Ewout Cornelisz. Muller, Hoorn en Amsterdam ca. 1595
-, De coninck gaat te voet.
Ewout Cornelisz. Muller was als drukker werkzaam van 1589 tot 1616 te Hoorn en Amsterdam in de 'Kerckstraat in de Liesveltsche bijbel'. Hij was zoon van Cornelis Jansz. Muller en kleinzoon van de 'figuersnyder' Jan Ewoutsz., één van de eerste drukkers in Amsterdam en verdienstelijk houtsnijder. [1] Het vak van drukker en boekverkoper leerde Ewout bij zijn oom Harmen Jansz. Muller, die één van de belangrijkste Amsterdamse drukkers in die tijd was. [2] Ewout heeft een aantal populaire boeken uitgegeven, zoals Dat grote planeten boeck ( Hoorn: 1591) en Jacobi’s Gemeyne Send-Brieven (Amsterdam, ca. 1597). Er zijn een tiental boeken van Muller bekend, waarvan drie uit zijn Hoornse periode. Bij de uitgave van een medicijnenhandboek voor artsen en apothekers, het Dispensatorivm van Valerivs Cordvs (Amsterdam: 1592) , werkte hij samen met de drukker Cornelis Claesz. De Cronijcke van Hollant, Zeelant ende Vrieslandt (Amsterdam: 1598) gaf hij samen met Egbert Adriaensz. uit. Uit de periode 1600-1615 zijn geen uitgaven van Muller bekend; uit 1616 dateert Keuren ende ordonnantien… van het Hoogheemraadschap voor de Beemster. Mogelijk drukte Muller in deze periode alleen gelegenheidsdrukwerk of hij werkte voor andere drukkers zonder dat deze Mullers aandeel vermeldde.
Mullers omgekeerde wereldprent is één van de oudst bekende Nederlandse volksprenten en de enige die van hem bekend is. Hij dateert uit de jaren '90 van de 16e eeuw en staat bekend als De coninck gaet te voet naar de eerste tekstregel bij het omgekeerde wereldtafereel, waarbij de knecht te paard zit en de koning te voet gaat. Van de thans bekende omgekeerde wereldprenten is het chronologisch de vierde; dus een vroege prent. Het is niet waarschijnlijk dat Ewout Muller de blokken voor deze prent zelf heeft gesneden. Hoewel de Mullerfamilie een aantal verdienstelijke houtsnijders kende, zijn van Ewout -behalve deze prent met zijn adres- geen prenten bekend. Rechtsonder is, afwijkend van de overige teksten, tegen een zwarte achtergrond in wit het adres afgedrukt: TE AMSTERDAM BY EWOUT MULLER. Dit zou er op kunnen wijzen dat Muller de blokken van een andere drukker heeft overgenomen en zijn adres heeft toegevoegd. Al blijft het mogelijk dat Ewout deze prent in zijn leertijd bij Harmen heeft gesneden. In dat geval dateren de blokken van vóór 1590.
De coninck gaet te voet toont 32 taferelen op 8 rijen en is daarmee de eerste omgekeerde wereldprent die het karakteristieke rooster vertoont van centsprenten. Alle taferelen zijn omkaderd en volledig van elkaar gescheiden. Een summier onderschrift bij ieder tafereel is ingesneden in het houtblok en niet in boekdruk, zoals bij de meeste prenten van houtsneden. Vergeleken met de Italiaanse voorlopers zijn de voorstellingen sterk gestileerd. Slechts wat nodig is in de afbeelding wordt weergegeven in de sobere, naïeve stijl die de traditionele volksprenten doorgaans kenmerkt; slechts wat voor de afbeelding essentieel is wordt weergegeven. Niet ieder tafereel is een prentje op zichzelf met een sprekende betekenis. Hoewel de taferelen volledig van elkaar zijn gescheiden, zijn de afbeeldingen niet los van elkaar te zien zonder dat de betekenis van de titelloze prent wordt verzwakt of zelfs verloren gaat. Bezien we de taferelen dan blijkt dat een aantal van de Italiaanse prenten is overgenomen, maar op eigen wijze uitgewerkt. Er staan ook nieuwe omgekeerde wereldtaferelen op deze prent: onder andere de toren staat in de klok, de knecht vangt zijn meester, de blinde leidt de ziende en het varken schrobt (=slacht) de slager. Het zijn taferelen die we ook op latere omgekeerde wereldprenten tegenkomen. De coninck gaet te voet staat dus in de ontluikende omgekeerde wereldtraditie, maar is ook vernieuwend. Het is niet meer vast te stellen of de prent gretig aftrek heeft gevonden. Dat slechts één exemplaar is overgebleven, zegt over het succes van de prent in die dagen niet zo veel. Het populaire en goedkope drukwerk uit die tijd is vrijwel allemaal verloren gegaan.
1. De Meyer 1962, p235-236. 2. In de XVIe eeuw kennen wij de drukkers Jan Ewoutsz († 1564), Harmen Jansz. Muller (ca 1540-1617) en Ewout Cornelisz Muller (1564- † 1646) welke tot de Muller-familie behoren (cfr. E.W. Moes & C.P. Burger, De Amsterdamsche Boekdrukkers en Uitgevers in de zestiende eeuw, 4 dln, Amsterdam-'s-Gravenhage, 1900-1915, dl. I, pp. 148-178, 285-341 en IV, pp. 141-152). Vindplaats: part. verzameling U.S.A. Afbeelding bij Van Veen 1970: 39 en De Meyer 1962: 12.
|
||
|
Teksten
© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009. Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl. |