Firma De Lange te Deventer

-, De Wereld is in rep en roer…..

 

Uitgave van De Lange te Deventer tussen 1860 en 1870. De prent is gegraveerd door I. L. Delanier en heeft 3x4 houtsneden met 4-regelige verzen. 

De vertrouwde onderwerpen van de omgekeerde wereld zijn op originele wijze weergeven. De prent is gecopieerd naar een Duits voorbeeld van P.W. Schwarz uit Neurenberg. Vooral het eerste tafereel is opmerkelijk: een vrouwelijke nar met narrenstaf in de hand die de wereldbol omrolt. Overduidelijk is in het zesde tafereel de afkeuring van vrouwen die zich als mannen gedragen, terwijl de rolverwisseling van het kind met de volwassene in de taferelen 5 en 7 in neutrale, haast milde bewoordingen wordt vastgesteld.

Met het adres van een wederverkoper: Te AMSTERDAM, bij SCHALEKAMP en VAN DE GRAMPEL, op de N.Z. Voorburgwal over de Nieuwe Kerk.

 

Vindplaats: Verz. Borms-Koop, Deventer Musea en Waller-M.

Afbeelding: Van Veen (1970), afb. 36.

 

Taferelen

1. De wereld wordt omgedraaid door een clowneske vrouw

2. De ezel drijft zijn baas ; de marskramer

3. De jongeling wil grijsaard zijn; de oude gedraagt zich als jongeling

4. Het paard berijdt de ruiter

5. De vader rijdt op een stokpaard; het kind beziet hem van uit de stoel

6. De vrouwen zijn soldaat

7. Het kind onderwijst zijn leermeester

8a. De vissen vliegen;

8b. De hengelaar vist op vogels

9. Hij blaast de viool; hij strijkt de trompet

10. De bedelaar geeft de rijke een aalmoes

11. De os slacht de slager

12. De haas schiet de jager

 

Teksten en verzen

De Wereld is in rep en roer,

Gij moogt dit vrij gelooven,

En alles gaat verkeerd hier toe,

Wat onder was, komt boven

 

De Ezel drijft zijn’ Drijver hier,

De Drijver, zwaar beladen,

Laat zich door zijnen Ezel slaan –

Wie heeft hem dat geraden ?

 

De dwaasheid kent hier paal noch perk ,

Jong wil de Grijsaaert lijken ;

De Jongling wil in stijve dragt ,

Niet voor de Ouden wijken.

 

De Rijder buigt zich onder ’t Paard ,

Maar ’t draven gaat niet spoedig,

Wat staan het paard die stevels schoon!

’t Is op zijn grootheid moedig.

 

Het Kind, met groote deftigheid

In Vaders stoel gezeten ,

Laat Vader rijden op zijn paard,

En schijnt hier veel te weten.

 

Het Meisje, zwak en teêr van aard,

Door eigenwaan verwonnen ,

Verschijnt hier in ’t soldatenpak –

Mij dunkt , ’t is onbezonnen.

 

Het Leerkind geeft den Meester les ,

In spellen , lezen , schrijven ;

Als ’t op den duur hier zoo wil gaan,

Wie kan dan Meester blijven

 

Ik vang de vooglen uit den stroom ,

De Visch vliegt zonder vlerken ;

Mij dunkt , het is hier alles fout ,

Kunt gij dit ook niet merken?

 

Verkeerd! De een wil de Trompet

Als een Viool bespelen ;

En de andree blaast op de Viool !

Hoe mal in alle deelen.

 

Hoe ! vraagt de welgestelde Man

Een aalmoes van den Armen ?

Dit is bij ons nog geen gebruik;

De rijke voegt erbarmen.

 

O Arme Man! U treft de bijl

Van dezen hoorendrager.

Wat gaat het hier toch avrechts toe !

Hier slaat de Os den Slager.

 

De Haas brandt op den Jager los,

De Jager tijgt aan ’t vlugten;

O Jager! Op het hazepad

Is veel gevaar te duchten.

© 2001-2008 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl