in de dijk. In hoofdstuk 18 van het boek van Dodge  wordt een legende verteld over de held van Haarlem, een anonieme achtjarige sluiswachterszoon die alarm slaat bij een dreigende dijkbreuk. Dat verhaal is de lezers bijgebleven, en de naam Hans Brinker is er sindsdien aan verbonden.

edelm-brinker_1

Het verhaal van de Held van Haarlem is ook als prentenboek verschenen, los van het boek van Mary Mapes Dodge. Het is bijzonder om te zien hoe verschillend illustratoren omgaan met de cruciale scène uit het verhaal. Enkele van deze prentenboeken kennen we omdat ze in de Koninklijke Bibliotheek in de Edelman-collectie aanwezig zijn. In 2004 schonk de in Amerika wonende Hendrik Edelman zijn verzameling Amerikaanse (kinder)boeken over Nederland aan de Koninklijke Bibliotheek. Daar zaten ook een aantal prentenboeken bij over onze anonieme held.

We stellen de illustratoren van deze prentenboeken hier aan u voor, de  prentbriefkaartenmaker, de Canadese schilderes, de landschapsschilder, de prentenboekmaker, de in Nederland geboren Française, de  grafisch ontwerper en de Amstelveense illustrator. Stijlen en smaken kunnen enorm verschillen, dat is duidelijk te zien in het werk van deze ‘verbeelders’.*

Dat de Held van Haarlem net als Hans Brinker in het buitenland populairder is dan in Nederland blijkt wel uit onze vondsten in de KB-collectie: vier Engelstalige prentenboeken uit Amerika, een uit Frankrijk en twee zeer recente uit Nederland. De held heet in deze boeken Karl, Peter (2 x) Jan en Hans (3 x).

Little Karl : a story for children / by Uncle Milton ; ill. by Bernhardt Wall. – New York : Cupples & Leon, 1908.

Kavan-internetrl voorkomt een overstroming door een nacht lang zijn hand in een gat in de dijk te houden. Het is een prentenboek met acht afbeeldingen van figuren in klederdracht tegen een zwarte achtergrond. De illustrator (1872-1956) was vooral bekend van minstens 5000 prentbriefkaarten, dat is ook te zien in de afbeeldingen voor dit boekje. Helaas heeft hij geen afbeelding gemaakt van de belangrijkste scène, maar de tekst geeft een goed beeld van de ontberingen die de kleine Karl moest doorstaan.

 

 

edelm_a_118_p_009_010edelm_a_118_p_007_008

 

The boy at the dike / illustrated by Marguerite Scott. – Racine, WI : Whitman, 1961.  Een boerenzoon, Peter, voorkomt een overstroming door een halve nacht lang zijn hand in een gat in de dijk te houden. De Canadese Marguerite Scott (ook Marguerite Scott- O’Donnell, 1908-1911) was beroemd als schilderes, over haar illustratiewerk is helaas heel weinig bekend. Op de illustratie is zichtbaar dat ze niet wist hoe een Hollandse dijk er uit ziet. De arme Peter zit tot aan zijn oksel in een stenen muur om het water tegen te houden.

internet

edelm_a_134_p_021_022

 

 

The boy who held back the sea / paintings by Thomas Locker ; retelling by Lenny Hort. – New York : Dial Books,1987.

edelman_a_105_storm_clouds_afb-copy-20-procentEen grootmoeder vertelt aan haar kleinzoon over Jan, een jongen die een overstroming voorkomt door een nacht lang zijn vinger in een gat in de dijk te houden. Dit prentenboek bevat (olieverf)illustraties in de stijl van Rembrandt en Vermeer. Thomas Locker (1937-) schreef en illustreerde meerdere kinderboeken. The boy who held back the sea was populair, want het werd in 1987 behalve bij Dial Books en als Puffin Pied Piper in New York tegelijkertijd ook uitgegeven bij Cape in Londen. In 1991 volgde een herdruk bij Dial Books. Dat Thomas Locker zijn carrière begon als landschapsschilder zal u bij het zien van deze illustratie niet verbazen. Het is wel even zoeken naar held Jan in dit wijdse panorama.

 

The hole in the dike / retold by Norma Green ; pictures by Eric Carle. – New York : Scholastic, 1993.

Peter voorkomtedelm_a_001_gat_in_dijk_opening een overstroming door een nacht lang zijn vinger in een gat in de dijk te houden. Eric Carle (1929-) is wereldwijd bij miljoenen kinderen bekend door zijn prentenboeken, waarvan de titel van de vertaling van The very hungry caterpillar als Rupsje Nooitgenoeg zelfs spreekwoordelijk is geworden. Hij werkt met een collagetechniek met allerlei stukjes gekleurd papier, en bereikt daar zeer kleurige en expressieve resultaten mee.  Vreemd dat dit prentenboek nooit in het Nederlands is vertaald.

 

Een aantal later bij de KB verworven prentenboeken gebruiken het ‘bekende merk’ Hans Brinker in de titel:

Hans Brinker : le petit héros de Haerlem / raconté et illustré par Albertine Deletaille. – [Paris] : Flammarion, 1978.

Een bijzonder geïllustreerde uitgave van het verhaal over de Held van Haarlem. Albertine Deletaille (1902-2008) was een in Nederland geboren Francaise, die succes had met prentenboeken in de reeks van Père Castor. In haar illustraties, voorzien van sierranden, zie je een trekschuit, koeien in de wei, molens, dijken en  prachtige wolkenluchten.  Hier is het hele boek te bekijken.

dscf8383

 

 

 

 

 

 

Hans Brinker : een oer-Hollands avontuur / ill. Nicolas Trottier ; tekst Martijn de Rooi. – Alphen aan den Rijn : Dutch Publishers, 2009.         hansbr-nl_14-15

In deze versie droomt een ‘echte Hollandse jongen’, dat hij een lek in een dijk ontdekt en voorkomt dat het dorp overstroomt. Het boek bevat stripachtige tekeningen in felle kleuren. De uitgeversreclame geeft aan: ‘Van Japan tot Zuid-Afrika weten miljoenen mensen hoe de jonge Hans zijn dorp behoedde voor een overstroming. Zijn heldendaad staat model voor de strijd van de Nederlanders tegen hun eeuwige vijand: het water’. Van Nicolas Trottier, grafisch ontwerper en illustrator, zijn nog geen andere kinderboeken bekend. Meer illustraties uit het boek staan hier.

 

Het verhaal van Hans Brinker / Alex de Wolf ; tekst: Mariska Hammerstein. – Amsterdam : Ploegsma, 2014.

Als Hans koekjes naar zijn opa brengt aan de andere kant van de dijk, ontdekt hij een gat in de dijk. Alex de Wolf (1958-) groeide op in Amstelveen. In een nawoord in het prentenboek legt hij uit dat de na14030617_p_023_024am Hans Brink later is toegekend aan de held van Haarlem. De prenten maakte hij om tijdens een tournee in Japan te laten zien in een vertelkastje, een ‘kamishibai’. De grote illustraties met geschilderde vlakken en stevige contourlijnen geven een beeld van een Nederlandse polder uit een voorbije tijd.  De decoratieve schutbladen vormen een reclame voor een land van molens, koeien, klompen, kaas en tulpen. Dat dit Hollandse beeld in het buitenland nog steeds geliefd is blijkt wel uit de onlangs verschenen vertalingen in het Engels, Russisch en Chinees.

Er kunnen veel meer prentenboeken over onze held bestaan, maar ze vinden is van toeval afhankelijk. De Franse en de recente Nederlandse boeken hebben (hoewel onterecht) de naam Hans Brinker aan de titel toegevoegd, dat maakt het zoeken een stuk eenvoudiger.

Misschien kent u meer prentenboeken over deze held? Of kent u het verhaal over de jongen met zijn vinger in de dijk uit een vroeger gelezen schoolboekje? Dan horen we dat graag.

* De verbeelders : Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw / Saskia de Bodt, Vantilt, 2014.

Karin Vingerhoets en Jeannette Kok

Verkeerde-wereld prenten en een prentenboek van Dolf Verroen

In De Volkskrant van 26 september staat een artikel van Jan Tromp over Dolf Verroen met de titel Een ontwapenend kind van 87. De aanleiding is het verzoek aan Dolf Verroen om het gratis boek te schrijven dat bij de Kinderboekenweek van 2016 hoort. In het artikel wordt gerefereerd aan een prentenboek van Dolf Verroen: De vis en de jongen, of De vis die uit vissen ging. Dat boek verscheen in 1979, en veroorzaakte nogal wat ophef.

de-vis-en-de-jongendolf-verroen

Ik werkte destijds in een jeugdbibliotheek en vond het een geestig prentenboek met mooie illustraties van Ton Frederiks. De beoordeling door een recensent van NBD-Biblion met aanschaf-informatie voor openbare bibliotheken was echter niet mals: ‘Prentenboekje waarin een vis een jongen vangt en mee onder water trekt waar hij stikt. Hij wordt klaargemaakt om te worden opgegeten door de familie vis. Rollenomkering dus, zonder bevrediging voor de lezer, geen goede afloop en geen werkelijke humor. Zwart-witte tekeningen met realistische uitbeelding van onthoofden en villen van de jongen. Het geheel is voor kinderen, eigenlijk voor iedereen, onverteerbaar.’

Wat men het schokkends vond was de vraag van zoon vis aan de moedervis of hij het piemeltje mocht opeten, ‘want dat is het lekkerste’.

Toen ik een aantal ‘verkeerde-wereld’ prenten bekeek uit de collecties van Aernout Borms (bij de KB) en van Nico Boerma (bij de UB Amsterdam) zag ik daarop afbeeldingen van vissen die mensen vangen. Dat deed me onmiddellijk denken aan De vis en de jongen.

nieuwe-nederlandsche-kinderprenten-de-verkeerde-wereldIk schreef Dolf Verroen een mail met de vraag of hij de ‘verkeerde wereld’ prenten kende.  Hij schreef terug:

“Ik ken de prenten niet – ben er wel nieuwsgierig naar! – ik heb er al eens eerder over gehoord. Mijn verhaal is op de meest gewone manier ontstaan: een vissend jongetje dat zo ruw een gevangen vis van de haak scheurde dat ik er iets van zei. Commentaar: Vissen zijn geen mensen, hoor. Het piemeltje – dat nogal ophef veroorzaakte – komt van de vishandelaar bij het verkopen van een bokking: ‘Wilt u hom of kuit, mevrouw?’ Nee, ik wil enzovoort enzovoort.”

 

Hemeleers 151

Hemeleers 151

pellerin

Pellerin

 

 

 

 

 

nieuwe-nederlandsche-kinderprenten-de-verkeerde-wereld-detail

Nieuwe Nederlandsche Kinderprenten: De Verkeerde wereld

 

 

Glenisson en zonen 36

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aernout Borms beschrijft de verkeerde-wereld prent als volgt: ‘De wereld op zijn kop: waar de stier de slager slacht is de vertrouwde loop der dingen verstoord en zijn we beland in de Omgekeerde Wereld. In de Omgekeerde Wereld zijn de relaties tussen mensen, dieren en voorwerpen omgekeerd.’

Meer in het artikel van Aernout Borms over deze prenten.

Jeannette Kok

Soldaten in kinderboeken en op centsprenten

In het DWDD Pop-Up Museum is een van de zalen gevuld door Beatrice de Graaf, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht. Op zaterdag 12 maart 2016 konden we via de televisie haar verhelderende college over terrorisme volgen. In de museumzaal van het Allard Piersonmuseum wil ze de kwetsbaarheid van het lichaam van de eenvoudige soldaat laten zien. Dat doet ze aan de hand van foto’s, schilderijen, een beenprothese, een pet met kogelgat, een tas met verbandmiddelen, een noodrantsoen en soldatenkistjes.

In oude kinderboeken en centsprenten is veel te ontdekken over de manier waarop kinderen in de negentiende eeuw kennis konden maken met het militaire bedrijf.

Centsprenten met daarop soldaten afgebeeld waren erg populair, dat is te zien aan de hoeveelheid prenten over dat onderwerp. In het CBK zijn 428 prenten te vinden op een combinatie van de genres ‘centsprenten en militaria’. Een aantal daarvan bevat afbeeldingen die uitgeknipt konden worden om er ‘soldaatje’ mee te spelen.

Borms 0319 tussen 1880-1911

Borms 0321 tussen 1880-1911

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat opvalt zijn de namen waarmee soldaten worden omschreven: trompetter, pouker, commandant, grenadier, cavalerist, kozak, jager, dragonder, lansier, kurassier, jager, vaandrig, artillerist, Mameluk en Ulaan.

Borms 0894 1781-1854

De enige vrouwen zijn de marketensters, met een vaatje drank waaruit de soldaten zich moed konden indrinken.

Borms 0319 tussen 1880-1911

 

 

 

 

 

 

 

5. SMC K 0012  tussen 1826-1833Soms zijn de afbeeldingen op de prenten vrij groot en kunnen ze een fraaie wandversiering vormen.

Een geliefd spel voor jongens is ‘soldaatje spelen’. In kinderboeken is dat naast hoepelen en vliegeren een geliefd tijdverdrijf, waarbij beeld en tekst een tijdsdocument vormen.

Jongens-spelen 183X

Het buitenleven 188X

 

 

 

 

 

 

 

Maar de prenten en kinderboeken laten niet alleen de heldhaftigheid zien. Soms wordt de draak gestoken met het militaire bedrijf, en laat men zien dat niet iedereen een held wilde zijn. Teksten onder de plaatjes op prenten zijn soms komisch.

 

Soldaten-spreekwijzen 1883

Jan Heldengeest als soldaat 1868

Jan de luiaard 1906

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enige tijd geleden werd Nederland opgeschrikt door RTLnieuws, dat meldde dat soldaten bij oefeningen bij gebrek aan echte kogels “pang-pang” moesten roepen. Niets nieuws onder de zon, want op een afbeelding in een kinderboek uit circa 1850 maakten soldaten al gebruik van nep-paarden.

Het menschelyke leven 185X

Borms 0181 tussen 1840-1880

 

 

 

 

 

 

 

De wreedheid van soldaten wordt getoond op een prent waarbij een lijk wordt beroofd en een arme vrouw wordt bestolen. En in Henri’s nieuw soldaten abc wordt een spion opgebracht. De tekst bij de letter S luidt: ’S, een Spion; ach, gebonden, gevangen, / Straks, aan den tak van een boom, zie je em hangen!’

Borms 0134 tussen 1817-1833

Borms 0134 tussen 1817-1833

 

 

 

 

 

 

Henri’s nieuw soldaten abc 189X

 

 

 

 

Gedode soldaten vindt men weinig in kinderboeken en op prenten. Maar hier en daar wordt aan gewonden en doden wel enige aandacht besteed. In Henri’s nieuw soldaten abc worden gewonden verpleegd. Bij de L van Lazareth ‘waar de liefde tot het kruis / t Leed van den krijgsman verzacht, ver van huis’. En ook in een boek over de slag bij Atjee liggen de soldaten er niet best bij.

Borms 0173 tussen 1840-1880

 

 

 

Henri’s nieuw soldaten abc 189X

Tafereelen uit den oorlog met Atchin 1875

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De boeken zijn aangeduid met de titel, en de prenten met het signatuur in de KB-collectie, omdat de titels daarvan meestal weinig zeggen. Meer gegevens over die prenten vindt u via het CBK door te zoeken op signatuur.

Het onderwerp ‘militarisme in kinderboeken en op centsprenten’  lijkt me een onderzoek waard. Iets voor een student (cultuur)geschiedenis? Boeken die inspiratie kunnen  bieden zijn De grote oorlog voor kleine kinderen van Anthony en Nicky Langley (Davidsfonds 2012); En guerre : French illustrators and World War I door Neil Harris en Teri J. Edelstein ( University of Chicago Library, 2014);  “Wir spielen Krieg” : Patriotisch-militaristische Früherziehung in Bilderbuch und Spiel 1870-1918 / Hrsg. von Silja Geisler und Beatrix Mühlberg-Scholtz  (Bibliotheken der Stadt Mainz, 2014).

Nog een aanvulling van Aernout Borms:

Voor wat verdere studie betreft zijn de volgende boeken zeker ook de moeite waard:
David Kunzle, From criminal to courtier, Leiden/Boston, Brill, 2002. Over de soldaat in de Nederlandse kunst in de periode 1550-1672.
Edward Ryan, Paper soldiers, London, Golden Age Editions, 1995. Helemaal aan centsprenten gewijd, maar bijzonder weinig over de Nederlandse.

De tentoonstelling in het DWDD Pop-Up Museum is nog te bekijken tot en met 22 mei 2016.

Jeannette Kok

Ons dieren abc, een fabrieksprentenboek

Theo Gielen schreef als eerste over fabrieksprentenboeken in Prentenboeken : ideologie en illustratie 1890-1950 van Saskia de Bodt en Jeroen Kapelle. Daarin omschrijft hij het genre als “de  ‘onderkant’  van de prentenboekproductie, de goedkoopste soort (soms zelfs gratis weggegeven).” (…) “Zij vormden het beeldmateriaal dat voor het gros van de kinderen hun mogelijkheid tot artistieke ontwikkeling’ bepaalde of misschien beter: belemmerde.” Theo Gielen noemt het de Assepoesters onder de prentenboeken. Zijn definitie van deze boeken: “prentenboeken die vanaf ongeveer de jaren zeventig van de negentiende eeuw in Nederland op de markt kwamen; die meestal geen vermelding hebben van een uitgever, een auteur of een illustrator; die nooit gedateerd zijn; niet in de Brinkman voorkomen; en die de onderkant van de markt bedienen.” Hergebruik van afbeeldingen en/of teksten komt veel voor, zoals bleek uit zijn onderzoek.

3. KW SMCK 1390 (1)4. KW XKN 324

 

 

 

 

 

 

In de collectie van Aernout Borms bevindt zich twee versies van een fabrieksprentenboek uit de jaren veertig van de twintigste eeuw: Ons dieren ABC (1) en Ons dieren ABC (2).
Beide versies verschillen qua illustraties, maar de teksten zijn identiek. De tekstschrijver was geen groot literator: “De olifant is sterk en moedig, en bovendien ook erg goedig.”

5. KW XKR 8911 (2)6. KW XKZ 1525 (2)7. coll. Aernout

 

 

 

 

 

 

In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek zijn maar liefst zes versies van Ons Dieren ABC te vinden, met identieke teksten, verschillende omslagen, twee soorten illustraties, verschillend formaat (van 24 tot 30 cm) en illustraties gedrukt in kleur en zwart-wit of geheel in kleur.
Er blijken zeven verschillende omslagen te zijn voor ongeveer hetzelfde boek.
2. KW SMCK 1250 (2)Wanda's bazar

 

 

 

 

 

 

 

 

Een mooi voorbeeld van het vermarkten en uitmelken van een uitgave. Ze zijn moeilijk te dateren, er was slechts één vermelding in Delpher: de titel staat in een advertentie van ‘Wanda’s Bazar‘ voor 32 cent, in de Leeuwarder courant van 1-12-1947.

Op een van de versies, voorzien van de ondertitel: met rijmpjes en prentjes voor lieve meisjes en aardige ventjes is een naam vermeld: Joh. Brand. Op andere uitgaven is de auteur en/of illustrator niet te betrappen.

Hieronder enkele voorbeelden van het ABC uit verschillende uitgaven.

 

10. Ons dieren abc coll.AB (2)9. KW XKZ 1525 (7)

 

 

 

 

 

 

17. KW GW A104,048(2) 16. KW SMCK 1390 (3)

19. KW XKZ 1525 (4)

 

 

 

21. KW SMCK 1250 4

 

Misschien hebt u er nòg een in uw collectie met een andere omslag? Of met een andere titel? We horen het graag.

Jeannette Kok, met dank aan Jozefien de Leest