Author Archives: Jeannette Kok

Verkeerde-wereld prenten en een prentenboek van Dolf Verroen

In De Volkskrant van 26 september staat een artikel van Jan Tromp over Dolf Verroen met de titel Een ontwapenend kind van 87. De aanleiding is het verzoek aan Dolf Verroen om het gratis boek te schrijven dat bij de Kinderboekenweek van 2016 hoort. In het artikel wordt gerefereerd aan een prentenboek van Dolf Verroen: De vis en de jongen, of De vis die uit vissen ging. Dat boek verscheen in 1979, en veroorzaakte nogal wat ophef.

de-vis-en-de-jongendolf-verroen

Ik werkte destijds in een jeugdbibliotheek en vond het een geestig prentenboek met mooie illustraties van Ton Frederiks. De beoordeling door een recensent van NBD-Biblion met aanschaf-informatie voor openbare bibliotheken was echter niet mals: ‘Prentenboekje waarin een vis een jongen vangt en mee onder water trekt waar hij stikt. Hij wordt klaargemaakt om te worden opgegeten door de familie vis. Rollenomkering dus, zonder bevrediging voor de lezer, geen goede afloop en geen werkelijke humor. Zwart-witte tekeningen met realistische uitbeelding van onthoofden en villen van de jongen. Het geheel is voor kinderen, eigenlijk voor iedereen, onverteerbaar.’

Wat men het schokkends vond was de vraag van zoon vis aan de moedervis of hij het piemeltje mocht opeten, ‘want dat is het lekkerste’.

Toen ik een aantal ‘verkeerde-wereld’ prenten bekeek uit de collecties van Aernout Borms (bij de KB) en van Nico Boerma (bij de UB Amsterdam) zag ik daarop afbeeldingen van vissen die mensen vangen. Dat deed me onmiddellijk denken aan De vis en de jongen.

nieuwe-nederlandsche-kinderprenten-de-verkeerde-wereldIk schreef Dolf Verroen een mail met de vraag of hij de ‘verkeerde wereld’ prenten kende.  Hij schreef terug:

“Ik ken de prenten niet – ben er wel nieuwsgierig naar! – ik heb er al eens eerder over gehoord. Mijn verhaal is op de meest gewone manier ontstaan: een vissend jongetje dat zo ruw een gevangen vis van de haak scheurde dat ik er iets van zei. Commentaar: Vissen zijn geen mensen, hoor. Het piemeltje – dat nogal ophef veroorzaakte – komt van de vishandelaar bij het verkopen van een bokking: ‘Wilt u hom of kuit, mevrouw?’ Nee, ik wil enzovoort enzovoort.”

 

Hemeleers 151

Hemeleers 151

pellerin

Pellerin

 

 

 

 

 

nieuwe-nederlandsche-kinderprenten-de-verkeerde-wereld-detail

Nieuwe Nederlandsche Kinderprenten: De Verkeerde wereld

 

 

Glenisson en zonen 36

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aernout Borms beschrijft de verkeerde-wereld prent als volgt: ‘De wereld op zijn kop: waar de stier de slager slacht is de vertrouwde loop der dingen verstoord en zijn we beland in de Omgekeerde Wereld. In de Omgekeerde Wereld zijn de relaties tussen mensen, dieren en voorwerpen omgekeerd.’

Meer in het artikel van Aernout Borms over deze prenten.

Jeannette Kok

Soldaten in kinderboeken en op centsprenten

In het DWDD Pop-Up Museum is een van de zalen gevuld door Beatrice de Graaf, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht. Op zaterdag 12 maart 2016 konden we via de televisie haar verhelderende college over terrorisme volgen. In de museumzaal van het Allard Piersonmuseum wil ze de kwetsbaarheid van het lichaam van de eenvoudige soldaat laten zien. Dat doet ze aan de hand van foto’s, schilderijen, een beenprothese, een pet met kogelgat, een tas met verbandmiddelen, een noodrantsoen en soldatenkistjes.

In oude kinderboeken en centsprenten is veel te ontdekken over de manier waarop kinderen in de negentiende eeuw kennis konden maken met het militaire bedrijf.

Centsprenten met daarop soldaten afgebeeld waren erg populair, dat is te zien aan de hoeveelheid prenten over dat onderwerp. In het CBK zijn 428 prenten te vinden op een combinatie van de genres ‘centsprenten en militaria’. Een aantal daarvan bevat afbeeldingen die uitgeknipt konden worden om er ‘soldaatje’ mee te spelen.

Borms 0319 tussen 1880-1911

Borms 0321 tussen 1880-1911

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat opvalt zijn de namen waarmee soldaten worden omschreven: trompetter, pouker, commandant, grenadier, cavalerist, kozak, jager, dragonder, lansier, kurassier, jager, vaandrig, artillerist, Mameluk en Ulaan.

Borms 0894 1781-1854

De enige vrouwen zijn de marketensters, met een vaatje drank waaruit de soldaten zich moed konden indrinken.

Borms 0319 tussen 1880-1911

 

 

 

 

 

 

 

5. SMC K 0012  tussen 1826-1833Soms zijn de afbeeldingen op de prenten vrij groot en kunnen ze een fraaie wandversiering vormen.

Een geliefd spel voor jongens is ‘soldaatje spelen’. In kinderboeken is dat naast hoepelen en vliegeren een geliefd tijdverdrijf, waarbij beeld en tekst een tijdsdocument vormen.

Jongens-spelen 183X

Het buitenleven 188X

 

 

 

 

 

 

 

Maar de prenten en kinderboeken laten niet alleen de heldhaftigheid zien. Soms wordt de draak gestoken met het militaire bedrijf, en laat men zien dat niet iedereen een held wilde zijn. Teksten onder de plaatjes op prenten zijn soms komisch.

 

Soldaten-spreekwijzen 1883

Jan Heldengeest als soldaat 1868

Jan de luiaard 1906

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enige tijd geleden werd Nederland opgeschrikt door RTLnieuws, dat meldde dat soldaten bij oefeningen bij gebrek aan echte kogels “pang-pang” moesten roepen. Niets nieuws onder de zon, want op een afbeelding in een kinderboek uit circa 1850 maakten soldaten al gebruik van nep-paarden.

Het menschelyke leven 185X

Borms 0181 tussen 1840-1880

 

 

 

 

 

 

 

De wreedheid van soldaten wordt getoond op een prent waarbij een lijk wordt beroofd en een arme vrouw wordt bestolen. En in Henri’s nieuw soldaten abc wordt een spion opgebracht. De tekst bij de letter S luidt: ’S, een Spion; ach, gebonden, gevangen, / Straks, aan den tak van een boom, zie je em hangen!’

Borms 0134 tussen 1817-1833

Borms 0134 tussen 1817-1833

 

 

 

 

 

 

Henri’s nieuw soldaten abc 189X

 

 

 

 

Gedode soldaten vindt men weinig in kinderboeken en op prenten. Maar hier en daar wordt aan gewonden en doden wel enige aandacht besteed. In Henri’s nieuw soldaten abc worden gewonden verpleegd. Bij de L van Lazareth ‘waar de liefde tot het kruis / t Leed van den krijgsman verzacht, ver van huis’. En ook in een boek over de slag bij Atjee liggen de soldaten er niet best bij.

Borms 0173 tussen 1840-1880

 

 

 

Henri’s nieuw soldaten abc 189X

Tafereelen uit den oorlog met Atchin 1875

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De boeken zijn aangeduid met de titel, en de prenten met het signatuur in de KB-collectie, omdat de titels daarvan meestal weinig zeggen. Meer gegevens over die prenten vindt u via het CBK door te zoeken op signatuur.

Het onderwerp ‘militarisme in kinderboeken en op centsprenten’  lijkt me een onderzoek waard. Iets voor een student (cultuur)geschiedenis? Boeken die inspiratie kunnen  bieden zijn De grote oorlog voor kleine kinderen van Anthony en Nicky Langley (Davidsfonds 2012); En guerre : French illustrators and World War I door Neil Harris en Teri J. Edelstein ( University of Chicago Library, 2014);  “Wir spielen Krieg” : Patriotisch-militaristische Früherziehung in Bilderbuch und Spiel 1870-1918 / Hrsg. von Silja Geisler und Beatrix Mühlberg-Scholtz  (Bibliotheken der Stadt Mainz, 2014).

Nog een aanvulling van Aernout Borms:

Voor wat verdere studie betreft zijn de volgende boeken zeker ook de moeite waard:
David Kunzle, From criminal to courtier, Leiden/Boston, Brill, 2002. Over de soldaat in de Nederlandse kunst in de periode 1550-1672.
Edward Ryan, Paper soldiers, London, Golden Age Editions, 1995. Helemaal aan centsprenten gewijd, maar bijzonder weinig over de Nederlandse.

De tentoonstelling in het DWDD Pop-Up Museum is nog te bekijken tot en met 22 mei 2016.

Jeannette Kok

Ons dieren abc, een fabrieksprentenboek

Theo Gielen schreef als eerste over fabrieksprentenboeken in Prentenboeken : ideologie en illustratie 1890-1950 van Saskia de Bodt en Jeroen Kapelle. Daarin omschrijft hij het genre als “de  ‘onderkant’  van de prentenboekproductie, de goedkoopste soort (soms zelfs gratis weggegeven).” (…) “Zij vormden het beeldmateriaal dat voor het gros van de kinderen hun mogelijkheid tot artistieke ontwikkeling’ bepaalde of misschien beter: belemmerde.” Theo Gielen noemt het de Assepoesters onder de prentenboeken. Zijn definitie van deze boeken: “prentenboeken die vanaf ongeveer de jaren zeventig van de negentiende eeuw in Nederland op de markt kwamen; die meestal geen vermelding hebben van een uitgever, een auteur of een illustrator; die nooit gedateerd zijn; niet in de Brinkman voorkomen; en die de onderkant van de markt bedienen.” Hergebruik van afbeeldingen en/of teksten komt veel voor, zoals bleek uit zijn onderzoek.

3. KW SMCK 1390 (1)4. KW XKN 324

 

 

 

 

 

 

In de collectie van Aernout Borms bevindt zich twee versies van een fabrieksprentenboek uit de jaren veertig van de twintigste eeuw: Ons dieren ABC (1) en Ons dieren ABC (2).
Beide versies verschillen qua illustraties, maar de teksten zijn identiek. De tekstschrijver was geen groot literator: “De olifant is sterk en moedig, en bovendien ook erg goedig.”

5. KW XKR 8911 (2)6. KW XKZ 1525 (2)7. coll. Aernout

 

 

 

 

 

 

In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek zijn maar liefst zes versies van Ons Dieren ABC te vinden, met identieke teksten, verschillende omslagen, twee soorten illustraties, verschillend formaat (van 24 tot 30 cm) en illustraties gedrukt in kleur en zwart-wit of geheel in kleur.
Er blijken zeven verschillende omslagen te zijn voor ongeveer hetzelfde boek.
2. KW SMCK 1250 (2)Wanda's bazar

 

 

 

 

 

 

 

 

Een mooi voorbeeld van het vermarkten en uitmelken van een uitgave. Ze zijn moeilijk te dateren, er was slechts één vermelding in Delpher: de titel staat in een advertentie van ‘Wanda’s Bazar‘ voor 32 cent, in de Leeuwarder courant van 1-12-1947.

Op een van de versies, voorzien van de ondertitel: met rijmpjes en prentjes voor lieve meisjes en aardige ventjes is een naam vermeld: Joh. Brand. Op andere uitgaven is de auteur en/of illustrator niet te betrappen.

Hieronder enkele voorbeelden van het ABC uit verschillende uitgaven.

 

10. Ons dieren abc coll.AB (2)9. KW XKZ 1525 (7)

 

 

 

 

 

 

17. KW GW A104,048(2) 16. KW SMCK 1390 (3)

19. KW XKZ 1525 (4)

 

 

 

21. KW SMCK 1250 4

 

Misschien hebt u er nòg een in uw collectie met een andere omslag? Of met een andere titel? We horen het graag.

Jeannette Kok, met dank aan Jozefien de Leest

Uitgever J. Vlieger en bakerrijmen, bibliografisch gepuzzel

De firma J. Vlieger

Uitgeverij J. Vlieger bezat in de 19e eeuw verschillende panden in het centrum van Amsterdam. Op dit moment is er nog één vestiging aan de Amstel, waar papier en verf worden verkocht. De firma geeft geen boeken meer uit en er staan geen mensen van de familie Vlieger meer in de zaak, maar de interesse in het Vlieger-erfgoed is gebleven. In een vitrine staan een aantal oude boekjes, en de digitaal beschikbare ‘Vliegertjes’ zijn door de huidige medewerkers met plezier bekeken.

In het Centraal Bestand Kinderboeken staan 511 kinderboeken en 50 centsprenten van deze uitgever, waarvan er 104 een link hebben naar een digitale versie, meestal op Het Geheugen van Nederland. Via de website van onze stichting zijn ook digitale Vlieger-uitgaven te vinden: via de Online Bibliotheek zijn onder het kopje ‘Vliegertjes’ 48 boekjes te bekijken.

Uitgeverij Vlieger heeft verschillende reeksen prentenboeken met bakerrijmen ofwel oude kinderrijmen uitgegeven. En daar begint de bibliografische puzzel.
De Brinkman biedt geen houvast: er staan helemaal geen bakerrijmen van Vlieger in vermeld.
Helaas zijn maar weinig fondscatalogi bewaard gebleven in openbare instellingen en bij particulieren: Catalogus 1875; Sint-Nicolaas-Courant 1878; brief aan verkopers met 2 pagina’s uitgaven 1884; Catalogus 1887; Catalogus ca. 1905; Catalogus ca. 1907.
Maar nu kunnen we Delpher raadplegen met digitale tijdschriften en kranten, en dat levert een heleboel extra informatie op.

De bakerrijmen
Dr. Johannes van Vloten (1818-1883) was een zeer geleerde letterkundige, waarvan de meeste werken nu zijn vergeten. Daarentegen was zijn bundel uit 1871, getiteld Nederlandsche baker- en kinderrijmen, door hem ‘verzameld en meegedeeld’, de opmaat voor bundels die tot op heden voor jonge kinderen verschijnen. Uitgevers zagen al heel kort na het verschijnen van Van Vloten’s verzamelwerk de aantrekkelijkheid van de kinderrijmen voor een groot publiek. D. Noothoven van Goor en de Gebroeders Belinfante kwamen in 1872, en A.W. Sijthoff in 1876, met aardige bundels op de markt, voorzien van gekleurde afbeeldingen.
Ook J. Vlieger zag er wel brood in, want ze hebben een aantal reeksen met bakerrijmen uitgegeven; ik heb tot nu toe zes verschillende series kunnen onderscheiden.

Reeksen bakerrijmen van uitgeverij J. Vlieger

1. Serie 1882 met 8 titels op de achterkant

Belangrijkste kenmerken: op de achterkant staan 8 titels. Het formaat is 16,1 cm hoog, de omvang is 8 bladen en onbedrukte keerzijden. Bij enkele delen staat op de voorkant de drukker vermeld: Amand Lith.

Vlieger bakerrijmen 1882  (1)Vlieger bakerrijmen 1882  (2)

 

 

 

 

 

Vlieger Alg. Handelsblad 1882 detail

De datering: deze reeks met 8 delen staat niet in de aanwezige fondscatalogi. Via Delpher is in het Algemeen Dagblad van 24-06-1882 een advertentie te vinden van Vlieger met een nieuw gemaakte reeks met 8 deeltjes, de eerste getiteld: Wel, wat zeg je van mijn kippen?, en de tweede getiteld: Jaapje sta stil!  In de advertentie staat in dialoogvorm dat die boekjes al sinds lang bekend zijn. Maar nu heeft de uitgever ‘ze heel anders laten maken’ in wel in een oplage van 160.000. De acht boekjes worden franco thuis bezorgd voor 75 cent.

Een digitale versie van een van de deeltjes is Jaapje sta stil.

2. Serie 1886 Een duurdere reeks met tien delen

Belangrijkste kenmerken: bij deze reeks zijn 10 titels op achterkant gedrukt. Het formaat is 16,5 cm hoog. De omvang is 8 bladen met onbedrukte keerzijde, met op elk blad een versje.

 Vlieger bakerrijmen 1886 b (4)Vlieger bakerrijmen 1886 b (2)

 

 

 

 

De datering: deze reeks staat in de Fondscatalogus van Vlieger van 1887 als Serie 9, 139-148. ‘Oct. boekjes in 10 soorten, bakerrijmpjes en liedjes, met net uitgevoerde plaatjes in kleuren gedrukt. À 10 cent’. Delpher ondersteunt dit met een advertentie in Het nieuws van den dag van 19-11-1886 waarin ook een serie van 10 delen wordt gemeld. Er zijn twee titels aan de eerder genoemde acht toegevoegd: Daar komt Paul Jonas aan en Och, Jantje, wil niet huilen!

Vlieger Nieuws van den dag 1886

Een digitale versie van een van de deeltjes is Och, Jantje wil niet huilen.

 

 

 

 

3. Serie 1887-a1, de Eén-cents-reeks
Belangrijkste kenmerken: de achterkant is ook bedrukt met een versje, het formaat is 14 cm hoog, de omvang is 7 pagina’s elk met een versje. Bij enkele delen staat de drukker op de voorkant: Amand Lith. De pagina’s zijn dubbelzijdig bedrukt.

Vlieger bakerrijmen 1886 a1 (2)PRB01-265538149_004, 03-08-2005, 14:08,  8C, 2170x1794 (1894+3276), 100%, MUSEONbasis, 1/120 s, R52.4, G35.9, B42.3

Titels van de reeks:
Barend Botje ging uit varen; Wip! zei de kikvorsch; Rom, bom, bom, zoo slaat de trom; Torentje, torentje, bossekruid; Hop maar Janneke; Dit is de sleutel van den Bibelebomschen berg; Ooievaar Lepelaar; Wel, wat zeg je van mijn kippen. 
Acht deeltjes uit deze reeks kwamen via een schenking van Annette Biemond Peck uit Amerika bij de KB terecht. (Signaturen KW XKE 057 [1] t/m KW XKE 057 [8]).  De boekjes waren samen ingebonden, maar zijn door de restauratieafdeling van de KB destijds van elkaar gescheiden. Dat de achterkanten met een versje bedrukt zijn is ook mooi te zien bij een gaaf exemplaar van Torentje Torentje bossekruid bij de Vliegertjes op de SGKJ-website.

De datering:
In deVlieger Nieuws van den dag 1-11-1887 Vlieger Catalogus van 1887 staat de reeks als Serie 2. 26-48. ‘Spiksplinternieuwe ééncents Prentenboekjes met in kleuren gedrukte plaatjes en omslag bestaande in 18 soorten’. Bij 8 daarvan gaat het om bakerrijmen. Een zoektocht in Delpher levert een advertentie op in Het nieuws van den dag van 1-11-1887. Daarin worden de ‘Spiksplinternieuwe Eén Cents Prentenboeken met in kleuren gedrukte plaatjes, aardigen tekst en bijzonder groot formaat’ met de 8 bovenstaande titels (tussen andere titels) aangekondigd.
Een digitale versie van een van de deeltjes is Wip! zei de kikvorsch.

 

4. Serie circa 1887 a2, gelieerd aan de Eén-cents-reeks

Belangrijkste kenmerken: 2 afbeeldingen op 1 pagina. Formaat: 14 cm. hoog. Omvang: 4 pagina’s tekst en 2 pagina’s afbeeldingen. Op de achterkant 1 omkaderde afbeelding met 2 scènes. Drukker: Amand Lith. Bevat 8 oude rijmen. De pagina’s zijn tweezijdig bedrukt.

Titels: er zijn er tot nu toe twee titels gevonden: Wip! zei de kikvorsch en Torentje torentje bossekruit.

Vlieger bakerrijmen 1886 a2 (1)Vlieger bakerrijmen 1886 a2 (2)

 

 

 

 

 

 

Datering: deze reeks is in de aanwezige fondscatalogi niet te vinden. De uitgave heeft dezelfde afbeelding op de voorkant en dezelfde titel, uitgever en drukker als die van de Eén cents reeks uit 1887 (XKE 057 [8]), maar heeft een andere inhoud, lay-out en achterkant. Delpher biedt hier geen uitkomst.

Digitale versies van beide deeltjes zijn Wip! zei de kikvorsch en Torentje torentje bossekruit.

5. Serie ca. 1897 in kleur en groen

Belangrijkste kenmerken: afwisselend pagina’s met kleurenlitho’s en met groene sierranden. Formaat: hoogte 21 cm, omvang 16 pagina’s, tweezijdig bedrukt. De achterkant van het omslag is onbedrukt. Elk deel bevat 16 oude rijmen.

Vlieger bakerrijmen 1900 (1)Vlieger bakerrijmen 1900 (2)Vlieger bakerrijmen 1900 (3)

 

 

 

 

 

 

Titels : Jaapje, sta stil; Wel, wat zeg je van mijn kippen; Schuitje varen, theetje drinken; Hop maar Janneke; Hier is de sleutel van den Bibelebonschen berg; Draai het wieltje nog eens om; Hansje Knipperdolletje; Tiereliere let let let; Daar komt Paul Jonas aan; Och Jantje wil niet huilen!

Datering: Op de voorkant van de fondscatalogus uit ca. 1907 staan afbeeldingen van vier bakerrijmenbundels, die overeenkomen met deze serie. De titels staan in de catalogus als Serie 6: ‘Hier volgen de tien bekende boekjes met de echt Hollandsche versjes, verzameld door Dr. J. v. Vloten. Ieder boekje bevat 8 gekleurde platen en ongeveer twintig versjes, welke alle kinderen zoo gemakkelijk kunnen leeren. Formaat 14 bij 21 cm. Prijs per stuk 10 cent. Prijs per serie f 0,90.’

In de fondsVlieger Nieuws van den dag 1906catalogus van ca. 1905 staat ook een Serie 6 met dezelfde titels en de toelichting ‘Van ouds bekende kniedeuntjes, van Van Vloten, met keur van platen.’ Ik ga er van uit dat het hier om dezelfde reeks gaat, en dat deze er dus al in 1905 was. Aanvulling van Theo Gielen: van het deeltje ‘Hansje Knipperdolletje’  is een exemplaar in het Westfries Museum in Hoorn aanwezig, (inv. nr. 11425) met inscriptie gedateerd ‘1898’. Die serie zou dus in ieder geval nog voor de eeuwwisseling gedateerd moeten worden.

Via Delpher is een advertentie te vinden in Het nieuws van den dag van 03-11-1906. Hier wordt gemeld: ‘tien fraaie bundels met 80 mooie gekleurde platen en honderden lieve versjes en rijmen’.

Een digitale versie van een van de deeltjes is Tiereliere let let let.

 

6. Serie 1920 met plaatjes van Jan Bleys

Belangrijkste kenmerken: de illustrator wordt voorop genoemd: ‘plaatjes van Jan Bleys’ (1868-1952). Formaat 20,9 cm hoog. Omvang: 16 pagina’s. De naam van de reeks is Oude bekenden. De achterkant van het omslag is onbedrukt. De illustraties bij de 16 oude rijmen zijn zwart-wit of met steunkleur in paars of groen. De pagina’s zijn tweezijdig bedrukt.

Vlieger bakerrijmen 1920 (4)Vlieger bakerrijmen 1920 (5)

 

 

 

 

 

Titels van de reeks die nu bekend zijn: Och Jantje wil niet huilen; Historie van het huis van Adriaan; Jaapje sta stil; Hop maar Janneke; Schuitje varen theetje drinken; Draai het wieltje nog eens rond; Wel wat zeg je van mijn kippen; Hansje Knipperdolletje. Theo Gielen heeft nog een deeltje van de ‘Oude Bekenden’ ontdekt:  ‘Kleuterboekje’.
De datering: in de aanwezige fondscatalogi wordt de reeks niet genoemd. Ook via Delpher is in kranten en tijdschriften geen enkele melding te vinden. Gelukkig heeft G.J. Vlieger in een artikel in Amstelodanum (1987) geschreven dat in 1919 de oplage van de oude serie van 10 delen bakerrijmen uitgeput raakte, en dat toen werd besloten tot ‘een nieuwe uitgave, die de titel Oude Bekenden kreeg. Steendruk was blijkbaar niet haalbaar en zo werd het boekdruk met een steunkleur en tekeningen van Jan Bleys, zoon van de architect van de Sint Nicolaaskerk.’ In 1930 was de oplage daarvan vrijwel uitverkocht.
Een digitale versie van een van de deeltjes is Hansje Knipperdolletje.

Wat ik hoop na al dit gepuzzel, is dat u in uw collectie exemplaren van nog meer Vlieger-reeksen hebt, dat u deeltjes hebt met dateringen van de eigenaren erin, of dat u mij laat weten dat het nog héél anders in elkaar zit…

Jeannette Kok

 

 

Wreedheden

Bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam zie ik toevallig een boekje liggen met de titel: Roomsch bakken en braden. Nee, geen verzuild kookboek, maar een geschriftje van H. Bakels, uitgegeven in januari 1925 door de Evangelische Maatschappij met ‘een welgemeend woord, ook voor de menschelijken onder mijne Roomsche landgenooten.’ De negen plaatjes van Jan Luyken tonen barbaarse praktijken waarbij ketters worden gemarteld en vermoord. executie

Hoe zit het met wreedheden door machthebbers in kinderboeken en centsprenten? Een achttiende-eeuws voorbeeld vond ik via Delpher in een vroeg tijdschrift: “De vriend der kinderen” (5e deel, nummers 58 tot 60, 1781).  executie Vriend der kinderen titelpagina

 

 

 

 

Het bevat een verhaal waarin een vader zijn kinderen onderhoudt over de executie van een moordenaar. Het was ‘een booswigt bij uitstekendheid’, die in de gevangenis waar hij een straf voor eerdere euveldaden uitzat, een man ‘in koelen moede’ doodstak.

executie Vriend der kinderen inhoud‘Na zyns Naasten bloed te dorsten; welk een afgryslyk Character! niet waar myne Kinders?‘ De auteur vindt dat deze misdaad niet ongestraft mag blijven, en als afschrikwekkend voorbeeld gegeven dient te worden aan ‘eene ruwe menigte, op welke zulke bloedige vertoningen veel meer indruks maken, dan de ernstigste waarschouwingen of bondigste leerredenen.’

Geschiedenis van Cartouche (Brepols 56)

De auteur vraagt zijn kinderen of ze willen gaan kijken naar de grote toeloop en de uitvoering van het vonnis. Lotje, Lysje en Karel voelen er niets voor, maar Frederik denkt dat hij het zou kunnen aanzien. Argumenten worden paginalang gewisseld: misdadigers zijn ook mensen, maar het recht dient gehandhaafd te worden. Een ondeugdelijke opvoeding, verkeerde vrienden en het ontbreken van Godsbesef kunnen oorzaken van ontsporing zijn.

Executie Borms 0170 detail

Klaas Kapoen (Brepols 18)

 

 

De vader verzoekt zijn kinderen er toch heen te gaan. De meisjes worden ervan verschoond, maar Karel en Frederik moeten dapper zijn. Ze moeten leren dergelijke vertoningen met ‘gepaste gelatenheid’ aan te zien. De vader zegt dat de openlijke strafoefeningen zijn ingesteld ‘om anderen ten spiegel en afschrik te strekken’. Zijn kinderen mogen dankbaar zijn dat ze in goede omstandigheden opgroeien.

De jongens volgen hun vaders raad op en ‘vermanden zich om deze gerechtspleging te gaan zien.’ Het verhaal besluit ermee dat deze gebeurtenis aanleiding werd ‘tot menig nuttig en leerzaam onderhoud’. Goddank wordt de lezer de beschrijving van de uitvoering van het vonnis bespaard.

De praktijk van het voltrekken van doodvonnissen werd in 19e-eeuwse centsprenten helder weergegeven. Het ging dan meestal om bekende schurken zoals Cartouche of Klaas Kapoen. Een selectie hierbij, want wat is een blog zonder plaatjes?

executie Borms 0100 detail

De koopman en de knecht (Burckhardt 1028)

executie Borms 0593 detail

Kinders wilt u vreugd vermeeren ( Glenisson en Van Genechten 73)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kinderen werden ook in sprookjes met gruwelen bestookt, maar daarover een andere keer.

Jeannette Kok

 

De musch en de koekoek

Een tijdje geleden liet een collega bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam me een dun boekje zien, dat hij voor 1 euro bij een antiquaar had gekocht. Voor dat geld kun je niet veel verwachten, maar dit boekje was in onverwacht goede staat en had een bijzonder geometrisch omslagontwerp. Het boekje is inmiddels opgenomen in de catalogus en in de collectie van de UBA. Agatha Sprookjes en verhalen (2)

In Brinkman was niets te vinden over De musch en de koekoek. Via google dook de titel bij Marktplaats op, maar dan niet als afzonderlijke uitgave, maar als verhaal in de bundel Sprookjes en Verhalen door Agatha en anderen, verschenen bij Sijthoff, zonder jaar.

Agatha. Sprookjes en verhalen

 

 

 

Volgens het CBK heeft Openbare Bibliotheek Amsterdam als enige een exemplaar van Sprookjes en Verhalen in de Museumcollectie. Het boek moet vóór 1879 zijn verschenen, want in het Nieuwsblad voor den boekhandel van dat jaar wordt het gezocht door een boekhandelaar in Zwolle, ‘in een liefst gebonden ed.’ Helaas, bij de OBA kon men het boek niet vinden. Via Marktplaats heb ik het toen gekocht, en zag dat de verhalen en de afbeeldingen in het boek van Agatha en in de losse uitgave identiek zijn. De verhalen in die bundel zijn: Een oud  sprookje, opnieuw verteld; Eene belofte en eene goede belooning; Grietje, of Roodkapje de Tweede; De musch en de koekoek; De bron in het dal. 

Agatha Bron in het dal

Agatha een oud sprookje KB ex (1)

 

 

 

 

 

 

 

De Zeeuwse Bibliotheek heeft een afzonderlijke uitgave van het verhaal De bron in het dal, met een soortgelijke omslag als De musch en de koekoek.

Het eerste verhaal uit de bundel van Agatha is een bewerking van het sprookje over Belle en het beest. Ook daar is een afzonderlijk verschenen editie van bekend: de Koninklijke Bibliotheek heeft een exemplaar waarin de afbeeldingen hetzelfde zijn als in Sprookjes en Verhalen, maar het heeft niet zo’n geometrisch omslagontwerp.

Het verhaal over De musch en de koekoek gaat over twee mussen die een nest bouwen. Het vrouwtje legt eieren en bebroedt ze terwijl ‘mijnheer haar echtgenoot’ zorgt voor haar voedsel. Dan wil de ‘pronkzuchtige’ mevrouw de Musch zich vertreden, en haar echtgenoot moet mee. De zon schijnt en de vlinders (‘ledigloopers’) pronken met hun vleugels. Als de mussen terugkeren naar het nest vinden ze daar een vreemdelinge, een koekoek, die op de eieren zit. Deze indringster, een ‘onbeschaamde klaploopster’ volgens de andere vogels, heeft haar ei in het nest gelegd en ze weet de ijdelheid van mevrouw Musch zozeer te strelen, dat deze belooft voor het ei van de koekoek te zorgen. Ze doet dat voor deze ‘vreemde van eenen zoo aanzienlijken rang’, hoewel een nicht haar waarschuwt voor de gevolgen. Enige tijd later komen vier jonge mussen en een koekoek uit het ei. De koekoek eet het meeste en werpt de jonge mussen over de rand. Moeder Musch is zeer bedroefd en verwijt zichzelf dat ze niet naar goede raad heeft geluisterd. De moraal: ‘bitter naberouw volgt op de onbedachtzaamheid.’

Agatha Sprookjes en verhalen (3)

Agatha. Sprookjes en verhalen

Via het onvolprezen Delpher kwam ik op het spoor van een veel eerder verschenen boek waarin ditzelfde verhaal is opgenomen: Kleine vertellingen door Evangeline. Onder die naam schreef letterkundige en predikant Hendrik Marinus Christiaan van Oosterzee (1806-1877) een aantal boeken voor kinderen. Kleine vertellingen is verschenen bij A.W. Sijthoff in 1857, ook ‘met gekleurde plaatjes’. Het tweede verhaal is De musch en de koekoekAgatha Sprookjes en verhalen (5)

 

 

 

 

De tekst is in beide uitgaven nagenoeg hetzelfde, op wat spellingsvariaties na. Het boekje uit 1857 bevat mooie handgekleurde afbeeldingen, maar jammer genoeg bevat het geen illustratie bij dit verhaal.

Wat valt op: een verhaal over een mus en een koekoek geschreven door ‘Evangeline’,  verschijnt in een bundel uit 1857. Datzelfde verhaal duikt vóór 1879 weer op in een bundel van ‘Agatha en anderen’,  zonder vermelding van de naam van de oorspronkelijke auteur. Ook verschijnen een aantal van de verhalen uit de bundel van Agatha als losse uitgaven, met hetzelfde zetsel en dezelfde in kleur gedrukte litho’s. Twee ervan kennen we met een geometrisch bandontwerp, en een met een ander ontwerp. Ze verschijnen allemaal bij dezelfde uitgever, die dit verhaal voor zover we nu weten in minimaal drie versies heeft uitgebracht.

De bundel van Agatha bevat nog twee verhalen: Eene belofte en eene goede belooning en Grietje, of Roodkapje de Tweede. Mijn vragen aan u: hebt u in uw collectie een van deze verhalen als losse uitgave? Hebt u boekjes met dat geometrische bandontwerp? Hebt u een idee van het jaar van uitgave? En in welke tijd maakte zo’n geometrisch bandontwerp opgang?

Jeannette Kok

Michiel de Ruyter

Het kan u nauwelijks zijn ontgaan, de nieuwe film over de vaderlandse held Michiel de Ruyter is op 26 januari 2015 in première gegaan in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Hoofdrolspeler Frank Lammers vertelde in een televisieprogramma – naar aanleiding van kritiek over het ontbreken van het onderwerp slavernij in de film – dat Michiel de Ruyter ‘een van de eersten was met een donkere man als vriend’.

Nu heb ik de film nog niet gezien, maar ik moest onmiddellijk denken aan het boek Zwart: Sambo, Tien kleine nikkertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen: het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980 door Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, onder redactie van Saskia de Bodt.   1_353379_zwart_omslag

Hoofdstuk 2 is getiteld: Jan Compagnie of hoe een Afrikaans jongetje een beetje beroemd werd in Nederland (p. 19-31). Het gaat over het zwarte vriendje van Michiel de Ruyter waar hij als kind in Vlissingen mee speelde. Volgens De Ruyter’s biograaf Gerard Brandt (1626-1685) ontmoette hij deze persoon in 1664 opnieuw voor de West-Afrikaanse kust.

Een prachtig onderwerp voor een kinderboek natuurlijk, en auteurs en verbeelders hebben hun fantasie dan ook de vrije loop gelaten. Hoe een Afrikaan er uitzag wisten ze kennelijk niet, dat is zichtbaar in de illustraties waarop de ontmoeting van De Ruyter met de inmiddels volwassen Afrikaan is uitgebeeld: hij heeft indiaanse elementen meegekregen.

1090B45_to_p_090_grav 3

G. Engelberts Gerrits. Het leven en de daden van M. A. de Ruiter, Neêrlands doorluchtigsten zeeheld, 1826

Ki_1210_pl_p_175.jpg

P. Louwerse. Vlissinger Michiel, of Neerlands glorie ter zee, 1880

Ki_4898_to_p_II_afb 3

P.J. Andriessen. Michiel Adriaansz. de Ruyter, 1876

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaderlandsliefde was een belangrijke deugd in de negentiende eeuw, daar getuigen vele 1823jeugdboeken over ‘vaderlandsche helden’ van. De zeventiende-eeuwse Michiel de Ruyter was een van de meest populaire figuren. In het Centraal Bestand Kinderboeken zijn 189 titels van jeugdboeken over Michiel de Ruyter te vinden, gedateerd van 1799 tot 2013.

Een aantal van die jeugdboeken is al digitaal toegankelijk. U vindt ze via het Centraal Bestand Kinderboeken op trefwoord Ruyter, Michiel Adriaensz. de. Ook op centsprenten werd De Ruyter vereeuwigd: Het leven van De Ruiter (Funke no. 9) is bij de Zeeuwse Bibliotheek digitaal beschikbaar en op de SGKJ website staat een fraaie in kleur gedrukte prent van I. de Haan (no. 98). In het nieuwe standaardwerk Kinderprenten Volksprenten Centsprenten Schoolprenten zijn er nog vier te vinden: Funke 98, C.J. Koster 13,Kannewet 95 en Schuitemaker 50.

De Haan 98H - De Ruiter

Het Scheepvaartmuseum doet meer: ze vertellen het ‘echte en eerlijke verhaal’ achter Nederlands grootste zeeheld via rondleidingen, stadswandelingen en lezingen.

 

Jeannette Kok

Een korte speurtocht naar een kapot oud boekje

Onlangs kreeg ik een deerlijk gehavend boekje in handen, zonder titel of andere gegevens. Dat maakt nieuwsgierig. Het boekje bestaat uit 8 eenzijdig bedrukte pagina’s, in een kaftje met daarop vogels en bloemmotieven gedrukt in blauw, bruin en zwart. Mogelijk sierpapier of behangpapier. Achterin het boekje staat driemaal een naam geschreven: G.C. van der Gaag. Helaas heeft de eigenaar er geen jaartal en/of plaats bij gezet.

oud boekje (1) omslagoud boekje (7)

 

 

 

 

De acht pagina’s bevatten bovenaan een titel, dan een omkaderde litho (12 x 8,2 cm), en daaronder vier regels rijmende tekst. De litho’s zijn ongesigneerd, en met de hand gekleurd met blauw, rood, bruin en geel. Omdat de onderkant van de pagina’s beschadigd is, is de tekst van de vierde regel niet altijd helemaal leesbaar. Bij gebrek aan verdere aanknopingspunten begon ik met het doorbladeren van Lust & Leering. En daarin vond ik twee bijna identieke afbeeldingen, waaruit bleek dat het gehavende boekje een editie is van De geschiedenis van een ryk en van een arm kind : in afbeeldingen voor de jeugd. oud boekje ex. UBA  (1) a omslag

De tekst bij de twee in Lust & Leering opgenomen afbeeldingen is identiek, maar bij Buijnsters cursief gedrukt. De lay-out van de pagina’s verschilt ook: geen boventitel en een niet-omkaderde afbeelding. De afbeeldingen in Lust & Leering zijn zo te zien handgekleurd, maar in zwart-wit afgedrukt. Duidelijk is te zien dat de illustraties kleine verschillen vertonen, het betreft een andere steendruk. Buijnsters geeft als uitgever ‘[Düsseldorf] , Arnz & Comp., [ca. 1845]’. In Tresoar in Leeuwarden is ook een exemplaar aanwezig, daar wordt Leiden als plaats van uitgave genoemd.

Bij Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam is een exemplaar in redelijk goede staat aanwezig. De uitgever daarvan staat op de voorkant: Turnhout, Glenisson en Van Genechten, 1842. Deze editie heeft 4 afbeeldingen meer dan het gehavende exemplaar. Het kapotte boekje blijkt onvolledig, de oorspronkelijke omslag en de eerste en de laatste twee pagina’s ontbreken; die tonen de pas geboren kinderen, en het uiteindelijke lot van het arme en het rijke kind als volwassenen.

Wat ook opvalt, is dat bij vergelijking van de afbeeldingen in beide boekjes en in Lust & Leering er nu al sprake is van drie verschillende edities.

gehavend boekje

oud boekje ex. UBA (5) sjouwwerk

exemplaar UB Amsterdam

oud boekje in LenL (2) sjouwwerk

afbeelding in Lust & Leering

 

 

 

 

 

 

 

Het moet een populair onderwerp zijn geweest: uitermate opvoedend, met een moraal die aangeeft dat godsvrucht en hard werken lonen, en verwennerij leidt tot liederlijkheid en gevangenisstraf.

gehavend boekje

exemplaar UB Amsterdam

oud boekje in LenL (4) drank

afbeelding in Lust & Leering

 

 

 

 

 

 

 

 

In de laatste afbeeldingen wordt dat nog eens heel duidelijk gemaakt.

oud boekje ex. UBA (8) bew.

exemplaar UB Amsterdam

 

 

 

 

 

 

 

Jeannette Kok

Kleurboeken voor volwassenen?

De Volkskrant van 29 oktober 2014 onthult een nieuwe trend in boekenland: kleurboeken voor volwassenen! Ze kunnen die kleurboeken gebruiken om te onthaasten. Velen zullen herinneringen hebben aan de tijd dat ze als kind helemaal op konden gaan in het kleuren, vooral als het buiten pijpenstelen goot. Inderdaad misschien iets om weer eens op te pakken, in een tijd waarin zelfs pensionado’s het druk-druk-druk hebben?

Tijd om eens naar dit vaak verwaarloosde cultuurgoed te kijken. In het Centraal Bestand Kinderboeken (CBK) staan bij het genre ‘Kleurboeken’ maar liefst 853 titels. De selectie in het CBK bevat 28 titels uit de 19e eeuw en 126 titels uit de periode 1900-1940. Daarna schommelt het aantal per decennium tussen 58 en 98 titels, met een uitschieter in de jaren vijftig van 129 titels. Dat heeft mogelijk te maken met het aanbod: mensen die in de jaren vijftig kind waren gaan kleiner wonen, ruimen hun zolders op en brengen hun boeken naar kringloopwinkels, die de Koninklijke Bibliotheek dan weer voorzien van dit materiaal. Deze aantallen zeggen weinig over wat er destijds te koop was; het laat alleen zien wat tot nu toe bewaard is in de 17 bibliotheken die in het CBK tonen wat ze in huis hebben.  De oudste Nederlandse titel in het CBK is het Nieuw tekenboekje voor de jeugd van uitgeverij Maaskamp, vier deeltjes verschenen tussen 1807 en 1809, ‘in couleur en in het zwart’ met afbeeldingen van landschappen, wilde dieren, tamme dieren en ‘vrugten en fruiten’. Uit annotaties in het CBK blijkt dat de kleurplaten van de KB-exemplaren zijn ingekleurd.  Kleurboeken voor de Ned. jeugd

Kleurboeken kunnen in twee soorten worden verdeeld: kleurboeken van bekende uitgevers en illustratoren; en anonieme uitgaven zonder naam van de illustrator en uitgever/drukker.

Kleurboeken van bekende uitgevers en illustratoren

In het CBK zijn bij de kleurboeken bijzondere uitgaven aan te treffen van gerenommeerde uitgevers zoals Evert Maaskamp, P. Kluitman en H.J.W. Becht. En vrij veel kleurboeken die door bekende illustratoren zijn gemaakt, zoals Kate Greenaway, Water Crane, Jan Rinke, Rie Cramer, Daan Hoeksema, Sijtje Aafjes, Leo Le Blanc, Piet Marée, Piet Worm, Antoinette van Dijk, Piet Broos, Ies Spreekmeester, Willy Schermelé, Rein Stuurman, Dick Bruna, Lucy Cousins, Eric    Carle, Marianne Busser, Max Velthuijs en Jet Boeke.

Kleurboeken Vier kleurpotlodenkleurboeken El Pintor

 

 

 

 

 

Ook El Pintor (zie De verbeelders) maakte er een: circa 1943 verscheen El Pintor’s kleurenboek, om te kijken om te kleuren om te lezen om te leren. Het bevat acht platen om zelf te kleuren, een kleurenschijf en informatie over mengen en drukken van kleuren.

Anonieme kleurboeken

Het CBK levert 170 kleurboeken op zonder uitgeversnaam. Soms wijst een logo op een buitenlandse uitgever, zoals J. Scholz in Mainz of naar een groothandel als Tobias Groen & Co. Bij nog meer kleurboeken ontbreekt de naam van de illustrator. Slechts een enkele keer kan die naam via een signatuur achterhaald worden. Dit type kleurboek bevat zelden een jaar van uitgave, en dat maakt het moeilijk om ze goed te dateren. Onderzoek naar stijlkenmerken en naar afbeeldingen van voorwerpen, mode en speelgoed zou daarbij enige uitkomst kunnen bieden. Kleurboeken van anonieme illustratoren en uitgevers horen bij de ‘fabrieksprentenboeken’ (zie daarover het hoofdstuk van Theo Gielen in Prentenboeken, ideologie en illustratie). Het is efemeer drukwerk, dat niet belangrijk werd gevonden en niet actief werd verzameld. Ze werden vaak verkocht in speelgoedwinkels en warenhuizen en cadeau gegeven bij bepaalde producten.  Kleurboeken Flip en Flap

In 1984 verscheen een artikel van Gunter Otto: Malbuch : ein multifunktionales Kindermedium, dessen Bedeutung nur die Hersteller erkannt haben. Tessa Rose Chester maakte in 1993 een catalogus van Painting and coulouring books die zich bevinden in de Renier Collectie in het Bethnal Green Museum in Londen. Nederlandse literatuur over het verschijnsel kleurboek heb ik niet kunnen vinden. Een mooie klus voor een student of een verzamelaar om eens onderzoek naar dit type erfgoed te doen?

 

Onderwerpen

Sommige kleurboeken zijn educatief, zoals deeltjes van Beeldschrift van W. Haanstra en Louise Hardenberg, andere puur om te amuseren. Soms slaat de uitgever nog een slaatje uit eerder gepubliceerd werk, zoals bij het kleurboek De kleine schilder (Becht), met illustraties ontleend aan De guitenstreken van Pieter en zijn hond. Sprookjes, dieren en speelgoed zijn geliefde onderwerpen. Reclame-uitgaven bedienden zich ook van het kleurboekconcept, zoals De avonturen van Flip en Flap van Douwe Egberts. Levers zeepmaatschappij kwam met De poppenwas met Sunlight Zeep, lees-, teken-, kleur-, en knipboekje. In het CBK zijn 71 titels van kleurboeken ook als reclame-uitgaven gelabeld.

Een enkel kleurboek kan worden gezien als een kleurboeken Sunlightzeeptijdsdocument: Hoera! de Canadezen komen, kleurboek uit 1945 is daar een voorbeeld van. Het anoniem verschenen boek bevat afbeeldingen van Canadese soldaten die begroet worden door kinderen bij de bevrijding van Nederland.

Kleurboeken Canadezen

Historische figuren en gebeurtenissen worden ook als kleurboek uitgebracht: Hugo de Groot : historisch kleurboek en Nova Zembla : historisch kleurboek werden door de firma Smeets in Weert gedrukt. Michiel de Ruyter: de draaiersjongen, die admiraal werd verscheen bij ‘Sparo’.

In 1949 verscheen een Rooms-katholiek boek met kleurplaten als extraatje: Nog veertien dagen: voorbereiding voor de eerste heilige communie. Anne de Vries kwam in 1959 met een Kinderkleurbijbel en in 2014 verspreidt Ark Media het geloof nog steeds in kleurboeken.

Fictieve personages worden ook in kleurboeken vereeuwigd: Gulliver en Don Quichotte kregen een kleurboek van een onbekende uitgever/drukker. Er bestaan kleurboeken met zwart-wit prentbriefkaarten, die door kinderen gekleurd kunnen worden, met aan de achterkant ruimte voor naam, adres, postzegel en eigen tekst. Een enkele keer worden wascostiften, krijtjes, kleurpoKleurboeken Jommeketloden of napjes met waterverf verwerkt in de band van het kleurboek.

Het kleurboek blijft een geliefd concept, de laatste jaren verschijnen er mandalakleurboeken, bijbelkleurboeken, kleurboeken met Nijntje, Barbapappa, Dikkie Dik en vele anderen.

 

 

kleurboeken

kleurboeken Dikkie DikKleurboeken Dieren-abc van website SGKJ
Jeannette Kok

Jan Sluijters als illustrator

Jan Sluijters Engelsche jongen op een Hollandsche school 4e druk (1)

Een Engelsche jongen op een Hollandsche school / P.J. Andriessen. 4e druk, 1903

In Museum De Fundatie in Zwolle zijn 77 politieke spotprenten te zien van Jan Sluijters (1881-1957) over de Eerste Wereldoorlog. De Volkskrant wijdt op 19 september 2014 twee pagina’s aan deze tentoonstelling, die door kunstenaar Rob Scholte is samengesteld. In de reportage vertelt schrijver Michiel Kruijt hoe verbaasd Scholte was over deze prenten van societyschilder Sluijters, bekend van ‘lieflijke kinderportretten, vrouwelijk naakt en bloemboeketten’. Het kostte Scholte zes jaar om alle prenten te verzamelen, die als bijvoegsel bij De Nieuwe Amsterdammer waren verschenen. Het was geen populair materiaal: dit maatschappelijk betrokken werk wilde men liever niet zien.

 

 

Jan Sluijters Genoveva Pressense 2e druk (2)

Genoveva / naar het Fransch van E. de Pressensé. 2e druk, 1902

Dat Sluijters naast zijn schilderwerk ook veel (kinder)boeken illustreerde komt in het artikel niet voor. Dat aspect wordt ook bij tentoonstellingen over zijn werk meestal genegeerd. Ook Wikipedia meldt zijn illustratiewerk niet.

Vandaar dit blogje waarin wat cijfers worden genoemd, en voorbeelden van het illustratiewerk van Sluijters worden getoond.

Jan Sluijters begon in 1898 met illustreren, toen hij 17 jaar was. Dat was voor een boek van Tine van Berken: Onder ons : drie verhalen. (Becht). Uit onze nationale catalogus, de Brinkman, blijkt dat Sluyters / Sluijters in de periode 1901-1910 voorkomt met maar liefst 68 vermeldingen als illustrator. In de periode 1911-1915 komt zijn naam ook 68 maal voor, in 1916-1920 loopt de vermelding van zijn naam sterk terug: 20 maal, en in 1921-1925 wordt hij 22 maal genoemd. Favoriete auteurs waarvoor hij werkte zijn Suze Andriessen, Tine van Berken en P. Louwerse. Hij illustreerde ook voor populaire schrijvers als S. Abramsz, Truida Kok, H. Gras, C. Joh. Kieviet, Karl May, Top Naeff, J.B. Schuil, J. Stamperius en Theo Thijssen.

Jan Sluijters Jongensdagen 1909 (3)

Jongensdagen / Theo Thijssen. 1909

Jan Sluijters Kieviet Ab en zijne vrienden (2)

Ab en zijne vrienden / C. Joh. Kieviet. 1903

Jan Sluijters Levende beelden Abramsz (10)

Levende beelden : schetsen uit de hoofdstad / S. Abramsz. 1909

 

 

 

 

 

 

 

Het aantal door Jan Sluijters geïllustreerde boeken kan groter zijn, want in veel gevallen wordt in Brinkman de illustrator niet vermeld. Hij werkte voor verschillende uitgevers, het meest voor H.J.W. Becht en voor de reeks De nieuwe bibliotheek voor de jeugd van uitgever L.J. Veerman.

Jan Sluijters Onze kinderversjes van vroeger en nu 5e dr (3)

Onze kinderversjes vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929.

Jan Sluijters 5e dr (1)

Onze kinderversjes van vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929

Jan Sluijters Wilde wingerd Berken (1)

Wilde wingerd / Tine van Berken. 2e druk, 1903

 

 

 

 

 

 

 

Saskia de Bodt schrijft in Prentenboeken, ideologie en illustratie 1890-1950 dat zijn stijl bij het illustreren – in tegenstelling tot zijn schilderwerk – behoudend en realistisch is, en varieert van lijntekeningen tot silhouetten. Er zijn sfeervolle, gevoelige en grappige illustraties, sommige zien er uit als linosneden, andere alsof er delen met spatwerk zijn gemaakt.  Sluijters maakte ook heel veel bandontwerpen.

Werk dat evenzeer aandacht verdient!

Jeannette Kok