Lootsman,  Conynenberg,  Van  der  Putte  te  Amsterdam          terug

Uit: M. de Meyer 1962, p. 210.

 

De oudste bekende volksprenten uit dit fonds zijn gedrukt op naam van de weduwe Theunis Jacobsz. Lootsman. Eén hiervan is gedateerd 1670.

De weduwe Theunis Jacobsz., met haar meisjesnaam Lijntje Robyns, was afkomstig uit Antwer­pen 1. Haar echtgenoot, overleden in 1650, telde onder de belangrijkste Amsterdamse uitgevers van zijn tijd 2. Hij liet zijn weduwe vijf onmondige kinderen na. Bijna veertig jaar lang heeft de weduwe Theunis Jacobsz het bedrijf van haar echtgenoot voortgezet3. Intussentijd waren hare kinderen meer­derjarig geworden. De oudste Jacobus trad zelfstandig op als boekdrukker van 1653 tot 1668 4, van deze laatste datum af, tot zijn overlijden in 1679, was hij geassocieerd met zijn broeder Casparus 5. De oudste dochter van de weduwe Lootsman, Cathalina, was gehuwd met Michiel de Groot, eveneens een bekende drukker en uitgever van volksprenten. De tweede dochter, Johanna, was ook gehuwd met een drukker, Jacobus Konynenberg 6. Deze laatste overleed in januari 1675 7. Na de dood van zijn broeder Jacobus (1679) heeft Casparus Lootsman ook even samengewerkt met zijn zuster, de weduwe Konynenberg 8.

Al deze firmanten : Jacobus Lootsman, Jacobus en Casparus Lootsman, Casparus Lootsman en de weduwe Konynenberg waren gevestigd „Op 't Water in de Lootsman", waar ook de weduwe Theunis Jacobsz gevestigd was en zelfstandig werkzaam bleef tot haar overlijden in 1689 9- Haar zoon Casparus Lootsman volgde haar op. Van hem zijn een zestal prenten bewaard, waaronder de Avonturen van Willem Bontekoe en de Pelgrimage van Duif ken en Willemynken. Deze en andere prenten van Casparus Lootsman zien er niet naar uit, alsof ze zouden zijn afgedrukt van nieuwe blok­ken. Wij achten het dan ook zeer waarschijnlijk dat deze houtgravures reeds deel uitmaakten van het fonds van de weduwe Theunis Jacobsz.

Casparus Lootsman, overleden in 171110, bleef vermoedelijk ongehuwd. Zijn zuster, de weduwe Konynenberg, had twee zonen : de oudste, Antony, werd dominee te Loenen u, de ander, Jacobus, werd door zijn oom Casparus Lootsman opgeleid in het drukkersvak.

__________________________

1 Kleerkooper en Van Stockum, I, blz. 387. — 2 Hij gaf verschillende werken uit van Jacob Cats, een nieuwe druk van de Byeticorfvan Marnix van Sint-Aldegonde, van de Zeeusche Nachtegael en was in 1641, samen met J.F. Stam, E. Coppenburg en O.B. Smient, mede-uitgever van de statenbijbel. Zie lijsten van zijn uitgaven in de Cartotheek Enschedé in de Bibliotheek van de Vereeniging van den Boekhandel te Amsterdam. — 3 In de hiervoor vernoemde Cartotheek Enschedé zijn zeven drukken vermeld van de Tresoor van de Gewichten, Maten van Koorn enz., verschenen bij de wed. Theunis Jacobsz van 1652 tot 1673. Op 14 maart 1659 werd aan de wed. Theunis Jacobsz. consent verleend voor het drukken van de bijbel (Zie Ledeboer, Alfabetische Lijst, blz. 590). In de Cartotheek Enschedé is tenslotte ook nog een uitgave vermeld van Cats' Spiegel van den ouden en nieuwen tijd, uitgegeven door de weduwe Theunis Jacobsz in 1690, het jaar na haar dood dus. _ 4 Waller, Biogr. IVoordenb., blz.404- — 5 Zeevaartboeken gedateerd 1688,1676 en 1678 uitgegeven door Jacobus en Casparus Lootsman. Zie Cartotheek Enschedé.— 6 Kleerkooper en Van Stockum, I, blz. 388. —  7 Ibid., I, blz. 147. _ 8 Uitgave van 1694 in Cartotheek Enschedé. — 9 Kleerkooper en Van Stockum, I, blz. 387. — 10 Ibid., ï, blz. 388. — 11 Ibid., I, blz. 387.

 

 

M. de Meyer 1962, p. 211.

 

In 1695 was Jacobus Conynenberg naast zijn oom aangesteld als tweede drukker van „'t Klein Zegel" 1 en in 1711 volgde hij deze op als boekverkoper „Op het Water in de Lootsman".

Jacobus Conynenberg junior, die op de prenten zijn naam met een C afdrukte, is als uitgever van boeken en prenten werkzaam geweest van 1711 tot omstreeks 1723 2. Hij is het die voor het eerst de prenten van zijn fonds nummert. Uit zijn fonds zijn twee ongenummerde en zes genummerde prenten bewaard. Het laagste nummer is 12, het hoogste 119. Hieruit kunnen we besluiten dat dit fonds meer dan 100 verschillende prenten omvatte, maar ook hoe weinig exemplaren er van deze uitgaven uit het begin der 18e eeuw bewaard zijn gebleven.

In de eerste hieronder beschreven prent uit het fonds Conynenberg richt de uitgever zich tot de volwassenen : „Komt Vryers en ghy Vrysters, Koopt geen Vincken ofte Lysters..."; maar op een andere prent (nr. 94) zien we de uitgever zich tot de kinderen richten : „Ziet hier Kinders, wilje kijken / Gy hier Christens Reyze ziet...". Hier gaat men van de volksprenten over naar de kinderprent.

De drukkers Casparus Lootsman en zijn neef Jacobus Conynenberg waren voorzeker welgestelde lieden. De tante van Casparus Lootsman, Magdalena Robyns, een rijke zuster van Lyntje Robyns,

____________________

1 Ibid., I, blz. 387. — 2 De juiste datum van zijn overlijden is ons niet bekend. In de cartotheek Enschedé zijn uitgaven ver­meld op naam Jacobus Conynenberg gedateerd van 1713 tot 1723.

 

 

M. de Meyer 1962, p. 212.

 

had in haar testament van 30 juni 1693, haar neef, Caparuss Lootsman, en haar nicht, Jannitje (Johanna) Lootsman, echtgenote van Jacobus Konynenberg, tot haar universele erfgenamen aangesteld; ook haar neef en nicht Joanncs Lootsman en Cathalina Lootsman, echtgenote Michiel De Groot, behoorden tot haar erfgenamen. Bovendien had zij verschillende bedragen, variërend van 1000 tot 5000 gulden, toegewezen aan haar achterncven, o. m. 3.000 gulden aan Jacobus Conynenberg 1. Deze erfde latei-van zijn moeder Johanna Lootsman, de weduwe Conynenberg, en ook van zijn oom Casparus Lootsman. Hij was bovendien, samen met zijn broer, dominee Antony Conynenberg, universeel erfgenaam van zijn tante Cathalina Lootsman, weduwe Michiel de Groot2.

Is Jacobus Conynenberg vroeg op rust gegaan en heeft hij omstreeks 1723 zijn zaak verkocht aan Isaak van der Putte, of is deze in het bezit gekomen van het fonds Lootsman na de dood van Jac. Conynenberg; De juiste toedracht is ons onbekend. Alleen weten we, dat alle volks- en kinderprenten uitgegeven door Isaak van der Putte het adres dragen „op 't Water in de Lootsman".

Isaak van der Putte, die uit ccn oud drukkers- en uitgeversgeslacht stamt 3, was voorheen ge­vestigd op de N.Z. Voorburgwal. In 1710 was hij op zesentwintigjarige leeftijd gehuwd met Barbara van Heekeren 4; in 1720 reeds, was hij „overman" van het boekverkopersgild.

Op één uitzondering na, een driekoningenbrief, zijn al de bewaarde prenten uit het fonds van Isaak van der Putte genummerd. Het laagste bewaarde nummer is 19, het hoogste 221. Van dit be­langrijk fonds zijn slechts 18 prenten bewaard. Of Isaak van der Putte voor zijn prenten de nummering van Jacobus Conynenberg behouden heeft kunnen we niet nagaan, daar geen enkel van de bewaarde nummers bij de twee voorkomt en ook geen enkel gelijke prent. Wel vinden we in het fonds van Isaak van der Putte een emblemataprent (nr. 60) die we reeds kennen uit het fonds van Casparus Lootsman, maar die daar ongenummerd was.

Veel beter dan in het fonds Conynenberg kan men in het fonds Van der Putte de evolutie na­gaan van de volksprent naar de kinderpraat : „Het leven en bedrijf van de beruchten dief en moor­denaar Cartouche" (nr. 68) kunnen wc moeilijk een opvoedend verhaal voor de jeugd noemen, evenmin als de landlopers en de bedelaars van de prent Luy en Lekker (nr. 55) een stichtelijke voor­stelling kan heten, maar de meeste overige prenten richten zich, naar voorstelling en tekst, werkelijk tot de jeugd. De uitgever tracht de jeugd aan te trekken door verschillende epitheta „Jonge Jeught" (nr. 75), „Zoete Jongelingen" (nr. 116), „Leergierige Jeugd" (nr. 124).

Isaak van der Putte was een welgesteld man. We weten dat hij in 1742 een jaarlijks inkomen ge­noot van 3.000 gulden, er twee dienstboden op na hield, en een huishuur van 1050 gulden betaalde. Zijn zoon Abraham, die bij hem inwoonde, verdiende 1.ooo gulden per jaar 5. Abraham volgde zijn vader op omstreeks 1748 6.

__________________

1 Kleerkooper en Van Stockum, I, blz. 387. — - Ibid., l blz. 240. — 3 Wallcr, Biogr. Woordatli., blz. 473 vermeldt : Isaak van der Putte wcrkz. A'dam 1711-48, „op de N. Z. Voorburgwal" 1711, „op 't Water in de Lootsman" 1728-48. Bij zijn overlijden, 1748, woonde Isaak van der Putte „op 't Water bij de Karnemelkstecg" K.S., I, blz. 568. — De Van der Puttc's zijn bekend als lettcrgieters en ook als uitgevers van de zogenaamde „putjes-drukken" van de werken van Vondel. Op de titelpagina van deze uitgaven is als firma-vignet een waterput afgebeeld. — De grootvader van Isaak was Jan Gcrritz van der Putte. Abraham Jansz. van der Putte geb. ±1635, ovcrl. 1718, boekverkoper, later suppoost van de bank van lening, was de oom van Isaak. K.S.I. blz. 569-70, zie ook Waller, Biogr. Woordenboek, stamtafel tegenover blz. 464. Over de Van der Putte's als uitgevers van bijbels zie : J.W. Enschede, De Voorgeschiedenis der Nederlandsche Bijbelcompagnie, Het Boek, 1914, blz. 273-288. — 4 Kleerkooper en Van Stockuni, I, blz. 568. — 5 Oldewelt, Kohier personeele Quotisatie 1742, Amsterdam, dl. II, blz. 124. Wijk 18, nr. 1434. — 6 Waller, Biogr. Woordenboek, blz. 473. — Enschedé, Fonderies, deelt mede op blz. 210 : „Izaak van der Putte était mort en 1748; son fils Hendrik lui avait succcdé". Het is wel Abraham die Isaak heeft opgevolgd en met Hendrik. In de cartotheek Enschedé vonden wij de volgende aantekeningen op naam Van der Putte : „Isaac van der Putten van Petten, boekdrucker heeft syn groot gekogt. Burger cedul vertoont het geld en de nos(?) voldaen desen 4 May 1711. Leden Boekverkoopersgild A'dam. — Abraham van der Putte, boekverkooper en boek­drukker, geboren burger heeft het geld voldaan de 27 dec. 1728. Leden Boekverkoopersgild A'dam."

 

 

M. de Meyer 1962, p. 214.

Op naam van Abraham van der Putte zijn slechts vijf prenten bewaard : een ongenummerde „Cartouche" die een andere „Cartouche" is dan die uit het fonds van zijn vader, een „Jonge Prins van Oranje", en drie merkwaardige oude volksprenten : nr. 24 „Het Tooneel der Amsterdamse Gekken en Gekkinnen", nr. 70 „De Nieuwe Modens op sijn Flaems", en nr. 129 een mooie 16e-eeuwse houtgravure met de afbeelding van een galei met 40 riemen.

Vier jaar slechts, van 1761 tot 1765, heeft Hendrik van der Putte, opvolger van Abraham, aan het hoofd gestaan van het bedrijf, nochtans zijn er een vijftigtal prenten bewaard, gedrukt op zijn naam. Op enkele uitzonderingen na dragen de prenten van Hendrik van der Putte een volgnummer, maar de nummering stemt niet overeen met deze toegepast door Isaak van der Putte 1. Uit de staat van de afgedrukte blokken en uit de aard van de bewaarde prenten menen wij te mogen afleiden dat Hendrik van der Putte weinig vernieuwing bracht in het fonds van zijn voorgangers. Naast bijbelprenten en stichtelijke verhalen als Duifjes en Willemynkes Pelgrimage, vinden we bij de prenten van Hendrik van der Putte grove boerten als „Het geestigh Leeven van Jan Knol", die zich begeeft „tot het hoere leven" en „smookt voor playsier bij wijn en venusdier".

De weduwe van Hendrik van der Putte heeft de zaak voortgezet tot omstreeks 1767 2. Zij heeft in hoofdzaak de oude prenten van haar voorgangers herdrukt en, wanneer de blokken te ver versleten waren, nieuwe kopieën laten maken van de oude blokken 3.

De Van der Puttes waren niet alleen uitgevers en drukkers doch ook letter gieter s. De weduwe Van der Putte heeft in 1767 de volledige lettergieterij verkocht aan de gebroeders Ploos van Amstel en vermoedelijk heeft zij in hetzelfde jaar de uitgeverij en de drukkerij overgelaten aan haar dochter 4.

Bij het voortzetten van de oude familiezaak van 1767 tot 1793 werden de erven Van der Putte bijgestaan door Bastiaan Boekhout.

Afwisselend vinden we dan op de uitgaven, zowel op de boeken als op de prenten, vermeld : „Bij d'Erve H. van der Putte, boekverkoopster (ook : papier- en boekverkoper(s)) op 't Water in de Lootsman", ofwel „Bij d'Erve van der Putte en Bastiaan Boekhout, boekverkopers op 't Water in de Lootsman". Dit verschil in benaming bewijst niets voor de chronologie van deze uitgaven, want er bestaan uitgaven met het eerste adres welke gedateerd zijn : 1771, 1780, 1784, 1790 5, en uitgaven met het tweede adres gedateerd : 1778, 1782, 1791, 1792 6.

De erven Van der Putte hebben veel prenten uit het oude fonds herdrukt, maar ook nieuwe prenten laten aanmaken. In deze jaren komen in dit fonds voor het eerst gesigneerde prenten voor : de nummers 35 (een grote houtsnede met de afbeelding van twee tamboers en een vaandrig) en 155 (twee houtsneden „de Buyten-Amstel, des Zoomers en des Winters") zijn gesigneerd G.N. Garama; nummer 158 (2 houtsneden met mooie afbeeldingen van sleden) is gesigneerd A. Bouwens. Van deze laatste vermeldt F.G. Waller „werkzaam Amsterdam 1779-81" 7. Van G.N. Garama weten we alleen dat hij gewerkt heeft voor de erven Van der Putte, en dat ook in het fonds van De Lange te Deventer

______________________

1 De prenten van Isaak van der Putte nrs. 60, 66, 68, 112, 123, 124, en 221 werden herdrukt door Hendrik van der Putte, respectievelijk met de nrs. 110, 54, 108, 18, 63, 43, 46. — 2 Enschedé, Fonderies, blz. 212 : „la veuve continua a diriger l'im-primerie jusqu'a sa mort en 1774". Dit lijkt niet juist te zijn daar in 1768 reeds een boekje verscheen „Gulden Spiegel ofte opwekkinge tot Christelijke deugden" op adres Erve H. van der Putte. Zie veilingcatalogus G.T. Bom en Zoon A'dam, november 1908. (Bibl. Vereeniging.) — 3 De prenten uitgegeven door de weduwe Hendrik van der Putte en genummerd i, 14, 18, 43, 54, 58, 62, 72, 76, 77, 109, 115, 116 zijn respectievelijk herdrukken van de uitgaven Hendrik van der Putte i, Abr. van der Putte z. nr. Cartouche, Isaak van der Putte 112, 124, 66, Hendrik van der Putte 58, Isaak van der Putte 116, Hendrik van der Putte 72, 76, 77, 109, Isaak van der Putte 122, 214. Voor de prent nr. 61 heeft de weduwe Hendrik van der Putte, de blokken laten kopiëren van de uitgave Isaak van der Putte 116. — 4 Ch. Enschedé, Fonderies, blz. 211. — 5 Dronckers, Verz. Waller, nrs. 1185, 1581, 746, 1299. — 6 Ibid., nrs. 1175, 1173, 1496 en 13. — ' Waller, Biogr. Woorden­boek, blz. 106.

 

 

M. de Meyer 1962, p. 215.

 

een prent voorkomt (de geschiedenis van Jan van Spanje en Trijn Salie, nr. 80) geïllustreerd met 24 houtsneden door G.N. Garama.

Niet alle prenten gedrukt op naam van de erven Van der Putte zijn uitgaven van deze firma. Naast haar eigen uitgaven heeft de firma Van der Putte, de laatste jaren van haar bestaan, ook de uit­gaven in de handel gebracht van de firma Kannewet, maar gedrukt op haar naam. Haar activiteit als wederverkoopster is even belangrijk geweest als haar activiteit als uitgeefster. Er zijn bijna evenveel exemplaren bewaard van uitgaven Kannewet, gedrukt op naam der erven Hendrik van der Putte, als op naam Kannewet l.

De uitgaven Kannewet gedrukt op naam der erven H. van der Putte zijn niet opgenomen in onderstaande lijst, maar men vindt ze beschreven in de lijst Kannewet. Van volgende nummers uit het fonds Kannewet zijn, voor zover bekend is, ook uitgaven in de handel gebracht op naam der Erven H. van der Putte :

*3, 4, **4, *5, **5, **8, *10, 13, **14, *15, *16, **16, 17, *`17, 18, * *19, **22, **23,

24, *24, *28, 29, **30, 32, *32, **32, 37, *37, 38, 39, 40, *40, K*41, **41, **42, 44, **47, 48,

*48, **48, 49, **49, 50, 53, 55, *58, *59, 60, *601 61, *61, *62, 63, 68, 69, 70, *72, 73, *73, 75, *75, 76, 77, 78, *82, 86, *86, *87, *89, *91, 92, K93, *97, 98, *99.

De firma Van der Putte hield op te bestaan in 1794 2.

De volledige drukkerij installatie werd publiek verkocht in 1793. Van het midden der 17e  tot het eind der 18e eeuw hebben zeven generaties het fonds Lootsman- Van der Putte in leven gehouden. Het is één der merkwaardigste fondsen van Nederlandse volks- en kinderprenten.

 

Prentlijsten Lootsman cs.