Thompson, nr. 41, Rotterdam ca. 1835

 

Als men de Weereld wel beziet, - Hier is verkeerdheid, anders niet…

 

 

Uitgave van W. Thompson, werkzaam te Rotterdam van 1835 tot 1838. Afbeelding van 6x6 houtsneden, mogelijk gecopieerd naar Rynders 12. Deze prent geeft dezelfde taferelen maar anders gesneden, in afwijkende volgorde en met andere verzen.

Adres: Te ROTTERDAM bij W. THOMPSON.

 

Vindplaats.: kopie in verz. BK; ref. M.de Meyer (ex Van Kuyk).

 

taferelen

1. omgekeerde wereldbol

2. vis hengelt naar visser

3. varken rookt pijp

4. vissen nestelen in de bomen

5. vogels nestelen in het water

6. de toren staat in de klok

7. muis jaagt op kat

8. bok scheert barbier

9. het huis staat op de gevel

10. de molen staat op de wieken

11. de haan draagt laarzen

12. kind leidt moeder aan tuig (leert moeder lopen)

13. hond dresseert baas

14. varken is militair

15. de wereld loopt op stelten

16. witte hond vangt zwarte rat (spreekwoord?)

17. ganzen vangen een vos

18. jager heeft kat als jachthond

19. vrouw aan de schaafbank

20. man aan de wastobbe

21. kerk op de toren

22. paard berijdt man

23. os maait gras

24. paard ment de voerman

25. varken schrobt de slager

26. kind geeft moeder pap

27. os zit op ezel

28. haas jaagt op hond

29. os slacht slager

30. ratten vliegen door de lucht

31. de hamer slaat de smid

32a. kind draagt moeder

32b. moeder speelt met de pop

33. klok hangt aan de klepel

34. kind geeft de meester een plak

35. de kat is veerman

36. de wereldbol valt om

 

 titelvers

Als men de wereld wel beziet,

Hier is verkeerdheid, anders niet.

Doch Kindren! Daar zyn vele zaken,

Door Deugd en vlyt weêr redt te maken.

 

teksten:

  1. Hetgeen men ziet moet / men gelooven, / Hier staat de wereld op ’t / onderst’ boven.

2.      Kinderen! Die wat / nieuws verlangd, / Ziet hoe de Visch de Vis- / scher vangd.

3.      Waar werd ooit zotter / kool gekookt, / Daar ’t Varken hier een / Pypje rookt.

4.      Hier nesteld, vry en on- / beschroomd, / Het gladde vischje in ‘t / geboomt’.

5.      Geen zotter kuur een Vo- / gel deê, / Deez’legd zyn eiren in / de Zee.

6.      Hier heeft Verkeerdheid, door den haasr, / Den Thoren in Klok de / geplaatst.

7.      Hier word, dit is een / zot abuis, / De kat gevangen door / de Muis.

8.      Zie, lieve Kinderen! Zie / eens hier, / Dus scheerd de Bok de / Barrebier.

9.      Hier plaatst men, of ‘er / iets ontbrak, / De woning boven op het / Dak.

10.  Zie, lieve Kinderen! Zie,  / dat ’s knap, / De Molen op de / Kap.

11.  Hier heeft de krom ge- / klauwden Haan, / De Stevels van den Rui- / ter aan.

12.  Zie, Jongens, dit is regt / verkeerd, / Daar ’t Kind zyn Moeder / loopen leerd.

13.  Hier rysd verkeerdheid / in den top, / De Hond geeft zynen / Meester klop.

14.  Linksom, regtsom, bos- / temaat, / Hier is ’t Varken een / Soldaat.

15.  Hier is verkeerdheid op- / gehoopt, / De Weereld nu op stelten / loopt.

16.  Hier vangd, het is ver- / keerd nog zot, / De witte Hond de zwar- / te Rot.

17.  Zie deze Ganzen met el- /  kaêr, /  Het Vosje vatten in het / hair.

18.  Wie had het ooit zoo zot / verwagt. / Deez gaat hier met een / Kat ter Jagt.

19.  Wie of het zoo raar ver- / draaijen kan, / Hier speeld de Vrouw / voor Timmerman.

20.  De Man, die ge aan de / Wastob ziet, / Is zeldzaam , doch on- / mooglyk niet.

21.  Kond gy het ooit ver- / keerder hooren, / Hier Praald de Kerk op de Thoren.

22.  Zie, zie het allerzotste / wonder, / Het Paard is boven, den / Man onder.

23.  Wat staat den Os zyn poot / verdraaid, / Terwyl hy hier het Gras / afmaaid.

24.  Hier loopt de Weereld op / zyn end, / De wyl hetPaard de Voer- / man mend.

25.  Hier spand verkeerdheid / wis de kroon, / Het Varken schrapt de / Slager schoon.

26.  Zie, Vrienden ! zie, een / rare grap, / Hier geefd het Kind zyn / Moeder pap.

27.  Zie, welk een rare grap / is dit, / Daar Osbuur op Neef Ezel / zit.

28.  Wie zag hetzoo verdraaid / zoo dwaas, / De Hond moet loopen / voor de haas.

29.  Hier kend verkeerdheid / paal nog maat, / Daar de Os hier zelf de / Slager slaat.

30.  Zie, Kindren ! zie, wat / vreemde klugt, De Rotten vliegen door / de Lucht.

31.  o welk een zotte grap / is dit / De Hamer beukt zijn / eigene Smit

32.  Zie hoe het kind zyn / Moeder draagd, / Terwyl haar de Hans- / worst behaagd.

33.  Hy die zyn Hembd draagd / op zyn Rok / Is als de Klepel op de / Klok.

34.  Wie heeft het zoo ver- / draaid beleefd, / Daar ’t Kind de Meester / plakken geefd.

35.  Hier blinkt verkeerdheid / helder uit, / Terwyl de Kat roeid in de / Schuit.

36.  Men zegd, de Weereld / loopt op ’t end, / Maar dat ’s verkeerd op / deze Prent.

 

 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 28 March 2010.

Overname, kopiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl