Paulus Fürst, Neurenberg ca. 1650 

 

Die Ver-kehrte Welt / hie kan / Wohl besehen Jederman.

 

 

 

Paulus Fürst nam in 1635 de prenthandel van de uit Antwerpen afkomstige Bathasar Caymox over. Caymox was in Neurenberg de eerste kunsthandelaar, die prenten verkocht die door anderen waren gegraveerd, geëtst en gedrukt, een werkwijze die in Antwerpen al langer gebruikelijk was. Fürst die de belangrijkste prentuitgever van zijn tijd was, produceerde op bijna fabrieksmatige wijze zijn prenten in grote aantallen; vrijwel uitsluitend door anderen gegraveerd. Ook kocht hij op grote schaal platen op van andere uitgevers of liet bestaande prenten copiëren o.a. van Dürer, Beham, Bosse, Merian, Sadeler en van Ostade, waarbij hij de afdrukken vaak van tekst in boekdruk voorzag. Het ging daarbij om populaire onderwerpen als de strijd van de dieren tegen de jagers, spotprent op het huwelijk van een oude man en een jonge vrouw, het geld regeert de wereld, de schoolmeester, de oude wijvenmolen, de strijd van de muizen tegen de katten.
Daarnaast ook portretten, stadsgezichten en enkele gedichten van Hans Sachs, waaronder Der Zuchtwagen, een allegorische spotprent op de verkeerde opvoeding van kinderen. Het waren prenten bestemd voor een breed publiek in een tijd dat er nog geen onderscheid werd gemaakt naar kunst- en volksprenten.
Behalve prenten heeft Fürst ook boeken gedrukt onder andere de handleiding van Abraham Bosse over het graveren en etsen: Etzbüchlein (1652). Na zijn overlijden zette zijn weduwe en vier kinderen de zaak voort tot 1696.
Fürst drukte twee omgekeerde wereldprenten; Die Verkehrte Welt en Die widerwärtige Welt. Beide zijn beschreven door Wendeler die van de eerste een ouder exemplaar kende dat in geringe mate afweek.[1]
 

De omgekeerde wereldprent dateert van omstreeks 1650 en biedt 25 taferelen op vijf rijen waarvan een aantal ook op oudere prenten voorkomt.[2] Er zijn echter ook nieuwe taferelen: de landheer betaalt de pachter (tafereel 3), de soldaat bedient de boer (t. 5), het kind voert de moeder (9), de kreupele draagt de gezonde (t. 11), de blinde leidt de ziende (t. 12), de os slacht de slager (16), de papegaai leert de man praten (t. 20), de stad in de lucht en hemellichamen op aarde (t. 21) en man met de hoed aan zijn voet en de schoen op het hoofd (t. 24). De meeste nieuwe taferelen komen veel op jongere omgekeerde wereldprenten voor. Waarschijnlijk is de prent een copie is van Jacob van der Heydens Verkehrte Welt uit omstreeks 1630.[3]

Vindplaats: Germanisches Nationalmuseum, Neurenberg en Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem (beschadigd exemplaar).

Afbeelding bij Kunzle (1979) afb. 1.12; Coupe dl. 2 p. 126; Brückner. Beschrijving zonder afbeelding bij Bolte (1894) p. 199.

___________________

1. Wendeler p. 161.
2. datering De Meyer p. 423
3. catalogus Meuschel 1997, p. 44

 

Taferelen
1. omgekeerde wereld
2. de knecht rijdt; de koning gaat te voet
3. de landheer betaalt zijn pachter
4. de zieke onderzoekt de arts
5. de soldaat bedient de boer
6. de vrouw trekt ten strijde; de man spint het garen
7. het kind wiegt de moeder
8. het kind kastijdt zijn leraar
9. het kind voert de moeder
10. de arme geeft de rijke
11. de kreupele draagt de gezonde
12. de blinde leidt de ziende
13. het paard ment de vrouwen voor de koets
14. de man bedient dieren aan tafel
15. het wild jaagt de jager
16. de os slacht de slager
17. de ezel drijft de beladen man voort
18.het schaap eet de wolf
19. het schaap scheert de herder
20. de papegaai leert de man spreken
21. de stad is in de lucht; zon, maan en sterren zijn op aarde
22. vissen nestelen in de bomen; de vogels in het water
23. het schip vaart in de bergen
24. man loopt met de hoed aan zijn voet, kleren verkeerd om aan; de laars op zijn kop en het zwaard omhoog.
25. de hen zit op de haan

Teksten en verzen
Die ver – kehrte Welt / hie (afbeelding) kan / Wohl besehen Jederman.
Übermutig reit der knecht / vnd der könig gehet schlecht.
Seinem diener alles voll / Jetz der herr verrechnen soll.
Ja der kranck ihm bildet ein / klüger als der artz zu sein.
Auch dem Bauren mit verdruß / Der soldat auffwarten muß
Eij wie fein doch spinnt der Mann / Und das Weib trägt waffen an.
Seht das kint will größer sein / Als der Alt, vnd wigt in ein.
Und der knab den meister streicht / Meint hab meher witz erreicht.
Das vorwitzig kind ohn scheü / Will de mutter geben breÿ.
Jetzt der armen schweiß Vnd blut / Vor den reichen steüren thut.
Vnd der Lahme hart vnd schwer / Träget den Geraden her.
Offt der Blinde führen soll / Einen, der da sihet wohl.
Auch oft manchem groben Schwein / Muß der Mensch ietzt dinstbar sein
Weil der Jäger ist verzagt, / Wirt er von dem wildt geiagt
Hier der Ochs der Metzger schlacht, / Der ihm nach den Leben tracht
Was ein Esel sonsten trägt, / Wirt dem Menschen auffgelegt.
Einem Wolf das Lämlein frist, / Weil er seiner stärck vergist.
Vnd das schaaf dem Hirten schert, / Wie er ihms zu tun begert.
Ja dem papigay die sprach / Soll der Mensch erst reden nach.
Manche seiner Witze traut / vnd in lüfften Schlösser baut.
Fisch die wöllen vögel sein, / Einder greifft dem andren ein.
Offt ein Klügling schifft im sinn / Vber berg vnd thaal dahin.
Nach dem gantz verkehrten lauff / Kombt auch diese Tracht noch auff.
Jetz die Henn will sein der han, / Das erfähret Mancher man.
 

© 2001-2008 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 11 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl