Jacob van der Heyden, Straatsburg ca. 1630

 

Ein Newer künckelbrieff - Die widersinnige Weldt genanndt. 

 

 

Jacob van der Heyden (Straatsburg 1593 - Brussel 1645) stamde uit een Mechelse kunstenaarsfamilie die omstreeks 1590 naar Straatsburg was uitgeweken. Jacob was een veelzijdig mens, want hij werkte als schilder, beeldhouwer, graveur, uitgever, drukker en boekverkoper. Als graveur en als drukker-uitgever heeft hij verschillende embleembundels gepubliceerd, waaronder Emblemata amoris, een uitgeklede versie van P.C. Hoofts Emblemata amatoria.

De prent van Van der Heyden uit omstreeks 1630 met als titel Ein newer künckelbrieff  Die widersinnige Weldt genandt toont op vier rijen 16 knap verbeelde omkeringen van logische en fysieke relaties met objecten. We zien hier onder andere een dorp dat in de boer zit, een hoek die vier huizen heeft, de oven die in het brood gaat, een keuken die midden in de oven staat, de schuur die in het hooi zit, het land dat uit de knol komt en hoe iemand uit kaas melk haalt. De prent is een illustratie bij het lied van Hans Sachs Der verkehrt pawer (=bauer) uit 1531.[1] Het is een omgekeerde wereldprent van het zuiverste water, maar een die afwijkt van de voorgaande. De omkeringen hebben hier uitsluitend betrekking op mensen en objecten, dieren en objecten en objekten onderling. Deze omkeringen hebben geen dubbelzinnige betekenis en er kan geen boodschap uit gelezen worden. De taferelen zijn waardenvrij en wekken slechts de lachlust op. Ook het lied van Sachs ontbeert een boodschap of moraal: het is slechts kolder. Hoe origineel deze prent ook is, hij leverde geen bijdrage aan de verdere ontwikkeling van omgekeerde wereldbeelden en op latere prenten komen deze taferelen dan ook niet voor.  

 

Vindplaats: Kupferstichkabinett te Berlijn. Afbeelding: van Heurck (1910), p. 609; Boesch (1900) pl. 4; Vogel pl. 11

1. Goetze dl. 3, nr 23. 

 

Taferelen
1. het dorp zit in de boer
2. hij eet lepels met melk
3. man drinkt zijn brood
4. de hoek heeft vier huizen
5. de wagens trekken de paarden
6. de keuken staat in de oven
7. de schuur zit in het hooi
8. zijn boerderij lag in het stro.
9. de stal is in het paard
10. de oven gaat in het brood
11. uit kaas maakt hij melk
12. van de jurk wordt stof gemaakt
13. hij graaft het gat uit de grond
14. in de biet groeit de akker
15. met koren dorsen zij de vlegels
16. kegels staan op de punt
Tekst
1. Ein dorff in einem Baurten saß.
2. Der gerne leffel mit milch aß.
3. Sampt eine grossen Wecke
4. Vier hauser hat sein Ecke
5. Vier Wagen spandt er für sein pferde.
6. Sein Küch standt mitten in den herd
7. Vol stadel war sein hewe.
8. Sein hof lag in dem Strewe.
9. Sein Stall standt mitten in den Roß
10. Sein offen in das brod er schoß.
11. Aus Keß macht er gütt Milche.
12. Von Zuppen war sein zwilche
13. Er schlug die haw auß der gruben
14. Und seldt acker auß den Rüben,
15. Mit garben Tröscht er Flegel.,
16. Auff der Spitz stellt sein Kegel.

 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl