Kind & Papier

De prentenfabriek van Dembour, Gangel

en Didion te Metz

 

start

In 1821 stichtte Robert Tavernier samen met de tekenleraar Robert Dupuy een lithografisch atelier te Metz. [1] Hun  kunstprenten hadden veel succes, maar na zeven jaar ontbonden zij hun maatschap, waarna Tavernier tot aan zijn dood het bedrijf voortzette. Zijn weduwe deed de zaak in 1833 over aan Hanké en Rosch die deze na twee jaar aan Adrien Dembour (1799 -1887) verkochten. Dembour begon aan de place Saint-Louis nr. 8 met het uitgeven van litho’s, maar kocht een jaar later een partij houtblokken van Pierre Lacour uit Nancy. [2] Een tweede partij blokken werd overgenomen van de firms Ardant te Limoges. [3] Hiermee drukte hij onder meer fraaie heiligenprenten op groot formaat, maar hij liet ook nieuwe blokken snijden. Al vanaf het begin hadden zijn prenten veel succes.

Voor de financiering van zijn snel groeiende bedrijf  zocht Dembour in 1840 samenwerking met Charles-Nicolas Gangel (1835-1879) . Vier jaar later werkten in de prentenfabriek al 200 werknemers en beschikte de drukkerij over 22 persen: 14 voor litho’s, 5 voor boekdruk en 3 voor diepdruk. [4] De drukkerij experimenteerde met exclusieve gekleurde houtgravures die met goud werden gehoogd en met verschillende papiersoorten. [5] Kleuring van de prenten deden gevangenen. [6]

Dembour liet zich in 1851 uitkopen en vertrok naar Parijs om bij de firma Hachette te werken. Gangel nam zijn zoons Auguste en Charles op in het bedrijf en trok zich daarna terug. De broers associeerden zich met Paulin Didion (? - 1879) en gedurende drie jaar werden prenten uitgegeven met als adres Gangel frères et P. Didion, na het overlijden van August in 1860 met het adres Gangel et Didion. Na de dood van Charles in 1868 zette Didion het bedrijf alleen voort. Hij drukte nog vrijwel alleen de oude platen, op een kleine nieuwe serie over de oorlog van 1870/71 na. Het bedrijf leed onder de annexatie van Elzas-Lotharingen door Duitsland. De verkoop stagneerde en Didion moest personeel ontslaan. Na het overlijden van Didion in 1879 verkocht zijn weduwe de prentenfabriek aan Jean-Jules Delhalt die het bedrijf in 1892 verplaatste naar Nancy. In 1919 nam de firma ‘Art graphique de Nancy-Jarville’ de zaak over. [7]

 

Het repertoire van het prentfonds Dembour-Gangel-Didion-Delhalt was traditioneel: heiligenprenten, allegorische voorstellingen, spelprenten, sprookjes enz. Militaire onderwerpen waren ook goed vertegenwoordigd, onder andere over de oorlog van 1870. Nieuw was de introductie door Gangel en Didion van constructieprenten, waarmee kinderen door knip- en plakwerk een theater, trein, of dorp konden bouwen. Veel succes had een serie ombres chinoises, schimmenspellen, waarmee kinderen voorstellingen van het succesvolle en het toen nog rondreizende schimmentheater van Dominique-Seraphin François konden naspelen. De populaire stukken zoals De gebroken brug, De verleiding van de heilige Anthonius en De eendenjacht vonden op centsprenten ruime verspreiding.

 

In totaal werden ca. 3000 verschillende prenten uitgegeven in oplagen die varieerden van 100-300.000 exemplaren. Hiervan waren er tussen 1857 en 1885 meer dan 2000 getekend door de talentvolle Jules Chaste. Zijn zoon Victor, kruidenier en drogist in Neufchateau, schreef over zijn vader dat deze net zo gemakkelijk tekende als hijzelf schreef. [8] Chaste verdiende aanvankelijk 100 francs per maand. Na zijn huwelijk met Victorine Jung en de geboorte van hun zoon Louis Victor, vertrok Chaste naar Epinal en werkte voor 150 francs per maand voor Pellerin. Hier werkte Chaste tegen zijn zin meer als copiïst dan als tekenaar en na een ruzie met Pellerins vaste tekenaar Pinot ging het gezin terug naar Metz. Chaste bedong en kreeg bij Gangel en Didion nu 200 francs per maand en bleef tot het eind van zijn werkzame leven tekenen. Hij overleed in 1903 te Neufchateau.

 

De firma drukte de prenten niet alleen voor de Franse markt, maar verspreidde haar prenten ook in Zweden, Turkije, Zwitserland en Italië. Prenten met Spaanse tekst verkochten niet alleen goed in Spanje, maar ook in Zuid-Amerika. De uitgave van tweetalige prenten voor de Engelstalige markt – waarvoor de firma een vertegenwoordiger in New York aanstelde- was een debacle. Nederlandstalige prenten werden in België en Nederland op de markt gebracht, onder andere door de firma’s A. Jacobs en de Erve Wijsmuller te Amsterdam. De Nederlandse prenten worden zelden aangetroffen en zijn in geen openbare verzameling compleet aanwezig.

De Nederlandstalige prenten zijn nog niet geïnventariseerd. Een prentlijst is in voorbereiding.

 


[1] Duchartre 1925, p. 202.

[2] Barbé 1950, p. 11.

[3] Duchartre 1925, p. 204.

[4] idem, p. 19.

[5] Ryan 1995, p. 75.

[6] Gisèle Vert, 'L’Imagerie Messine'. In: Supplément Vivre à Metz. No. 331, februari 2008. Geraadpleegd op www. mairie-metz.fr op 27 februari 2008.

[7] Barbé, Op. cit., p. 24.

[8] idem, p. 64.

 

voor de literatuurlijst klik hier

 

© 2001-2010 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 26 August 2010. Contact centsprenten@xs4all.nl

Overname, copiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afbeeldingen is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms.