Monthly Archives: August 2013

Ô Tyd! Ô Zeden! Welk een val : de jojo op achttiende-eeuwse centsprenten

Ô jeugd! gy ziet hier ernst en spel, Behaagt dit printtafreel u wel

De meeste mensen zullen niet weten dat de jojo al enkele eeuwen bestaat. In het onlangs verschenen boek Uit de plooi : de achttiende eeuw in beweging door Joost Rosendaal gaat een van de thema’s over dit kinderspeelgoed.

Uitgeverij Vantilt omschrijft de inhoud als volgt: “[Het boek is] divers en vol contrasten en toont de genietende mens naast voorvechters van revolutionaire politieke ideeën, wilde speculaties op de beurs naast wonen op arcadische buitenplaatsen en vrome gelovigen naast sodomieten, bandieten, hoeren en lichtmissen.” Een recensie in de NRC meldt dat een van de thema’s de jojo behandelt, een rage die rond 1790 opgang maakte. De auteur van Uit de plooi heeft jammer genoeg twee zeer toepasselijke centsprenten over de jojo uit de achttiende eeuw niet gevonden.

Ô jeugd! gy ziet hier ernst en spel, Behaagt dit printtafreel u wel. detail

Centsprenten met jojo’s

Ik wil in dit blog – met als voorbeeld de jojo – graag aandacht besteden aan twee zaken: het belang van centsprenten als bron voor afbeeldingen over het dagelijks leven, en de vindbaarheid van afbeeldingen (en teksten) over dergelijke onderwerpen.

In de collectie centsprenten van de Koninklijke Bibliotheek zijn twee prenten aanwezig die de spot drijven met het jojo fenomeen. Op beide prenten zijn het bepruikte volwassenen en geen kinderen die er mee spelen.

De eerste prent is getiteld: Ô jeugd! gy ziet hier ernst en spel, Behaagt dit printtafreel u wel, Ook tydverdryvende andre zaaken; Laat het dan uwen geest vermaaken. Op een van de houtsneden wordt het jojo-spel getoond. De prent is verschenen tussen 1761-1804 bij de Erve de Weduwe Jacobus van Egmont. (KB: SMC K 0139)

Lacht, ô kindren! om de mode, die de zotheid bragt ter baan

De tweede prent is een eenbeeldprent met de titel , die de zotheid bragt ter baan. De prent is verschenen tussen 1775-1813 bij de Erven van de Weduwe C. Stichter. (KB: Borms 0909)

Het belang van centsprenten

Voor kenners hoef ik het niet te benadrukken: collecties centsprenten vormen een ware schatkamer met beelden en teksten uit het verleden. Ze geven een goed beeld van de onderwerpen waar de Nederlandse bevolking in geïnteresseerd was. Voor onderzoekers en mensen met belangstelling voor de geschiedenis van Nederland zijn ze een waardevolle extra  bron voor onderzoek naar het dagelijks leven van onze voorouders met (verdwenen) beroepen, met kinderspel, vervoer, mode, rolpatronen, wonen en huishouden, met het bewerken van het land, armoede en rijkdom, met waarden en normen en pedagogische opvattingen. In dit voorbeeld is op de prenten te zien dat de goegemeente het eind achttiende eeuw maar een zot modeverschijnsel vond: het spel met de jojo!

Hoe zijn ze te vinden?

Het meest eenvoudig zijn beide centsprenten te vinden via de website van Het Geheugen van Nederland. Ze vormen een onderdeel van de gedigitaliseerde collectie met 1200 centsprenten. Daar levert het woord jojo 9 afbeeldingen op, waaronder beide genoemde prenten. Ook kan via diverse catalogi op “alle woorden”  “jojo”  gezocht worden. De resultaten:

  • KB –catalogus: 61 titels, maar niet de twee centsprenten die wel tot de collectie van de KB behoren;
  • Catalogus UvA: 11 titels, geen centsprenten;
  • Picarta: 430 titels, met als laatste de twee centsprenten. Doorklikkend naar de KB catalogus krijgt men daar wel de link te zien naar de afbeelding op Het Geheugen van Nederland, maar niet de inhoudelijke annotatie, die wel in Picarta getoond wordt; maar daar is de link weer niet aanwezig.
  • Centraal Bestand Kinderboeken (CBK): 51 titels, met als laatste de twee centsprenten, met volledige beschrijving en link naar Het Geheugen van Nederland.

Annotaties geven extra zoekwoorden

Picarta en het CBK geven de hele beschrijving weer en daarom kan met de zoeksleutel “alle woorden” de prent met de jojo worden gevonden. Bij beide beschrijvingen is een inhoudelijke annotatie toegevoegd waarin het woord “jojo” voorkomt.

De annotatie bij de eerste prent luidt: “Centsprent met 4 x 3 dik omkaderde houtsneden met afbeeldingen van scènes in en om het huis: een lezende vrouw in een tuin (met De Catechismus der natuur); een vrouw die voor haar minnaar citer speelt; een vrouw die boos is op haar man die gokt en drinkt; een vrouw krijgt stiekem een minnebrief; een paar dat zit te vissen; een vrouw voert de kippen; een stel vist met een totebel; een tuinierend stel; een dame wijst een (Franse) brief af die niet goed geschreven is; een ouderpaar met baby; een heer en dame spelen met een jojo (een zotte mode); een dik gekleed paar wandelt over het ijs, waar ook schaatsers zijn. Met zesregelige rijmende onderschriften, die wijze lessen bevatten.”

En de annotatie bij de tweede prent: “Centsprent met 1 houtsnede, met een afbeelding van een groep volwassenen, allen met een jojo in de hand, en een kind met een trekpop. In de rijmende teksten boven en onder de afbeelding staat hoe belachelijk men zich gedraagt met een ‘jou jou de Normandie’ in de hand. Bovenaan is een guirlande getekend met daarin speelgoed zoals een tol, een pop, een molentje. Onderaan een zotskap en een stokpop van een nar.”

Beeld vinden? Tekst nodig!

Hiermee is te zien dat het vinden van beeldmateriaal afhankelijk is van de beschrijving die ervan gemaakt wordt, en van de opname van inhoudelijke annotaties in de diverse catalogi. Helaas is het zo, dat catalogiseerders slechts weinig tijd aan een beschrijving mogen besteden. Veel erfgoed is daarom niet optimaal vindbaar, ook als het digitaal beschikbaar is. De KB- missie die inhoudt “Alles digitaliseren”, levert alleen betere en mooiere vondsten op, als de beschrijvingen (tegenwoordig metadata genoemd) worden uitgebreid. Aangezien catalogiseerders nooit de tijd krijgen voor inhoudelijke annotaties, en zelfs het toekennen van trefwoorden beperkt wordt, zal veel erfgoed moeilijk zo niet onmogelijk gevonden kunnen worden. Het is te hopen en te verwachten dat in de nabije toekomst – net als in Wikipedia – gegevens door deskundigen kunnen worden toegevoegd.

Jeannette Kok

Holland in de jaren vijftig

Texte de P. François et J.M. Guilcher ; illustrations de Gerda. Flammarion 1954

De collectie prentenboeken van Atie Siegenbeek van Heukelom, geschonken aan Bijzondere Collecties van de UB Amsterdam, bevat veel bijzondere buitenlandse prentenboeken. Eén daarvan geeft een beeld van Nederland in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Jan de Hollande verscheen in de reeks Les albums du Père Castor bij uitgeverij Flammarion in Parijs, in 1954. Het boek maakt deel uit van een aantal boeken over kinderen in verschillende landen: Les Enfants de la Terre.

 

De illustrator van dit boek is de Nederlandse Gerda Muller, geboren in Naarden in 1926, en opgeleid in Amsterdam en Parijs. Dat ze Nederland goed kende, blijkt wel uit de illustraties. Wat laat ze Franse kinderen zien van Nederland? Ze toont Nederland aan de hand van een gegoede familie met vier kinderen in een groot huis waar muziekinstrumenten en boeken deel uitmaken van het interieur. Een moeder die thuis voor de kinderen zorgt, een vader die per auto de villa verlaat om iets in de haven te gaan doen. Natuurlijk zijn de typisch Nederlandse elementen aanwezig: bollenvelden en molens, sneeuwpret en Sinterklaas.

Wat dit prentenboek voor de hedendaagse kijker extra leuk maakt, zijn de dagelijkse gewoonten en gebruiken van de jaren vijftig, die in kleurige illustraties zijn vastgelegd: de groenteboer en de melkboer, die met paard en wagen langs de deur kwamen, de bakker die zijn ronde per bakfiets met hulpmotor deed. De fietsers, die de raarste zaken per fiets vervoeren. De poppenkast op de Dam, en een aantal jonge ‘klaar-overs’. Veel herkenbaars voor ouderen onder ons, al kan lang niet iedereen terugkijken op zo’n welvarend milieu.

Gerda Muller tekende op de voorkant een blonde jongen zittend op de bagagedrager van zijn fiets: een stoere houding voor jongens in die dagen. Ze beeldt hem af met een bos tulpen in zijn fietstas tegen een achtergrond met weiden, water en een molen. Een tijdsbeeld dat nu enige melancholie oproept naar een voorgoed verdwenen verleden.

 

 

 

 

 

Jeannette Kok