Ilia Yakovlevich Akhmetieff (Akhmet'ev) te Moskou, ca. 1780The bull that did not want to be a bull and became a butcherDe volksprent in kopergravure, in het Russisch lubok, komt in Rusland pas na 1750 tot ontwikkeling en eindigt rond 1860 toen alle uitgevers op lithografie waren overgeschakeld. Ilia Yakovlevich Akhmetieff was de grootste Russische uitgever van volksprenten in de tweede helft van de 18e eeuw. Volgens Alexander Boguslawski begon Akhmetieff in 1744 thuis met het drukken van heiligenprentjes op een simpele handpers. Hij was de eerste die een echte prentindustrie opzette in Moskou. De drukkerij was gevestigd in Moskou in de wijk Spassky en van de persen kwamen bijna uitsluitend kopergravures. De platen kwamen maar voor een deel uit de eigen werkplaats waar hij de beste graveurs aan het werk zette; veel platen liet Akhmetieff graveren door 'zilverbewerkers' in Moskou en omgeving. Meester-graveur van Akhmetieff was Nicolas Tsjoevajev, leerling van de Nederlander Adriaan Schoonebeeck, die een groot aantal leerling-graveurs opleidde. Tegen het eind van de 18e eeuw had Akhmetieffs opvolger Jean Louinoff, die naast prenten ook boeken drukte, de beschikking over 20 persen. De platen van Akhmetieff werden tot ver in de 19e eeuw herdrukt, maar van de prent zijn ook kopieën bekend. De productie van Russische (volks)prenten had zwaar te lijden van de censuur. Tot het derde kwart van de 17e eeuw was de productie en omvangrijke import van prenten betrekkelijk vrij en censuur werd niet erg strikt toegepast. De orthodox kerkelijke overheid stoorde zich echter aan de vrijzinnige weergave van heiligen en bijbelse taferelen. Patriarch Joachim verbood deze prenten en liet op ze grote schaal vernietigen. In een aantal decreten werd precies voorgeschreven hoe de religieuze afbeeldingen er uit moesten zien. Ook de burgerlijke overheid scherpte de censuur aan, met name voor portretten van de tsaar en de tsarina werden gedetailleerde voorschriften gegeven. Prenten die daaraan niet voldeden werden geconfisceerd en vernietigd. Dramatisch was een actie van de gouverneur-generaal van Moskou rond 1850, waarbij alle koperplaten van afbeeldingen die de censors niet aanstonden door de politie uit de drukkerijen werden gehaald en naar klokkengieterijen afgevoerd. Met de invoering van de lithografie herstelde de productie van de goedkope volksprenten zich weer.
De handgekleurde kopergravure De os die geen os wilde zijn en slager werd van Akhmetieff dateert uit omstreeks 1770. De gravure bestaat uit één grote centrale afbeelding met de os, waaraan de prent zijn naam ontleend, omlijst door dertien kleinere taferelen,
waarschijnlijk gekopieerd naar de prent Jedermann.
De prent was populair en werd door een andere Russische uitgever gekopieerd.
(zie: Akhmetieff copie) Dimitri Rovinski
nam een kopie van de prent op in
zijn standaardwerk over de Russische volksprenten. De prent werd in 1842 door de censuur verboden vanwege het satirische karakter, waarbij de os symbool zou staan voor de onderdrukte boeren die wraak nemen op hun landheer, misschien ook wel op de tsaar.
Afbeeldingen met beschrijving in Lubok 1984, p. 48. Lit.: Duchartre 1961. Zie voor A. Buguslawsky: http://www.rollins.edu/Foreign_Lang/Russian/Lubok/lubok.html
|
|
Taferelen Teksten en verzen (via het Frans uit het Russisch vertaald) © 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 19 January 2010. Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. Contact centsprenten@xs4all.nl. |