Ferrando Bertelli , ca. 1570

 

IL MONDO ALLA RIVERSA

 

 

Ferdinando (Ferrando) BERTELLI  was van 1560 tot ca. 1580 als graveur en uitgever actief in Venetië en legde de grondslag voor een familiebedrijf van prentuitgevers, waarbij we ook de namen tegenkomen van Andrea, Donato, Lucca, Nicolo en Pietro.  Ook in Rome had het bedrijf enige tijd een vestiging. Ferrando is bekend van het oudst bekende kostuumboek Omnium fere gentium nostrae aetatis habitus dat in 1563 verscheen. Onder dezelfde titel publiceerde Sluperius in 1572 te Antwerpen een soortgelijk kostuumboek dat grote invloed had op de embleemprenten bij Jacob Cats. De Bertelli’s zijn verder bekend vanwege hun landkaarten: de oudste atlas van Italië en kaarten van het klassieke Griekenland, Afrika en de Atlantische Oceaan. De kartograaf en graveur Forlani heeft voor de Bertelli’s gewerkt. De Bertelli's hebben ook fraaie prenten uitgegeven met onderwerpen als Il trionfo de carnavale, levenstrappen van de man en de vrouw, spreekwoorden en Luilekkerland.

Omstreeks 1570 publiceerde Ferrando de waarschijnlijk door hemzelf gesneden gravure IL MONDO ALLA RIVERSA met op vijf rijen ruim 30 in elkaar overlopende taferelen met tweeregelige onderschriften. Het is één van de oudst bekende versies van de omgekeerde wereld en één die veel navolging vond. Er zijn uit de 17e eeuw copieën bekend met teksten in het Italiaans, Duits en Latijn, Frans en Spaans, waarvan sommigen in spiegelbeeld.[2] Hoewel ook deze prent door vaardige hand is uitgevoerd zijn de taferelen soberder uitgevoerd dan bij Duperac: aan de voor-en achtergrond wordt nauwelijks invulling gegeven.

We komen hier taferelen tegen die bekend zijn van vroegere prenten, maar ook enkele nieuwe, waaronder de kar die de ossen trekt, vissen die op het land hengelen en de zieke die het pis van de dokter onderzoekt. Op de prent staan ook enkele taferelen die geen omkering uitbeelden maar zegswijzen of spreekwoorden, zoals Het rund speelt luit voor de ezel (zodra het rund luit speelt voor de ezel; dus met St. Juttemis) en De ezel scheert zijn baas (als de ezel te goed wordt verzorgd, houdt hij op zich als ezel te gedragen). Het tafereel met het rund dat een hert slacht, slaat niet op een spreekwoord. Mogelijk is het bedoeld als kritiek op het gebod dat het 'edele' hert alleen door lieden van adel bejaagd mocht worden. Vooral op latere Franse prenten komen de afbeeldingen van Il mondo veel voor.  

 

Vindplaats: Bibliothèque Nationale, Parijs.

Afbeeldingen bij Bertarelli p. 37, Kunzle 1979, p. 44, Lebeer p. 215.                        

 

1. Helen Grant dateert de prent op 1572. (Grant 1979, p. 18.)

2. Twee Italiaanse prenten met dezelfde titel van omstreeks 1650, waarvan één met 29 en één met 32 taferelen. Twee Spaanse getiteld Il mondo al Reves, uitgegeven door de Parijse uitgevers Jacques Honervogt en  Jean Ganière, die hoogstwaarschijnlijk ook een Franse versie hebben uitgegeven. MUNDUS PERVERSUS - Die umgekehrte Welt, van een onbekende Duitse uitgever omstreeks 1620 met tekst in het Duits en Latijn. 

 

Taferelen
1. de wagen trekt de ossen
2. de ezel scheert zijn baas
3. het schaap scheert de herder
4. de dames lopen achter hun meid aan.
5. het paard ment de mannen voor de wagen
6. de vrouwen trekken ten strijde
7. schepen varen in de bergen
8. de vrouw is bewapend; de man spint het garen.
9. het kind kastijdt de vader (met hulp van de moeder).
10. de zieke onderzoekt de dokter.
11.de zigeuner laat zich de hand lezen en de toekomst voorspellen
12. mensen bedienen de dieren aan tafel.
13. de pachter laat de landeigenaar het veld bewerken
afbeelding van de omgekeerde wereld
14. de boer geeft de geleerde wijze raad
15. bejaarden lopen met vlaggen en molentjes
16. het kind ondewijst zijn leermeesters
17. jagen op zee ; hazen jagen de honden
18. de boer zaait op zee
19. vissen vangen de vogels in het water
20. vis hengelt naar vogels; vissen nestelen in de boom
21. de eend?? jaagt op de valk.
22. het konijn jaagt de adelaar; de haan jaagt de wolf
23. de muis jaagt de kat; de geit jaagt de leeuw
24. het rund bespeelt de luit voor de ezel
25. de ezel berijdt de man
26. de ezel drijft de beladen man
27. de os drijft de mannen voor de ploeg
28. de os slacht de slager.
29. de koning gaat te voet ; de knecht te paard.

Teksten en verzen
1. Proverbij usati il carro e’ inazi a buoi / E quel, che s’ha a far prima si fa poi.
2. L’asinello oentil senza sapone / Lava la testa al barbier suo patrone.
3. La pecorello al fin risurge e tosa / Il suo guardian che contradir non osa.
4. Quelle che dianzi altere ivano inante / Seguono illustri donne hor la sua fante.
5. Hoggi il contraio di quel che fu hieri / L’huom tira il chocchio el cavallo e’ cocchieri.
6. Femine armate hoggi al guerre vanno / E gli huomini acciosi in casa stanno.
7. Quel che per lample ‘mar facean suave / Hor sopra il monti van gallere e nave.
8. La donna armata a piastre, e armata spada / fa il marito filar in su la strada.
9. Malluagio sessa ecco l’unica madre / Fa al semplice figlivol battere il padre.
10. Guanda se di costui e il pensier vano / Che infermo e vuol tastare il polso al sano.
11. La cingana, chi altrui dir la ventura / Solea che altri la dica a ‘se procura.
12. Spesso Fortuna fa che u cor gentile / Serve, u brutto animal ingordo, e rile.
13. Sempre no sta sorte, ove si pone / Anco villan zappar fa il suo patrone.
14.Ne ‘in fatti, ne in parole il villa cede / Se ben da un dotta contradir si vede.
15. Ribambiscone i vecchi anchor tal volta / Van con palij e molinelli in volta.
16. Di contender con quei che’ l tutto sanno / Loggi ardimento a un fanciuliu d’un anno.
17. Apie e a cavallo in mar si scorre e caccia / Se guon lepri e cingiari de can la traccia.
18. Nel’ onde il pazo a seminar si mette / E di racorre il frutto si promette.
19. Hor, che gli augelli in aqua han la lor sede / Scendon da l’aria i pesci a farne prede.
20. E mentre ad uccellar sta quei com l’hamo / Altri a’ diporto va di ramo in ramo.
21. La cornacchia a gracchiando ni fuga pone / Il suo sempre nimico empio falcone.
22. La lepre al gallo a l’alquila, la volpe / Fan la pena sentir delle lor colpe.
23. La gatta innanza al sorze si dilegua / Ne dalla capra il fier leone a tregua.
24. Pone al leuto il bue l’incultra destra / E l’asino sua dea sta alla finestra.
25. Perche indiscreto vedi il molinaro / Che per giumenta serve al suo somaro.
26. Carco d’aqua il patron va per camino / Punto da l’asinel ch’a inspalla il vino.
27. Il bue, che ga portama arunde il piego / Fa il suo idlero avare boggi a che inego. ??
28. Il bue, ch’altrui di se pascer devria / Scortica il servo a honor de l’osteria.
29. Hor, che’l villono e’ in sella el re a piedi / Come si cangia la fortuna vedi.

 

© 2001-2008 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 10 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding

van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl.