|
Johannes Noman te Zaltbommel, ca. 1815
-, Ziet Kindren! wat men u wil leeren…
Deze omgekeerde wereldprent van Johannes Noman met nummer 188 werd aanvankelijk uitgegeven door de firma Stichter met nummer 66. Stichters houtblokken werden na de liquidatie van de firma in 1814 overgenomen door Noman. Uit o.m. deze prent blijkt dat bij deze overname niet slechts de houtblokken met de gesneden taferelen van eigenaar verwisselden, maar de drukvormen. De volgorde van de taferelen is bij deze Nomanprent precies dezelfde als bij Stichter. De tekst in boekdruk onder de blokken is niet opnieuw gezet. De belettering is exact dezelfde. Dit met uitzondering van het titelvers en uiteraard het nummer en uitgeversadres. Het titelvers is qua tekst gelijk, maar enigszins afwijkend gezet, terwijl Noman wereld zet waar Stichter waereld vermeldde. Voor informatie over de uitgever Johannes Noman en Noman en Zoon lees verder....
Adres: By J. Noman, Boekdrukker te Z. Boemel. Vindplaats: NOM
Taferelen |
|
1. omgekeerde wereldbol 2. vis hengelt een man 3. aap rookt pijp 4. toren in de klok 5. vogel nestelt in het water 6. vissen nestelen in de bomen 7. huis staat op de gevel 8. schaap scheert herder 9. rat jaagt kat 10. kind leidt moeder aan tuig 11. haan loopt op laarzen 12. molen hangt ondersteboven in de lucht 13. wereld gaat op stelten 14. zwijn is soldaat 15. hond dresseert baas 16. kat volgt de jager als jachthond 17. ganzen vallen de vos aan 18. hond jaagt op rat 19. kerk staat op toren
titelvers Ziet Kindren! wat men u wil leeren , Wilt ge in de Waereld wel verkeeren ,
teksten en verzen Ziet men de Waereld hier ver- / keerd, ’t Is om dat zy verstand ont- / beert
De Baars kan hier de Visser / vangen , Die aan de angelhoek blyft / hangen.
Hier zit het Varken met ge- / mak , En rookt , als Baas, een pyp / Tabak
Hier ziet men in de Klok den / Toren, Zoo kan men haar geluid niet / hooren.
Hier houdt de Duif in ’t hok / geen steê ; Maar kiest haar Eijernest in / Zee.
Hoe is verkeerdheid toegeno- / men , De Visschen nestelen in de boo- / men
’t Is raar de Gevel onder het / Huis , Misschien door een verkeerd / abuis.
De langebaardeBok scheert / moedig Den baardenloozen Barbier spoe- / dig.
Ziet hier hoe yvrig is de / Rot Op ’t vangen van de Kat / verzot.
Verkeerde wegen staan ‘er / open , Daar ’t Kind de Moeder zelv’ / leert loopen.
Wel, Haantje ! zoo gelaarsd , / gespoord. ’t Is Krijgsmans trant , maar niet / als ’t hoort.
Wanneer de Molenaar blijft dolen , Raakt op de Wieken wel de Mo / len
De Wereld loopt op Stelten, daar Men Twist en Oproer wordt ge- / waar.
Daar ’t Zwyn den Grenadier wil / toonen , Moet het den Grenadier bewonen.
De Hond dryft hier den Meester / voort , Verkeerdheid is ’t die ’t regt stoort.
Geen Windhond, maar een kat , veel / trager , Volgt, ô verkeerdheid ! hier den Jager.
De Ganzen plukken hier den Vos , En gaan op hem, ô wonder! los
De Hond komt loos de Rot be- / lagen Om haar als klokspys op te knagen. |
20. man doet de was 21. vrouw staat aan de schaafbank 22. paard ment man 23. koe maait gras 24. paard berijdt ruiter 25. os rijdt op ezel 26. a. kind voert moeder 26 b. moeder zit in kakstoel 27. varken schrobt slager 28. ratten en muizen vliegen 29. os slacht slager 30. paard berijdt ruiter 31. klok hangt aan klepel 32. kind draag moeder 33. hamer slaat smid 34. kat is veerman 35. a.leerling geeft de meester een plak 36 b. leerling zit in meesters stoel 36. de wereld(bol) is omgevallen
Daar deeze Prent het zelf u zegt , Doet niets verkeerd, maar alles recht.
De Kerk, hoe kan ’t verkeerder / gaan ? Zie men hier op den Toren staan
De Man ter Tobbe staande aan ’t was- / schen Doet werk, dat nooit een Man moet / passen.
De Vrouw ter schaafbank , voor de / Man , Wil toonen dat zy timmeren kan.
Verkeerdheid is vooral te kennen , Daar men het Paard de Man ziet / mennen.
De Koe , juist of ze een Maaijer / was , Slaat hier aan ’t Seissen door het Gras
‘tPaard op denMan zoo losgezeten, Doet elk daar van ’t verkeerde / weeten.
’t Is zeker een verkeerde Tyd , Daar de Os dus op den Ezel / rydt.
’t Kind geeft deMoeder hier gezeten Ten Kakstoel, Pap (ô vreemdheid!) te eeten.
Het Verken schrobt (dat ’s vreem- / der nog ,) Alhier den Slagter in den Trog.
De Rotten vliegen , ook de Mui- /zen , Verlatende hun hol en huizen.
De Slagter moet er vast meê rollen , Daar hy zich ziet door de Ossen / dollen.
Ziet hier het Paard de Man beryden Daar ’t zoo gaat zijn ’t verkeer- / de Tyden.
De Klepel op de Klok beduidt. Dat men niet hoort dat hy ooit / luidt.
’t Kind draagt de Moeder als een / Popje. Terwyl zy speelt met een Hansöpje.
Foei ! wat verkeerd geweld is dit. Ai, ziet ! de Hamer slaat den / Smit !
Wie zag ooit eene zaak als dat ? Voor Schuitenvoerder speelt de / Kat.
De Schoolknaap zit in’s Meesters / Stoel , En stelt hem zelfs de Plak ten doel.
Die ’t oog op ’t laatste Prentje / wendt . Ziet van de Wereld hier het End. |
| © 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009. Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl. |