Monthly Archives: September 2014

Jan Sluijters als illustrator

Jan Sluijters Engelsche jongen op een Hollandsche school 4e druk (1)

Een Engelsche jongen op een Hollandsche school / P.J. Andriessen. 4e druk, 1903

In Museum De Fundatie in Zwolle zijn 77 politieke spotprenten te zien van Jan Sluijters (1881-1957) over de Eerste Wereldoorlog. De Volkskrant wijdt op 19 september 2014 twee pagina’s aan deze tentoonstelling, die door kunstenaar Rob Scholte is samengesteld. In de reportage vertelt schrijver Michiel Kruijt hoe verbaasd Scholte was over deze prenten van societyschilder Sluijters, bekend van ‘lieflijke kinderportretten, vrouwelijk naakt en bloemboeketten’. Het kostte Scholte zes jaar om alle prenten te verzamelen, die als bijvoegsel bij De Nieuwe Amsterdammer waren verschenen. Het was geen populair materiaal: dit maatschappelijk betrokken werk wilde men liever niet zien.

 

 

Jan Sluijters Genoveva Pressense 2e druk (2)

Genoveva / naar het Fransch van E. de Pressensé. 2e druk, 1902

Dat Sluijters naast zijn schilderwerk ook veel (kinder)boeken illustreerde komt in het artikel niet voor. Dat aspect wordt ook bij tentoonstellingen over zijn werk meestal genegeerd. Ook Wikipedia meldt zijn illustratiewerk niet.

Vandaar dit blogje waarin wat cijfers worden genoemd, en voorbeelden van het illustratiewerk van Sluijters worden getoond.

Jan Sluijters begon in 1898 met illustreren, toen hij 17 jaar was. Dat was voor een boek van Tine van Berken: Onder ons : drie verhalen. (Becht). Uit onze nationale catalogus, de Brinkman, blijkt dat Sluyters / Sluijters in de periode 1901-1910 voorkomt met maar liefst 68 vermeldingen als illustrator. In de periode 1911-1915 komt zijn naam ook 68 maal voor, in 1916-1920 loopt de vermelding van zijn naam sterk terug: 20 maal, en in 1921-1925 wordt hij 22 maal genoemd. Favoriete auteurs waarvoor hij werkte zijn Suze Andriessen, Tine van Berken en P. Louwerse. Hij illustreerde ook voor populaire schrijvers als S. Abramsz, Truida Kok, H. Gras, C. Joh. Kieviet, Karl May, Top Naeff, J.B. Schuil, J. Stamperius en Theo Thijssen.

Jan Sluijters Jongensdagen 1909 (3)

Jongensdagen / Theo Thijssen. 1909

Jan Sluijters Kieviet Ab en zijne vrienden (2)

Ab en zijne vrienden / C. Joh. Kieviet. 1903

Jan Sluijters Levende beelden Abramsz (10)

Levende beelden : schetsen uit de hoofdstad / S. Abramsz. 1909

 

 

 

 

 

 

 

Het aantal door Jan Sluijters geïllustreerde boeken kan groter zijn, want in veel gevallen wordt in Brinkman de illustrator niet vermeld. Hij werkte voor verschillende uitgevers, het meest voor H.J.W. Becht en voor de reeks De nieuwe bibliotheek voor de jeugd van uitgever L.J. Veerman.

Jan Sluijters Onze kinderversjes van vroeger en nu 5e dr (3)

Onze kinderversjes vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929.

Jan Sluijters 5e dr (1)

Onze kinderversjes van vroeger en nu / S. Abramsz. 5e druk, 1929

Jan Sluijters Wilde wingerd Berken (1)

Wilde wingerd / Tine van Berken. 2e druk, 1903

 

 

 

 

 

 

 

Saskia de Bodt schrijft in Prentenboeken, ideologie en illustratie 1890-1950 dat zijn stijl bij het illustreren – in tegenstelling tot zijn schilderwerk – behoudend en realistisch is, en varieert van lijntekeningen tot silhouetten. Er zijn sfeervolle, gevoelige en grappige illustraties, sommige zien er uit als linosneden, andere alsof er delen met spatwerk zijn gemaakt.  Sluijters maakte ook heel veel bandontwerpen.

Werk dat evenzeer aandacht verdient!

Jeannette Kok

Vlas

Wie kent tegenwoordig nog akkers met vlas? De enige plek waar ik ooit zo’n blauw bebloemd veld heb gezien was in Zeeuws-Vlaanderen. Vlas werd vroeger op veel meer plaatsen in Nederland verbouwd, om er lijnzaadolie en linnen van te maken.

In Wikipedia wordt uitgebreid uit de doeken gedaan hoe het verbouwen en oogsten van vlas in zijn werk ging en gaat. Ik kom er voor mij onbekende woorden in tegen: roten, repelen, braken, kaarden en zwingelen.

Waarom dit onderwerp? Ik kwam in een map met Meijers Prenten een mooie prent tegen uit 1875 met 6 litho’s over vlas. Vlas aa Meijers prenten (15)

In de collectie Borms-Koop van de KB zit een oudere prent met 16 houtsneden over dit onderwerp, uitgegeven tussen 1820-1839. Let wel, kinderen! en bemerkt, Hoe vlas en lijnwaad wordt bewerkt.

Beide prenten vullen elkaar mooi aan, en hieruit blijkt maar weer eens hoe informatief deze oude prenten zijn!

Vlas aa Borms 0517 detail 1

 

Vlas aa Meijers 15

 

 

 

 

Vlas aa Borms 0517 detail 2Vlas aa Borms 0517 detail 3

 

 

 

 

 

 

 

Het onderwerp komt ook voor als sprookje van Hans Christian Andersen, en in een bijzonder informatief boekje van uitgeverij Maaskamp.

In Sprookjes in den trant van Andersen door C.E. van Koetsveld, uit 1858 wordt heel beeldend beschreven hoe zo’n veld met vlas er bij staat en hoe er geoogst wordt. Het hele verhaal staat in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, maar een klein stukje van de tekst wil ik hier graag weergeven. Vlas aa Koetsveld

“Het vlas stond in den bloei. Het had zulke lieve blaauwe bloempjes, zacht gelijk de vleugelen van eene mot, en nog veel fijner. De zon scheen op het vlas, en de regenwolken besproeiden het; en dit was er even goed voor, als het voor de kleine kinderen is, wanneer hunne moeder ze wascht en dan een’ kus op het heldere voorhoofd drukt: want zij worden dan nog veel schooner, en dat werd het vlas ook. (…)

Het vlas bloeide, tot het uitgebloeid was; en groeide hooger op, en werd zwaar en sterk. Toen kwamen er mannen en vrouwen op het land, en begonnen de geelachtige stengels met wortel en al uit den grond te trekken. Toen dacht het vlas ook wel haast, dat het nu gedaan was, en dat het geheele leven eigenlijk maar een kinderspel was geweest. Maar die het uitgetrokken hadden, wierpen het niet op den mesthoop weg of in het vuur, maar zij haalden er eerst al de zaadbollen af, tusschen ijzeren tanden door; en toen stopten zij de stengels diep onder het water, en hoopten er modder en aarde op, als of zij het geheel verdrinken wilden. En toch verdronk het niet, maar het werd alleen wat geweekt en los gemaakt. Zoo werd het uit ‘t water gehaald, en op het weiland uitgespreid. (…) Het werd weder opgeraapt, en op een rooster boven het vuur gelegd. En daarop werd het eerst gebroken en toen geslagen, dat er al de stukken van de houten stengels uit en af vielen.”

Het sprookje werd in 1942 opnieuw uitgebracht in een bijzondere vormgeving door kunstenaar Bart van der Leck, in de beeldtaal van de stroming De Stijl. De geometrische vormen van letters en illustraties zijn opgebouwd uit streepjes en vlakken in primaire kleuren en zwart. Voor bibliofielen, niet voor kinderen. Vlas aa Andersen Van der Leck (3)

In een educatief-encyclopedisch kinderboek (Zie Lust & Leering) van uitgever Maaskamp: Museum voor de jeugd, met gekleurde afbeeldingen, naar het Hoogduitsch van J.H. Campe uit 1806 staat ook beschreven hoe een veld vlas er uitziet.

“Deeze onwaardeerbaare plant heeft, voornamelijke als zij bloeit, een zeer fraai en aangenaam voorkomen, dewijl het gehele veld dan met een schoon hoogblaauw overdekt is; waarbij nog komt, dat de kleine, smakelijke blaadjes en steeltjes,wegens derzelver zacht groene kleur, de planten eene zekere schoonheid geven, welke het oog hoogst aangenaam is.” [De term ‘onwaardeerbaar’ moet gelezen worden als ‘onschatbaar’].Vlas aa Museum detail

De vele stadia van de bewerking worden beschreven: als het vlas rijp is wordt het geplozen (geteerd), in schoven gebonden en in de zon gezet om te drogen. De zaden worden er in een hekelachtige ruif afgehaald, en de stengels worden dagen in water gelegd, dan afgespoeld en gedroogd (gebroeid), waarna het op een warme bakoven wordt geslagen en gebroken op een vlasbraak. Daarna wordt het nog geklopt en gehekeld.

Vlas aa boekje  (4)In 1908 vindt Corn. Van Nes uit Rijsoord dat studieboeken over vlasbewerking te onnauwkeurig zijn, en daarom schrijft hij een Korte toelichting over de vlasbewerking. Reclame achterin laat zien dat scholen een kistje met materiaal zoals ‘geroot stroo en gezwingeld vlas’ kunnen bestellen.

 

Gelukkig zijn er initiatieven om weer vlas te gaan verbouwen. Zodat we die mooie velden weer kunnen zien bloeien…

Jeannette Kok