Rüdiger, nr. 28, Dresden ca. 1770           

-, Die Welt hat sich jetzt...

 

 

 

Van de prenthandelaar en graveur Carl Friedrich Rüdiger (1748-1808) is niet veel bekend. De Duitse schilder Richter beschrijft in zijn Lebenserinnerungen hoe hij Rüdiger  ‘..die Schäferstrasse hinabwandeln sah. Groszer Dreimaster, zwei Haarwülste und Haarbeutel, apfelgrüner Frackrock, Schnallenschuhe und langes spanisches Rohr, schritt er ehrenfest daher’. Verder beschrijft Richter het genoegen dat hij beleefde aan de centsprenten met soldaten, de verkeerde wereld, het ganzenbord en de jaargetijden.

De handgekleurde gravure  met twintig afbeeldingen op 4 rijen. Hierop komen een aantal taferelen voor die nog niet eerder waren vertoond. De gans die de boer kruit, de ruiter achterstevoren op een paard en -voor het eerst- de bekende voorstelling uit de Piet de Smeerpoetsboekjes waarop een haas op een jager schiet. Andere taferelen hebben een originele uitbeelding gekregen, zoals paarden die een schip op het land voort trekken en het paard dat vrouwen ment, gespannen voor een zeilwagen!

Adres: Zu haben bey G:F:Rüdigern in FriedrichStadt beÿ Dreszden.

 

Afbeelding bij Vogel (1981), afb. 29.

 

Taferelen

  1. de gans rijdt de boer in een kruiwagen

  2. de ezel berijdt de boer

  3. het schip vaart door paarden getrokken op land

  4. het kind voert de moeder

  5. de leerling onderwijst de schooljuffrouw

  6. de papegaai leert de man (in een kooi) praten

  7. de arme geeft de gijke een aalmoes

  8. het paard ment de vrouwen voor de zeilwagen (!)

  9. de os slacht de slager

  10. de haas schiet de jager

  11. de blinde leidt de ziende

  12. vogels vangen een man in het net

  13. de kreupele draagt de gezonde

  14. de ruiter zit achterste voren op het paard

  15. vissen nestelen in de bomen; de vogels in het water

  16. de heer gaat te voet; de knecht rijdt te paard

  17. de hen zit op de haan

  18. de vrouw draagt hoed, stok en broek van de man

  19. het paard drijft de boer voor de ploeg

  20. de koe karnt boter

 

Teksten en verzen
1. Die Welt hat sich jetz umgekertWei nun die Gansz zu Margte faehrt.
2. Die Freiher traegt der Esel fort.
3. Des Schiff gehet auf den Lande.
4. Das Kind füttert die Mutter
5. Der Schüler ist über reinem Meister.
6. Wer eingespert ist der lernt wohl pfeiffen.
7. Hier spricht der Reiche den Armen an
8. Mit Wind kan man alles zwingen
9. Der Ochse schlägt den Fleischer Tod
10. Der Haase schiest denn Jeger Tod
11. Der Blinde führt denn Sehenden.
12. Der Vogel Heerd ist aufgestelt / Er selber in das Netz versaelt.
13. Geschwind geth (sic) er mit der Post / Das ist meine groeste Lust.
14. Vorwaerts mus es gehen, / Wann man im reuden will bestehen.
15. Die Voegel hier Schwimmen. / Die Fische dhun Singen.
16. Sehr Stoldz der Budel hier. / der Herr folgt nach Manier.
17. Die Hene will Hahn im Korbe seÿn. / das zeiget hier der klare schein.
18. Der Fischbein Rock hat mich betrogen. / mir Stock Hut u Hose aus gezogen.
19. Das Perd ist hir der Ackers Mann. / Er spant denn Bauer an Pfluge an.
20. Die Kuhe stehet an den Butterfasz. / Herg(?) Faule Magt wie rumpelt das.


© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl