De firma
Joh. Ykema te ‘s-Gravenhage
Johannes Ykema of IJkema ( ? - 1893) kreeg zijn leertijd bij Zalsman te Kampen. In 1869 begon hij een boek- en muziekhandel aan het Oranjepark in Den Haag, maar al spoedig werd daaraan ook een uitgeverij verbonden. In 1875 richtte hij een geďllustreerd tijdschrift voor de jeugd op met de titel Voor het jonge volkje. Als redacteur trok Ykema de onderwijzer P.J. Andriessen aan. Andriessen was een bekend schrijver van kinderboeken, vooral van historische verhalen. Het tijdschrift verscheen in maandelijkse afleveringen, die ook gebundeld als boek in de handel werden gebracht.
Vanaf 1880 tot aan zijn overlijden in 1909 was P. Louwerse de redacteur en onder zijn leiding werd het tijdschrift het populairste jeugdblad van Nederland. De vele illustraties waren niet vreemd aan dit succes. Vereisten illustraties met houtgravures in de jaren 1840 nog een hoge investering die door meerdere uitgaven rendabel moest worden gemaakt, drie decennia later was er een ruim aanbod van drukblokken uit binnen- en buitenland. Een Engels bedrijf bood in een catalogus tienduizenden cliché’s aan en ook in het Nieuwsblad voor den Boekhandel werd voor kinderprenten drukmateriaal aangeboden.[1] Hiermee konden tijdschriften en centsprenten voor weinig geld royaal worden geďllustreerd en bleef de abonnementsprijs laag.
Waarschijnlijk heeft Ykema voor deze uitgaven nooit nieuwe gravures laten maken, maar kocht hij dergelijke drukblokken aan. Schrijvers zoals Andriessen en Louwerse schreven daarbij hun verhaal; een praktijk die in de 19e eeuw heel gebruikelijk was en ook voor goedkope geďllustreerde kinderboeken werd toegepast.[2] Dat bij plaatjes een verhaal werd geschreven en niet andersom blijkt ook uit het voorwoord van Andriessen bij de eerste aflevering van het tijdschrift waarin hij schrijft: ‘voor de mooie plaatjes zorgt de Uitgever ; voor de prettige inhoud uw Vriend P.J. Andriessen’.
Naast het bieden van ontspanning aan jongeren van ca. 10 tot 16 jaar was ‘leering’ ook het duidelijke doel. Lange artikelen, vaak in de vorm van vervolgverhalen, handelden over vreemde volkeren en historische gebeurtenissen, maar ook over helden en heldinnen waardoor deze een voorbeeldfunctie voor de jeugd kregen. Daarnaast werden raadsels, gedichten en informatieve artikelen over natuur en techniek geplaatst. Godsdienst en nadrukkelijk gemoraliseer kwam in het tijdschrift niet voor, wat ongetwijfeld bijdroeg aan de populariteit en de ruime verspreiding onder kinderen van verschillende gezindten.
Voor kinderen van 5 tot 8 jaar gaf Ykema vanaf 1882 het maandblad Voor de kinderkamer uit. Eveneens royaal geďllustreerd en met een grotere letter gedrukt kwam het tegemoet aan de behoefte aan eenvoudiger leesmateriaal. Qua toon en moeilijkheidsgraad is er verwantschap tussen dit tijdschrift en de Ykema’s kinderprenten, maar inhoudelijk zijn het totaal verschillende uitgaven.
Andere uitgaven van Ykema betroffen vooral schoolboeken en -platen voor het lager en uitgebreid lager onderwijs. Zo verschenen vanaf 1878 de Nederlandsche Historieplaten, een serie die twee jaar later 24 prenten omvatte. Het waren de eerste platen voor het geschiedenisonderwijs ontworpen door kunstenaars en gedrukt in kleuren.[3]
‘De verschijning van deze platen was een evenement in de toenmalige schoolwereld: ‘24 waarlijk artistieke platen naar aquarellen van bekende meesters als H. te Kate, J. J. Mesker, Ch. Rochussen en H. A. van Trigt. De kunst in dienst van het onderwijs!’, juichte Ykema’s opvolger in de fondscatalogus voor 1900.[4]
In 1882 startteYkema een van 24 serie centsprenten op het ongebruikelijk grote formaat van 43 bij 55 cm onder de titel Louwerse’s kinderprenten.[5] Met een ‘magazijn’, een boek en centsprenten lijkt hij het productmodel van Schuitemaker te volgen. Bij Ykema is de samenhang tussen de prenten en de andere uitgaven echter veel minder sterk. Hoewel Ykema drukblokken van het tijdschrift ook voor de prenten gebruikte, komen in tijdschrift en prentserie ook heel verschillende gravures voor. De teksten vertonen, op enkele korte gedichtjes na, al helemaal geen overeenkomst.
In november 1887 volgde een tweede serie van 24 kinderprenten evenals de eerste serie onder redactie van Louwerse en gedrukt bij G.J. Thieme te Arnhem op goed papier van het grote formaat.[6] De serie week qua vorm en inhoud niet af van de vorige; ook nu werd drukmateriaal hergebruikt voor de kinderprenten. De derde serie van 24 prenten, in dezelfde stijl als beide voorgaande, verscheen in 1892.
Ykema’s prenten werden niet gebundeld in albums, maar los verkocht voor 5 ct per stuk.
De prenten van de drie series zijn van gelijke opzet. De meeste prenten hebben een thema dat in de titel tot uitdrukking komt. Ze tonen 6 tot meer dan 12 afbeeldingen onder andere van de seizoenen, kinderspelen, dieren, het landleven en ijspret, maar er zijn ook macedoines bij, prenten waarbij de afbeeldingen en teksten onderling geen verband houden. De gravures gaan meestal vergezeld van een rijmpje of een uitgebreidere tekst op rijm.
Over de oplage van de prenten is niets bekend, maar die was waarschijnlijk hoog. De eerste en tweede serie beleefden een herdruk bij Ykema. Hoewel de prenten tegenwoordig niet veel worden aangetroffen, werden ze in grote hoeveelheden bij de boekhandel afgezet. Zo had de boekhandel Mellink te Zutphen bij opheffing nog 8 riem of bijna 4000 Louwerse’s prenten in voorraad.[7]
Bij Voor het jonge volkje werden af en toe zg. premieplaten uitgegeven, die ook afzonderlijk voor 20 cent per stuk verkocht werden.[8]
In 1893 overleed Joh. Ykema en de firma werd voortgezet door J. Maas die er een echte educatieve uitgeverij van maakte.[9] De drie series kinderprenten en de beide jeugdtijdschriften werden na Ykema’s overlijden overgenomen door de firma Schillemans en Van Belkum te Zutphen.
[1] In een advertentie worden uitgevers gewezen ‘op de uitstekende gelegenheid tot het bekomen van fraaie clichés voor Nederlandse kinderprenten’. NvdB 1884, p. 463.
[2] Th. Gielen, 'Fabrieksprentenboeken en de internationale prentenhandel 1890-1950', in: S. de Bodt en J. Kapelle, Prentenboeken – Ideologie en illustratie 1890-1950. Amsterdam/Gent: Ludion 2003, p. 85-97.
[3] NvdB 1878, p. ?? (nazien: editie 27 augustus)
[4] Fonds-Catalogus van Joh. Ykema, 's-Gravenhage 1900, p. 27.
[5] NvdB 1882, p. 544.
[6] NvdB 1887, p. 681.
[7] NvdB 1920, p. 1221.
[8] NvdB 1885, p. ?? (nazien: editie van 19 juni)
[9] De luxe uitgegeven catalogus voor 1900 van bijna 200 pagina’s vermeldt uitsluitend boeken, kaarten en prenten voor schoolgebruik.