De firma Stichter, nr. 66,  Amsterdam ca. 1800

 

Ziet Kindren! wat men u wil leeren.

 

 

Meer dan 150 jaar waren de Stichters, afkomstig uit Antwerpen, als drukkers werkzaam te Amsterdam. Het bedrijf begon in 1646 met Cornelis Jansz Stichter, die werd opgevolgd door zijn zoon Johannes. Merkwaardig is dat sommige uitgaven van Johannes volgens het adres zijn gedrukt te Rotterdam. Omstreeks 1700 is de weduwe van Johannes actief geweest; zij werd opgevolgd door Cornelis die ook maar enkele jaren tot 1705 werkzaam was. Na zijn overlijden zette zijn weduwe het bedrijf voort. Onder de naam  Erfgenamen van de weduwe Cornelis Stichter bleven de Stichters als drukker actief tot het bedrijf in 1813 werd overgenomen door C.C.L. van Staden.Het fonds bestond in hoofdzaak uit drukwerk dat gemakkelijk verkocht, zoals religieus drukwerk zowel van katholieke, als van protestantse signatuur: bijbels, tractaatjes, heiligenleven en catechismussen. Daarnaast schoolboekjes, verhalen en gelegenheidsdrukwerk, maar het bekendst zijn de Stichters door de talrijke almanakken die zij hebben uitgegeven in allerlei soorten en maten. De oudste is J. Haringhuysens Schrijf Almanach uit 1686, maar bekendste en nog steeds bestaand is de Enkhuizer Almanak, voor het eerst gedrukt in 1700. Almanakken kwamen vaak in zeer hoge oplagen, tot wel 10.000 of meer van de pers en leverden een groot en stabiel aandeel in omzet en winst van de drukker. Nuttig in de snelgroeiende stad Amsterdam was ongetwijfeld de uitgave van Weg-wyser van alle grachten, straten, en steegen der stadt Amsterdam, benevens de voornaemste gebouwen en huysen der selver stadt. als mede de groote der stad Amsterdam. Voor sommige uitgaven werkten de Stichters samen met andere drukkers, maar voor hun rekening werden ook boeken in Antwerpen en Leuven gedrukt.

 

Van de 36 taferelen met tweeregelige versjes op de omgekeerde wereldprent is een groot aantal bekend van oudere prenten; enkele zijn origineel verbeeld, zoals het kind voert haar moeder in de kakstoel en de leerling in de stoel van de meester. Stichter, die volgens De Meyer veel nieuw gesneden prenten heeft uitgegeven, heeft ook een aantal nieuwe voorstellingen toegevoegd, zoals de toren in de klok, de gevel op het huis, de molen op de wieken en de klok hangt aan de klepel. Er komen op deze prent ook afbeelding voor die niet tot de omgerkeerde wereld horen, zoals de haan loopt gelaarsd en gespoord, de os maait gras, de os op de ezel, de kat(?) als veerman en de eend boven de omgevallen wereldbol. Het laatste tafereel –de wereld loopt op z’n einde-  is vermoedelijk aan Duitse voorstellingen ontleend, gezien de overeenkomst van Ende (einde) met Ente (eend). Speciale vermelding verdient het ‘nieuwe’ tafereel de wereld loopt op stelten. Deze voorstelling van de ‘verkeerde wereld’ is al oud en komt volgens De Meyer als miserecordia (zitbankje) uit de 16e eeuw voor in de kerk van Hoogstraten.[1]

Stichter heeft onder nummer 194 nog een tweede omgekeerde wereldprent uitgegeven.

De prent is gecopieerd door Rynders (12) en herdrukt door Van Staden (97) en Noman (188).

Adres: Te Amsterdam, by de ERFGEN. Van de Wed. C.Stichter, Boekverkopers in de Warmoesstraat, schuin over de Oude Kerksteeg, in de Oude Berg Calvarie, in N. 119

 

Vindplaats: verz B.-K., Waller-X, NOM

1. De Meyer 1961b

 

taferelen

1. omgekeerde wereldbol

2. vis hengelt een man

3. aap rookt pijp

4. toren in de klok

5. vogel nestelt in het water

6. vissen nestelen in de bomen

7. huis staat op de gevel

8. schaap scheert herder

9. rat jaagt kat

10. kind leidt moeder aan tuig

11. haan loopt op laarzen

12. molen hangt ondersteboven in de lucht

13. wereld gaat op stelten

14. zwijn is soldaat

15. hond dresseert baas

16. kat volgt de jager als jachthond

17. ganzen vallen de vos aan

18. hond jaagt op rat

19. kerk staat op toren

20. man doet de was

21. vrouw staat aan de schaafbank

22. paard ment man

23. koe maait gras

24. paard berijdt ruiter

25. os rijdt op ezel

26. a. kind voert moeder

26  b. moeder zit in kakstoel

27. varken schrobt slager

28. ratten en muizen vliegen

29. os slacht slager

30. paard berijdt ruiter

31. klok hangt aan klepel

32. kind draag moeder

33. hamer slaat smid

34. kat is veerman

35. a.leerling geeft de meester een plak

36 b. leerling zit in meesters stoel

36. de wereld(bol) is omgevallen

 

 

Teksten en verzen

Ziet Kindren! wat men u wil leeren ,

Wilt ge in de Waereld wel verkeeren ,

 

 

Ziet men de Waereld hier ver- / keerd,

’t Is om dat zy verstand ont- / beert

 

De Baars kan hier de Visser / vangen ,

Die aan de angelhoek blyft / hangen.

 

Hier zit het Varken met ge- / mak ,

En rookt , als Baas, een pyp / Tabak

 

Hier ziet men in de Klok den / Toren,

Zoo kan men haar geluid niet / hooren.

 

Hier houdt de Duif in ’t hok / geen steê ;

Maar kiest haar Eijernest in / Zee.

 

Hoe is verkeerdheid toegeno- / men ,

De Visschen nestelen in de boo- / men

 

’t Is raar de Gevel onder het / Huis ,

Misschien door een verkeerd / abuis.

 

De langebaardeBok scheert / moedig

Den baardenloozen  Barbier spoe- / dig.

 

Ziet hier hoe yvrig is de / Rot

Op ’t vangen van de Kat / verzot.

 

Verkeerde wegen staan ‘er / open ,

Daar ’t Kind de Moeder zelv’ / leert loopen.

 

Wel, Haantje ! zoo gelaarsd , / gespoord.

’t Is Krijgsmans trant , maar niet / als ’t hoort.

 

Wanneer de Molenaar blijft dolen ,

Raakt op de Wieken wel de Mo / len

 

De Wereld loopt op Stelten, daar

Men Twist en Oproer wordt ge- / waar.

 

Daar ’t Zwyn den Grenadier wil / toonen ,

Moet het den Grenadier bewonen.

 

De Hond dryft hier den Meester / voort ,

Verkeerdheid is ’t die ’t regt stoort.

 

Geen Windhond, maar een kat , veel / trager ,

Volgt, ô verkeerdheid ! hier den Jager.

 

De Ganzen plukken hier den Vos ,

En gaan op hem, ô wonder! los

 

De Hond komt loos de Rot be- / lagen

Om haar als klokspys op te knagen.

Daar deeze Prent het zelf u zegt ,

Doet niets verkeerd, maar alles recht.

 

 

De Kerk, hoe kan ’t verkeerder / gaan ?

Zie men hier op den Toren staan

 

DeMan ter Tobbe staande aan ’t was- / schen

Doet werk, dat nooit een Man moet / passen.

 

De Vrouw ter schaafbank , voor de / Man ,

Wil toonen dat zy timmeren kan.

 

Verkeerdheid is vooral te kennen ,

Daar men het Paard de Man ziet / mennen.

 

De Koe , juist of ze een Maaijer / was ,

Slaat hier aan ’t Seissen door het Gras

 

‘tPaard op denMan zoo losgezeten,

Doet elk daar van ’t verkeerde / weeten.

 

’t Is zeker een verkeerde Tyd ,

Daar de Os dus op den Ezel / rydt.

 

’t Kind geeft deMoeder hier gezeten

Ten Kakstoel, Pap (ô vreemdheid!) te eeten.

 

Het Verken schrobt (dat ’s vreem- / der nog ,)

Alhier den Slagter in den Trog.

 

De Rotten vliegen , ook de Mui- /zen ,

Verlatende hun hol en huizen.

 

De Slagter moet er vast meê rollen ,

Daar hy zich ziet door de Ossen / dollen.

 

Ziet hier het Paard de Man beryden

Daar ’t zoo gaat zijn ’t verkeer- / de Tyden.

 

De Klepel op de Klok beduidt.

Dat men niet hoort dat hy ooit / luidt.

 

’t Kind draagt de Moeder als een / Popje.

Terwyl zy speelt met een Hansöpje.

 

Foei ! wat verkeerd geweld is dit.

Ai, ziet ! de Hamer slaat den / Smit !

 

Wie zag ooit eene zaak als dat ?

Voor Schuitenvoerder speelt de / Kat.

 

De Schoolknaap zit in’s Meesters / Stoel ,

En stelt hem zelfs de Plak ten doel.

 

Die ’t oog op ’t laatste Prentje / wendt .

Ziet van de Wereld hier het End.

 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl