|
Jean-François Daumont, Parijs ca. 1746
La folie
des hommes, ou le monde à rebours
Jean-François
Daumont begon als kramer van prenten. In 1746 was hij als uitgever en handelaar
gevestigd in Parijs in de rue de la Ferronnerie.
Daumonts uitgaven betroffen vooral opticaprenten, gelegenheidsuitgaven en
behangpapier, daarnaast was hij in Parijs de belangrijkste verkoper van prenten
uit Chartre en Orleans.
Op 28 september
1750 besliste de Raad van State op een verzoekschrift dat was ingediend door
Daumont, Louis Crépy en François Chereau. Dat betrof de teruggave van belasting
die ten onrechte was geheven op prenten die zij uit provincie naar parijs hadden
gehaald.
In september 1760
bewoonde hij In de gouden adelaar, een huis in de rue Saint-Martin
dat hij in onderhuur had. Omstreeks 1775 beëindigde hij zijn bedrijf, vanaf dat
jaar word zijn naam niet meer genoemd in de registers van de Chambre
syndicale de la librairie.
La folie des
hommes, ou le monde à rebours is vermoedelijk gecopieerd naar de omgekeerde
wereldprent van Chiquet met dezelfde voorstellingen. De teksten zijn - in
modernere spelling - nagenoeg gelijk.
Lit.: Préaud p. 98.)
Vindplaats: de ingelijste prent werd in 2008
aangeboden op een antiquarenbeurs te Parijs (foto M. Kempeneers)
Taferelen
1. de omgekeerde wereldbol, waaruit hoofd en voeten van een omgekeerde man
steken. De bol wordt vastgehouden door twee narren
2. de vrouw draagt het geweer; de man spint het garen; de man verzorgt het kind
3. het kind verzorg de moeder; het kind kastijdt de vader
4. de os drijft de mannen voor de ploeg
5. paarden beslaan de smid
6. jagen op het water; de vissen vliegen door de lucht
7. de ezel drijft de beladen molenaar naar de molen
8. het paard roskamt de ruiter
9. het schaap en de haan draaien de kok aan het spit
10. paarden berijden de ruiters en houden een tournooi
11. de ezel drijft de boer naar de markt
12. de vis hengelt naar mensen; vissen nestelen in de bomen; vliegende vis vangt
vogel in het water
13. vogel vangt twee geliefden die door de man gestoord worden in een net
14. varkens slachten de meid/kokkin
15. de os slacht de slager
16. de stad is in de lucht; zon, maan en sterren zijn op aarde
Teksten en verzen
1. Ce grotesque desseins en un globe tracé, / Fait voir en racourci le Monde
renversé.
2. La Femme a de Mousquet la
Quenouille l’Epoux, / Et berce pour surcroix l’Enfant sur les genoux
3. La Fille donne ici la Bouille à sa Mere, / Le fils a coups de fouet apprend a
vivre son Pere.
4. Deux hommes allelez entrainent la Charruë, / Le Bœuf est Laboureur et sur
leurs dos se ruë.
5. Qui peut sans s’etonner voir forger les Chevaux, / Fit de l’Homme ferre
devenir Maréchaux.
6. Quel plaisir de Chasser aux Lievres sur la Mer, / Et de voir les poissons
voler dedans les Airs.
7. l’Asne, de l’Homme étoit autrefois la monture, / l’Homme porte au moulin a
present la mouture.
8. Ici l’Homme étrillé s’attache au Ratelier, / Le Cheval a son tour devient
Palfrenier.
9. Voyez pour se vanger de celui qui lÉcorche, / Jean Lapin a son tour tourne
l’Homme à la broche.
10. Voici le plus affreux des Combats singuliers, / Ses Hommes portant Chevaux
devenus Chevalliers.
11. D'un pas grave un Baudel se quarrand dans la Ville, / Fait a son Jardinier
porter Choux et Lantille.
12. l’Homme autrefois prenait a la ligne un poisson, / Le poisson aujourd’huy
prend l’Homme à l’hamecon.
13. Pendant que lÓiseau prend au filet deux Amans, / Le Marye voltigent se vient
prendre dedans.
14. Les Cochons affamez par des Traits inhumains, / Egorgend font griller
dépiecent les humains.
15. Quel objet plein d’horreur un Bœuf tout en furie, / Fait d’un Homme écorché
Sanglante boucherie.
16. Les Villes tout a coup s’elevant dans les Nuës, / Sont au plus haut les
Cieux en toute suspendues, / Et pour combler l’horreur d’un tel renversement, /
Les Astres détachez tombent du Firmament.
|