Jacques Chiquet , ca. 1700

 

LA FOLIE DU MONDE OU LE MONDE RENUERSÉ.

 

 

Jacques Chiquet kwam omstreeks 1687 naar Parijs en was negen jaar leerling van Francois Jollain. Toen hij in 1697 trouwde met Marguerite Boucher kreeg hij van zijn patroon voor een waarde 400 livres aan gravures als handelswaar mee. Hij vestigde zich in de rue St. Jacques, vanaf 1713 in Grand Saint-Henri en zijn zaken lopen voorspoedig. Het fonds van Chiquet bestond vooral uit de gewone volksprenten; zo gewoon en wellicht vaak gecopieerd dat Chiquet er geen privilege op vroeg: heiligenprenten, landkaarten, optica’s, muurkalenders, straatroepen, de maanden van het jaar, enz. Er is een serie prenten bekend van personages die zijn opgebouwd uit de attributen van hun beroep en zijn beroemde Les Cris de Paris. Veel van Chiquets prenten werden door marskramers verkocht vooral uit Coutances in Normandie, waar hij een agent had die zijn belangen behartigde. Chiquet gaf ook twee atlassen uit: Le Nouveau et Curieux Atlas Geographique et Historique, een fraaie uitgave voor een koopkrachtig publiek en Noveau Atlas Francais, beide in 1719.  Bij zijn dood in 1721 bezat Chiquet 1900 koperplaten en 90.000 prenten met een waarde van 9000 livres. Zijn weduwe zette de zaak voort en eveneens met veel succes. Zij kocht in de rue St. Jacques Ville de Cologne en Image Saint-Cecile die ze aan graveurs en drukkers verhuurt. Bij haar dood in 1741 laat ze 2500 platen en 210.000 prenten na met een waarde van 21.000 livres. Haar schoonzoon, Jacques Chereau zet de zaak voort. 

 

Chiquets omgekeerde wereldprent, een gekleurde kopergravure met 4x4 taferelen en tweeregelige verzen, was een populaire versie en is veel gecopieerd, zoals door Mondhard  met dezelfde tekst, maar afwijkende spelling en beeldvolgorde. Vrijere versies zijn de prenten vermeld  bij Toscane, Gallays, Leloup en Bonnard.

 

Adres: chez Chiquet

Vindplaats: verz. Borms-Koop (herdruk van onbekende herkomst).

 

Taferelen
1.de omgekeerde wereldbol, waarop omgekeerde huizen en schepen en waaruit hoofd en voeten van een omgekeerde man steken. De bol wordt vastgehouden door twee narren
2a.het kind verzorg de moeder
2b. het kind kastijdt de vader
3a. de vrouw draagt het geweer; de man spint het garen
3b. de man verzorgt het kind
4. de os drijft de mannen voor de ploeg
5. het paard roskamt de ruiter
6. de ezel drijft de beladen molenaar naar de molen
7a.jagen op het water
b. de vissen vliegen door de lucht
8. paarden beslaan de smid
9a.de vis hengelt naar mensen
9b. vissen nestelen in de bomen
9c. vliegende vis vangt vogel in het water
10. de ezel drijft de boer naar de markt
11. het schaap en de haan draaien de kok aan het spit
12. paarden berijden de ruiters en houden een tournooi
13. vogel vangt twee geliefden die door de man gestoord worden in een net
14. de os slacht de slager
15. varkens slachten de meid/kokkin
16. de stad is in de lucht; zon, maan en sterren zijn op aarde 
 
Teksten en verzen
1.      Ce grotesque Dessin en vn globe tracé - / Fait voir en racourci le Monde renvercé.
2.      La Fille donne icy la bouillie à Sa Mere - / Le fils a coups de fouët apprend avivre au Pere -
3.      Lafemme a le mous quel la quenouille L’Epoux / Et ber ce pour  sur croix l’Enfant sur sesgenoux
4.      Deux hommes attelé entrainent la Charrüe - / Le Bœuf est laboureur et sur leurs dos se ruë -
5.      Icy lhomme etrille s’attache au Ratetie - / Le Cheval a son tour devient Palfrenier –
6.      L’Ane, de lhomme étoit autre fois la monture - / LHomme porte au moulin a present la mouture -
7.      Quel plaisir de chasser aux Lievres sur les Mers / Et de voir les poissons voler de dans les Airs.
8.      Qui peut Sans S’etonner voir forger les Cheuaux, / Fit de lhomme ferré devenir Maréchaux.
9.      l’Homme autrefoijs prenoit a la ligne vn poisson / Le poisson au jour d’huy prend lhomme  alamecon.
10.  Dun pas grave vnB audet Se quarrant dalaville / Fait a son Jardinier  Choux et le -ntille
11.  Voyez pour S evenger de celui qui la crochee, / Iean Lapin a son tour tourne lhomme alabroche
12.  Voicy le plus affreux  combats Singuliers / L’Homme portant Cheuaux deveus Cheualliers.
13.  Pendant que l’Oyseau prend au fillet deux Amant - / L mary voltigeant sevient prendre de dans -
14.  Quet objel plein d’orreur vn Bœuf tout enfurie / Fait d’un homme écorché sanglante Boucherie
15.  Les Cochons affamez par des traits inhumains, / Egorge, font griller dépiecent les humains
16.  Les Villes tout a coup s’elevant dans les Nuës, / Sontau plus haut des Cieux en voute Sus pendues / Etpour combler l’horreur dun tel Renversement, / Les Astrés detachez tombent du firmament
 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 10 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl