Kind & Papier

 

De firma G.L. Funke te Amsterdam

 

      

 

start

 

Prenten bekijken

 

George Lodewijk Funke (1836-1885)  kreeg zijn opleiding bij boekhandelaar en uitgever Gebhardt aan het Rokin. Daarna trad Funke in dienst bij de Haagse firma W. P. van Stockum en Zn., importeurs, uitgevers en veilinghouders en vervolgens bij zijn vriend Arie Kruseman. [1]

Hij trouwde te Haarlem met de zes jaar jongere M.C. de Koning met wie hij 6 kinderen kreeg.

In 1863 vestigde Funke zich als uitgever en boekhandelaar op den Blauwburgwal te Amsterdam. Als uitgever had hij veel succes en hij werd er rijk van. Hij gaf stichtelijke en theologische werken uit maar ook populair wetenschappelijke over natuurlijke historie in 15 delen en  schoolboeken, waaronder het Rekenboek voor de lagere scholen door J.A. Stamkart. Een stadsplan van Amsterdam en landkaarten van China, Korea en Bolivia, getekend door A. Braakensiek, zaten ook in zijn fonds. Voor de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen gaf hij enkele jaren de Volksalmanak uit. De klassieke literatuur was bij Funke ook goed vertegenwoordigd met vertaalde uitgaven van Shakespeare, Dante en Tarquato Tasso.

Belangrijker waren Funkes uitgaven van eigentijdse literatoren, onder anderen J.J. Cremer, J. Gram en J.P. Heije. Tot zijn belangrijkste uitgaven behoren de werken van Multatuli (Eduard Douwes Dekker). Hij publiceerde 7 bundels Ideeën van Multatuli , de Minnebrieven en verspeide stukken en Over vryen-arbeid in Nederlandsch Indie. Van boekhandelaar en uitgever R. C. Meijer, waar Douwes Dekker onderdak had gevonden, kocht Funke ook het kopijrecht van Max Havelaar. [2] W.F. Hermans schreef over Funkes relatie met Multatuli: ‘Nog belangrijker was de vriendschap met de uitgever Funke, die in 1870 aanving. In Funke vond Multatuli eindelijk het soort uitgever waar hij recht op had’. [3]

 

Vanaf 1870 was Funke redacteur van het Nieuwsblad voor den boekhandel.

Op 15 maart 1870 verscheen de eerste editie van De kleine courant, Nieuws van de dag, een dagblad dat Funke met P. van Santen had opgericht. [4] Het dagblad met een abonnementsprijs van f 2,50 per 3 maanden werd een succes. Het ontwikkelde zich in 8 jaar tot één van de meest verspreide kranten in Nederland.

Funke die in de journalistiek zijn bestemming had gevonden, kon dit werk niet meer combineren met de boekhandel en uitgeverij. Met Jac. Robbers, G. Kolff, K.H. Schadt en J.H. de Groot richtte hij in 1879 de Maatschappij Elsevier op met het doel rechten van boeken op te kopen en deze als goedkope herdrukken op de markt te brengen. [5] Daar bracht Funke een deel van zijn uitgaven onder, waaronder vrijwel alle van Multatuli. De goedkope edities van Elsevier droegen veel bij aan de bekendheid van Multatuli en zijn ideeën.

Wat van zijn omvangrijke fonds overbleef werd een jaar later geveild.

Nog slechts 5 jaar kon Funke daarna als uitgever en journalist werken voor zijn krant. Op 18 october 1885 overleed hij, pas 48 jaar oud. Twaalf jaar later nam zijn oudste zoon, Jacobus Funke de leiding over het krantebedrijf op zich. [6]

 

In 1865 deelde Funke de boekhandelaren in een prospectus mee dat hij een geheel nieuwe serie gelithographieerde Nederlandsche kinderprenten wilde uitbrengen. Als proef had hij een twaalftal prenten laten vervaardigen bij de lithografische drukkerij Emrik & Binger te Haarlem. De prenten waren getekend door G.L. Bos en A. Koot. Later tekenden ook C. Bos en C.C.A. Last voor de serie met dubbele benaming: Funke’s prenten en Nieuwe Nederlandsche kinderprenten.

Onderwerpen op deze prenten waren onder andere het leven van De Ruyter, de geschiedenis van Jozef, dieren in het wild, Nederlandse klederdrachten en jongens- en meisjespelen. Funke sloot met dit soort leerzame en onderhoudende prenten aan bij de trend die aan het begin van de 19e eeuw door de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen was ingezet.

Afbeeldingen van de kinderprenten gebruikte Funke ook voor de uitgave van een dertigtal goedkope prentenboekjes in de serie Nieuwe Nederlandsche Kinderboekjes. Deze boekjes zijn geïllustreerd met afbeeldingen van de vroegste prenten. [7]

Vergeleken met de traditionele kinderprenten in houtsnede of -gravure waren Funke’s prenten zowel wat de tekening, als wat de kleuring betreft goed verzorgd. De prenten waren op goed papier gedrukt en werden ‘zwart’ en gekleurd in transparante zachte kleuren geleverd. In de jaren 1870 schakelde Funke over op goed uitgevoerde kleurenlithografie. [8] De prenten werden gedrukt bij Emrik en Binger te Haarlem.

In zijn prospecti legde Funke grote nadruk op de kwaliteit van uitvoering, de juistheid van tekening en het Nederlandse karakter van zijn prenten. Hij richtte hij zich daarin ook tot de houders van bewaarscholen en onderwijzers in het lager onderwijs, waarvoor hij de prenten aanbeval 'om op de school ten gebruike in te voeren of als “prijzen” aan de kinderen uit te deelen, en daardoor deze kostbare, echt nationale onderneming ..[te]..helpen gelukken. Verder hoopte hij met de prenten in alle behoeften van het aanschouwelijk onderwijs te voldoen'.

Hij vroegaagt ook steun aan de boekhandelaren: Help mij svpl. in deze belangrijke onderneming door mijne prenten boven die der Duitschers te protégeren en ze bij het publiek aan te bevelen. [9]

De prenten waren duurder dan de traditionele centsprenten en de eigentijdse prenten in houtgravure van Noothoven van Goor en Sijthoff. De ongekleurde versie kostte 5 cent; voor de gekleurde werd een dubbeltje gevraagd. Handelaren die per hele of halve riem konden bestellen betaalden omgerekend 3 en 6 cent.

In december 1866 was de serie al uitgebreid tot 61 nummers en in 1872 verscheen het 114e en laatste nummer. In de fondscatalogus van januari 1874 berichtte Funke dat een aantal prenten uit de serie was uitverkocht en dat de prenten 115 tot 130 in bewerking waren. [10] Deze prenten zijn echter niet door Funke, maar door Jan de Haan uit Haarlem op de markt gebracht. In 1875 verkocht Funke de prentserie aan De Haan.

Er zijn geen oplagecijfers bekend van de Nieuwe Nederlandsche kinderprenten. Afgaand op de vele prenten die nu nog in de handel worden aangetroffen werden ze goed verkocht. In de belangrijkste openbare verzamelingen in Nederland zijn Funke’s prenten ruim vertegenwoordigd. [11]

 

Prentlijst Funke's Prenten


1. NvdB 1885 p. 606-613.

2. Zie over uitgever en boekhandelaar Meijer en zijn relatie met Multatuli: www.iisg.nl

3. Willem Frederik Hermans, De raadselachtige Multatuli. Amsterdam: De Bezige Bij,  1987, p. 179.

4. A.C. Kruseman, Bouwstoffen voor een geschiedenis van den Nederlandsche boekhandel gedurende de halve eeuw 1830-1880, dl. II , p. 670.

 5. Kruseman, op. cit., p. 492-493.

6. J. van Oven,  Levensbericht van Jacobus Funke. In: Handelingen en levensberichten van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1942-1943. E.J. Brill, Leiden 1944. Te raadplegen via: www.dnbl.org .

7. Een advertentie met 24 titels van deze reeks stond Ons Streven van 1872,  een tijdschrift voor meisjes en vrouwen onder redactie van Reinoudina de Goeje.

8. Tot prentnummer 104 worden handgekleurde exemplaren aangetroffen.

9. Prospecti voor  Nieuwe Nederlandsche Kinderprenten. Amsterdam: 1865, 1866 en 1868.

10. KVB PPA 618:7.

11. Het Rijksprentenkabinet en de Atlas Van Stolk hebben de volledige reeks van 114 Funke’s prenten, het Nederlands Openluchtmuseum en het Fries Museum bezitten een groot aantal prenten.

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 20 July 2011. Contact centsprenten@xs4all.nl

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms.