Monthly Archives: June 2018

Doedelzakspelers, mei 1945

Toen ik de autobiografie van Marten Toonder aan het lezen was kwam ik een beschrijving tegen waarbij onmiddellijk een beeld in mijn hoofd opkwam. In het tweede deel, getiteld Het geluid van bloemen over de periode 1939 – 1945, staat beschreven hoe Marten Toonder en Phiny Dick de bevrijding beleefden. Na de schietpartij op de Dam, waarbij  SS’ers vanuit de Groote Club op de feestvierende menigte schoten, waren beiden aangedaan en verdrietig. De dag daarna gingen ze bij vrienden in de Vijzelstraat naar de intocht van de bevrijders  kijken. Zo beschrijft Marten Toonder die gebeurtenis:

“Zo zaten we daar in Noordams erker en keken naar de lege Vijzelstraat, voorbereid op alles behalve de werkelijkheid.

Er stonden veel mensen langs de kant, maar verkeer was er niet, en er hing een verwachtingsvolle stilte. En daarin klonk, heel in de verte, een vreemd, onaards geluid dat langzaam dichterbij kwam. Het was een soort muziek, maar niet van de vrolijke of heldhaftige soort; eerder een beetje melancholiek.

Ik weet niet wat de anderen dachten, maar wij keken elkaar vol verbazing aan, en die ging over in een vreemde opwinding. Het waren doedelzakken, en het leger dat zijn intocht hield, bestond uit Schotten. Brede rijen Schotten in kilts met tartan, die plechtig naderbij kwamen in wat zij noemen ‘slow march’. Ze vulden de hele rijweg, voorafgegaan door een statige drum-major met een fonkelende staf – en hun muziek zwol langzaam aan, totdat de hele kamer van Noordam gevuld was met de weemoedige klanken van hun doedels en hun drums.

Het was meer dan we verdragen konden, en Phiny barstte in snikken uit terwijl ik een traan over mijn wang voelde lopen. Dit was de meest onverwachte schok van de hele oorlog.

Een schok die voor ons allebei zó groot was, dat hij onze afscherming tegen de lange gruweljaren brak en ons gevoel weer levend maakte. “

Uit: Het geluid van bloemen : autobiografie II, 1939-1945. De Bezige Bij, 1993. p 461-462.

Deze afbeelding komt uit: Hi ha Canada,  met tekeningen van Mart Kempers.  (Luctor, 1945). In 1945 was dit een heel bijzonder vormgegeven boek. Mart Kempers ( 1924-1993) was graficus, illustrator en schilder. Hij werd opgeleid aan de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam en werkte onder meer op het atelier van lettergieterij Tetterode. Daarna was hij free lance ontwerper en illustrator, later werd hij vrij kunstenaar.

De autobiografie van Marten Toonder bestaat uit drie delen, alle met op de omslag een illustratie gemaakt door Phiny Dick. Ik kan ze u aanbevelen!

 

 

In kinderboeken en prenten zijn afbeeldingen van doedelzakspelers uit andere tijden te vinden. Maar de impact van hun muziek was niet te vergelijken met die van de Schotten bij de bevrijding van Amsterdam.

Detail centsprent: ‘k Heb papaplu’s te koop, voor die niet nat wil wezen door Alexander Cranendoncq (Jan de Lange, tussen 1822-1849)

Uit: De luchtballon van Godard en Kermisvreugde (Tjaden, 1875)

Jeannette Kok