Lutkie en Cranenburg, nr. 77 (=16), Den Bosch ca. 1860

 

De verkeerde Wereld. 

 

 

Uitgave van Lutkie en Cranenburg nr 16 van 4x4 houtsneden met 4-regelige verzen. De Meyer meent dat deze prent is gecopieerd naar Delhuvenne(10) door P. F. Wellens in de tijd dat deze voor Lutkie en Cranenburg in Den Bosch werkte. Een aantal gravures vertonen veel overeenkomst met Glenisson (36) en Beersmans (20). Dezelfde prent is ook met nummer 77 uitgegeven.

 

Literatuur: M.de Meyer, p 226.

Vindplaats: verz Borms-Koop, Waller Z2.

 

taferelen:

1. De muis jaagt op de kat

2. Het kind wiegt de moeder

3. De stier slacht de slager

4. Overdag de lamp aansteken

5. De haas jaagt op de jachthond

6. De heer bedient de knecht

7. De jachthond schiet de jager

8. De hond scheert zijn baas

9. Het paard beslaat de smid

10. De meisjes vrijen de jongens

11. Het paard ment de koetsier voor de wagen

12. De haan broedt de eieren uit

13. De beer laat zijn baas dansen

14. De vissen vangen de visser

15. Het paard drijft de ruiter voort

16. De dame loopt met de korf achter de meid

 

verzen:

De kat, zoo lang de schrik der muizen,

Is thans op hare beurt beducht

Zie hier , hoe zij , vervolgd door het muisje

Haar heil zoekt in een snelle vlugt

 

Wie , lieve menschen ! zou ’t gelooven

Hier is het dan eens regt verkeerdt

De Moeder laar in slaap zich wiegen

Terwijl het kind haar praten leert.

 

De stier , des slagers moord lust moe

Zal thans den slager slagten ,

Geduldig loopt deez’ aan het touw

Zijn noodlot af te wachten

 

Schoon ’t zonlicht schijnt , vol held’ren glans

Ja , schier om te verblinden ,

Ontsteekt deez’gek hier zijn lantaarn

Om zijnen weg te vinden.

 

De Haas gaat hier uit honden vangen

Wie drommel heeft het ooit gehoord ?

Door vrees en schrik en angst bevangen ,

Spoedt zich die arme jagthond voort.

 

Jan wil zijn Heer niet langer dienen,

En op zijn beurt eens meester zijn ,

Hij zendt zijn Heer hier naar de kelder,

Want Jan verkiest een glaasje wijn.

 

Het rijk der jagers is ten einde

De jagthond loopt thans ook niet meer,

Maar zal nu zelf het wild gaan schieten ,

Tot grooten last van zijnen Heer.

 

Ziet hier , hoe de barbier geduldig

Zich door zijn hondje scheren laat

Gij ziet, hoe dwaas het toch gedurig

In deez’ verkeerde wereld gaat.

De smid moet er ook aan gelooven

Hij ziet , hoe slecht de zaken staan,

Het paard wil niet meer zijn beslagen

Maar zal nu zelf den smid beslaan.

 

De jingens mogen zich verheugen

Voorwaar ! hun vreijen is gedaan !

De meisjes ziet gij flink en dapper

Hier welgemoed uit vrijen gaan (met het plaatje van de bultenaar)

 

De voerman ziet zich hier gedwongen

Zijn plaats te ruilen met zijn paard

Hij loopt geduldig voor den wagen

En rijdt en draaft reeds naar den aard.

 

Ook bij de kippen is ’t veranderd

De haanbroeit er de eijeren uit

De hen is ’t leggen reeds vergeten

En wandelt blij in ’t groene kruid

 

O wee , hier is het gans niet rigtig

Ja warlijk heel en al verkeerd ,

Zie , hoe de Beer met muil en tanden

Zijn arme meester danzen leert.

 

Wie uwer heeft geen medelijden

Als gij deez’arme vissen ziet,

Hoe hij in ’t kruisnet wordt gevangen

Door baarsjes uit de heldere vliet

 

Geen mensch moet het zoo duur bekoopen

Als Jan de voerman , u bekend

Zijn Bruintje laat hem stevig loopen

Helaas ! Jan is het niet gewend.

 

En nu voor ’t laatst , nog een vertooning

Hoe ’t in d e rare werled gaat,

Mevrouw moet hier de meid verzellen

En draagt haar korfje  langs de straat.