|
De kat, zoo lang de schrik der
muizen,
Is thans op hare beurt beducht
Zie hier , hoe zij , vervolgd door
het muisje
Haar heil zoekt in een snelle vlugt
Wie , lieve menschen ! zou ’t
gelooven
Hier is het dan eens regt verkeerdt
De Moeder laar in slaap zich wiegen
Terwijl het kind haar praten leert.
De stier , des slagers moord lust
moe
Zal thans den slager slagten ,
Geduldig loopt deez’ aan het touw
Zijn noodlot af te wachten
Schoon ’t zonlicht schijnt , vol
held’ren glans
Ja , schier om te verblinden ,
Ontsteekt deez’gek hier zijn
lantaarn
Om zijnen weg te vinden.
De Haas gaat hier uit honden vangen
Wie drommel heeft het ooit gehoord
?
Door vrees en schrik en angst
bevangen ,
Spoedt zich die arme jagthond
voort.
Jan wil zijn Heer niet langer
dienen,
En op zijn beurt eens meester zijn
,
Hij zendt zijn Heer hier naar de
kelder,
Want Jan verkiest een glaasje wijn.
Het rijk der jagers is ten einde
De jagthond loopt thans ook niet
meer,
Maar zal nu zelf het wild gaan
schieten ,
Tot grooten last van zijnen Heer.
Ziet hier , hoe de barbier geduldig
Zich door zijn hondje scheren laat
Gij ziet, hoe dwaas het toch
gedurig
In deez’ verkeerde wereld gaat. |
De smid moet er ook aan gelooven
Hij ziet , hoe slecht de zaken
staan,
Het paard wil niet meer zijn
beslagen
Maar zal nu zelf den smid beslaan.
De jingens mogen zich verheugen
Voorwaar ! hun vreijen is gedaan !
De meisjes ziet gij flink en dapper
Hier welgemoed uit vrijen gaan (met
het plaatje van de bultenaar)
De voerman ziet zich hier gedwongen
Zijn plaats te ruilen met zijn
paard
Hij loopt geduldig voor den wagen
En rijdt en draaft reeds naar den
aard.
Ook bij de kippen is ’t veranderd
De haanbroeit er de eijeren uit
De hen is ’t leggen reeds vergeten
En wandelt blij in ’t groene kruid
O wee , hier is het gans niet
rigtig
Ja warlijk heel en al verkeerd ,
Zie , hoe de Beer met muil en
tanden
Zijn arme meester danzen leert.
Wie uwer heeft geen medelijden
Als gij deez’arme vissen ziet,
Hoe hij in ’t kruisnet wordt
gevangen
Door baarsjes uit de heldere vliet
Geen mensch moet het zoo duur
bekoopen
Als Jan de voerman , u bekend
Zijn Bruintje laat hem stevig
loopen
Helaas ! Jan is het niet gewend.
En nu voor ’t laatst , nog een
vertooning
Hoe ’t in d e rare werled gaat,
Mevrouw moet hier de meid verzellen
En draagt haar korfje langs de
straat. |