Francisus Beersmans te Turnhout, ca. 1870

 

De verkeerde wereld - Le monde renversé,

 

 

 

F.A. Beersmans, geboren te Turnhout in 1840, werkte als boekbinder bij de uitgever Brepols, een belangrijke drukker-uitgever van kinderprenten. Omstreeks 1866 vestigde hij zich als zelfstandige drukker en uitgever van kinderprenten te Turnhout. Hij liet voor een serie van 31 prenten houtblokken graveren. Eén van de prenten in lijncliché draagt de signaturen Sopiau en Bodart. Wie de houtblokken heeft gegraveerd is onduidelijk, maar met de onderwerpen sloot hij aan bij de traditionele voorstellingen op dit soort prenten: sprookjes en volksverhalen, militaire onderwerpen, kinderspelen, allegorische voorstellingen zoals luilekkerland en de omgekeerde wereld,  enzovoort.

Daarna heeft hij zijn fonds uitgebreid door de overname van de houtblokken van Anthonie van Genechten. In het fonds van Van Genechten zaten ook blokken afkomstig van de Nederlandse uitgevers Noman en Thompson, zodat het fonds Beersmans een duidelijk Noordnederlands stempel draagt.  Vrijwel alle prenten van Beersmans zijn tweetalig en zijn met schablonen gekleurd.  Ze vonden zowel in Nederland als in België ruime verspreiding. Daardoor behoren Beersmans kinderprenten tot de minst zeldzame. F.A. Beersmans overleed in 1897, waarna zijn weduwe en dochter de zaak nog enkele jaren voortzetten en het overdeden aan M. Jacobs-Brosens, die in 1905 de houtblokken verbrandde en het restant prenten verkocht aan de verzamelaar en volkskundige Emile van Heurck. 

De omgekeerde wereldprent telt 4x4  handgekleurde houtsneden met 2-regelige Nederlandse en Franse verzen.

 

Vindplaats: verz. Borms-Koop, Waller

Literatuur: De Meyer 1962.

 

taferelen

1. meisje vrijt jongen

2. dame draagt korf voor meid

3. heer bedient knecht

4. man duwt omgekeerde kruiwagen

5. paard ment man

6. paard beslaat smid

7. os slacht slager

8. beer laat baas dansen

 

9. jager schiet zichzelf

10. man steekt lantaarn overdag aan

11. vissen vangen visser

12. kind wiegt kindermeid

13. schaap eet wolf

14. rat jaagt kat

15. haan broedt eieren

16.kikvorsen eten ooievaar

 teksten en verzen

‘T gelijkt of ’t hier is schrikkeljaar,

Het meisken loopt den jongen naar.

  L’anné est ici bissextile

  L’Homme est courtisé par la fille.

 

Terwijl de meid gaat met gemak,

Draagt de juffrouw het zware pak.

  La servant est en cotillon ;

  La dame porte provision.

 

Wat dunkt u, is ’t niet kluchtig vriend,

Als dat Mijnheer de knecht nu dient?

  Nést-ce pas drôle, car cést de bon,

  Que monsieur serve le garcon ?

 

Wat doet gij, domkop zijt gij niet geleerd,

Ziet dan uw wagen loopt ganschverkeerd

  Oh ! imbécile, arrête ton cours !

  Ta brouette est à rebours.

 

Is dit niet een zeer stout bestaan,

’T paard doet den boer den toom nu aan

  Ce cheval est bien arrogant

  Et il n’a pas l’air bien manant.

 

Ziet eens of ’t niet aardig staat,

Dat het paard den smid beslaat.

  Voyez un peu, le maréchal

  Se fait ferrer par le cheval.

 

Wel wie had dat ooit gedacht,

Dat den os den slager slacht !

  Qui l’aurait donc jamais pensé,

  Le bœuf conduit l’homme au marché.

 

Dit is hier alweer verkeerd,

De beer zijn meester dansen leert.

  Oui Messieurs ! ma foi c’est traitre,

  Car l’ours fait danser son maitre

Zie dezen jager kan goed jagen,

Maar zal geen wild naar huis meêdragen.

  Holà, chasseur, que fait tu donc ?

  Tu places à rebours le canon.

 

Gij doet verkeerd, de zon aan ’t schijnen,

Doet straal en glans uws lichts verdwijnen.

  Lanterne en mains et cést le jour

  Est-tu donc fou, ou est-ce un tour ?

 

Wat zie ik hier,wie zou het gissen

De visscher wordt gevischt van visschen.

  Que vois-je ici le coirait-on ?

  Le pêcheur pris par les poissons.

 

Is dit niet een aardigheid,

’T kleine kindje wiegt de meid.

  Cette image est bien plaisante,

  L’enfant berce la servante.

 

Wat dunkt u is dit schaap niet wreed,

Dat het meester wolf op eet?

  Qu’en dites-vous le loup glouton,

  Est dévoré par le mouton.

 

Is dit niet een vieze klucht,

De de kat de ratten vlucht ?

  Cést trop fort, comment,le chat,

  Se met à fuir devant le rat.

 

De hen vindt zich geheel verlicht,

Wijl de haar haar werk verricht.

  La poule est beaucoup soulagée,

  Le coq fait ici la couvée.

 

Dit gelooven valt wat zwaar,

De vorschen eten ooievaar.

  La cigogne est abattue,

  Les grenouilles lónt rompue.

 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 15 December 2009.

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl