|
Kaspar Braun (1807-1877) vestigde in 1838 in München een
Anstalt für Holzschneidekunst.
Na zijn studie aan de kunstacademie had Braun tijdens een
verblijf in Frankrijk met de nieuwe techniek van de
houtgravure kennis gemaakt. Met C.B. Dessauer, die als
financier op trad, stichtte hij dit grafische bedrijf dat
hout-, staal-, en kopergravures leverde. Deze samenwerking
bracht niet veel succes en daarom trok Braun in 1843 een
andere compagnon aan: Friedrich Schneider (1815-1864), die
net zijn opleiding tot boekhandelaar had voltooid. Tot dan
had de firma zich beperkt tot het leveren van drukmateriaal
voor theaterprogamma’s, uitnodigingen en handelsdrukwerk;
met Schneider werd een uitgeverij begonnen.
De eerste prent, een reclame voor bokbier, kwam in een
oplage van 3500 exemplaren van de pers, maar het zou tot
1848 duren voor er daadwerkelijk met een reeks centsprenten
in houtgravure werd begonnen.
Omstreeks 1840 waren de Duitse drukkerijen voor centsprenten
overgegaan op lithografie en werden deze prenten een
massaproduct. Alleen door grote oplagen en een ruim
verspreidingsgebied kon de kostprijs laag blijven.
Prentdrukkers van plaatselijke of regionale betekenis werden
door een vrij klein aantal gespecialiseerde prentdrukkerijen
van de markt verdreven.
Met de groei van de productie nam de kritiek op de kwaliteit
van de prenten toe. Op een enkele uitzondering na werden de
goedkope prenten als slechte produkten gewaardeerd. Ze
kenmerkten zich in de ogen van de critici door banale
teksten en de slechte kwaliteit van papier, druk en
kleuring. De ontwerpers waren meestal middelmatige tekenaars
en het ontbrak veelal aan originaliteit in de keuze van
onderwerpen. In Hamburg werd van kerkelijke zijde verklaard
dat het hierbij om ontaarde kunst ging die, in dienst van
een op winst beluste industrie, de goede smaak en zeden van
het volk bedierven.
Braun en Schneider stelden zich tot doel met de Münchener
Bilderbogen prenten te produceren die naar vorm en
inhoud van hoog artistiek nivo waren en die niet alleen voor
kinderen en de lagere volksklassen aantrekkelijk waren. Zij
wilden voor een geringe prijs verantwoord lees- en
kijkmateriaal bieden gericht op het amuseren, informeren en
ontwikkelen van de kopers.
Op de prenten werden onderwerpen uitvoerig behandeld zoals
de geschiedenis van de kleding met 125 prenten. De wereld in
plaatjes bracht met 46 prenten vreemde landen en volkeren in
beeld en 24 prenten waren gewijd aan de Griekse en Romeinse
oudheid. Daarnaast was in de serie veel plaats ingeruimd
voor komische en humoristische prenten.
Braun en Schneider trokken als ontwerpers geschoolde
kunstenaars aan zoals Wilhelm Busch, Ernst Frölich en Lothar
Meggendorfer die tientallen prenten voor het fonds leverden.
Om de productie te versnellen moesten de kunstenaars hun
ontwerpen op hout getekend inleveren. Hierdoor verviel de
tussenstap waarbij de graveur de tekening op het houtblok
overbracht. Dit kwam ook de kwaliteit van de gravures ten
goede omdat de artiesten bij hun ontwerpen al rekening
konden houden met de (on)mogelijkheden van het graveren in
hout.
In totaal hebben 138 kunstenaars 1230 verschillende prenten
geleverd die in grote oplagen op de markt kwamen en meestal
enkele malen werden herdrukt. Tot aan 1898 kwam er eens in
de veertien dagen een nieuwe prent uit. Hoewel de firma de
medewerkers slecht betaalde, per houtblok 6 tot 12 mark,
wilden jonge kunstenaars graag aan de Münchener
Bilderbogen meewerken, omdat dit tot grote
naamsbekendheid leidde. In tegenstelling tot vrijwel alle
andere uitgevers mochten de tekenaars die voor Braun en
Schneider werkten hun werk signeren, terwijl vaak ook de
naam van de graveur op de prent werd gedrukt.
Niet alle prenten waren op deze wijze ontworpen. Ook Braun
en Schneider gebruikten vooral in de eerste jaren voor hun
prenten gravures die oorspronkelijk voor ander drukwerk
waren gemaakt. Circa 40 ‘Allerlei’-bladen of macedoines
werden met dergelijke gravures gedrukt. Veel illustraties
uit Fliegende Blätter, een humoristisch tijdschrift
dat Braun en Schneider in navolging van het Franse
Charivari en het Engelse Punch uitgaven, werden
van kortere teksten voorzien en als centsprent uitgegeven.
Ook kochten de uitgevers van kunstenaars ontwerpen die al op
andere wijze gepubliceerd waren. Zo verkocht de tekenaar
Otto Speckter twaalf tekeningen voor de sprookjes van Grimm
aan Braun en Schneider, hoewel hij de rechten al aan een
Engelse firma had verkocht.
Braun zag zijn prenten als kunst en bracht ze aanvankelijk
alleen ongekleurd in de handel. De concurrentie met de
felgekleurde prenten van o.a. de Neuruppiner uitgevers,
dwong Braun zijn prenten ook te kleuren. Dat gebeurde als
thuisarbeid of door kleurinrichtingen waar vrouwen en
kinderen als goedkope arbeidskrachten met schablonen de
prenten van transparante zachte kleuren voorzagen.
De verkoop van de Münchener Bilderbogen gebeurde niet door
colportage, maar via boek- en papierwinkels, waarmee Braun &
Schneider voor hun andere (luxe) drukwerk kontakt had. Ook
daardoor werden de Münchener Bilderbogen hoger
gewaardeerd dan de gewone centsprenten. Nieuwe prenten
werden vaak in de etalage van boekwinkels opgehangen om de
meestal jonge kopers te verleiden 6 kreuzer van hun zakgeld
daaraan te besteden. Deze prijs was ongeveer gelijk aan die
voor een glas bier en dus voor iedereen betaalbaar.
Na invoering van de mark, kostte de ongekleurde prent 10, en
de gekleurde 20 pfennig; een prijs die bijna dertig jaar
lang, tot 1898 gelijk bleef.
Opmerkelijk is dat de firma tot de jaren 1920 niet over een
eigen drukkerij beschikte, zodat in de loop van de tijd
verschillende drukkerijen waren ingeschakeld bij de
productie, onder andere Himmer in Augsburg, Schurich in
München en de Königliche Hofdruckerei Wolf & Sohn, eveneens
te München.
De produktiekosten in de 19e eeuw zijn niet
bekend, maar in 1909 bedroegen deze voor zwarte prenten 3 à
4 pfennig en voor gekleurde 7 bij een kleine oplage van 1000
exemplaren. Bij massaproduktie van meer dan 6000 exemplaren
liep de kostprijs terug tot 1 à 2 resp. 5 pfennig en steeg
de winst voor de uitgever aanmerkelijk.
Nieuwe prenten, maar ook herdrukken, werden in een oplage
van 1 à 2000 exemplaren gedrukt. Voor prenten van populaire
tekenaars was de oplage veel hoger. Busch’ prent Der
Virtuos kwam uit in een oplage van 12.000 exemplaren en
werd jarenlang herdrukt zodat er in totaal 178.000 het licht
zagen. De productie van de Münchener Bilderbogen
tussen 1848 en 1932 beliep 5.355.000 bladen.
De prenten werden niet alleen los, maar ook gebundeld in
albums uitgegeven.
Vanaf 1857 werden een aantal Münchener Bilderbogen in
een Nederlandse versie onder de titel Munchener Platen verkocht
via de handelaar Van der Moolen
te Geldern.
In totaal zijn 147 prenten in het Nederlands uitgegeven maar
het succes hiervan was niet erg groot. De prijs speelde
hierbij natuurlijk een rol. In verhouding tot de meeste
kinderprenten waren de Münchener Bilderbogen duur: 5
cent voor ongekleurde en 10 cent voor gekleurde prenten.
Centsprenten met een artistieke meerwaarde die een hogere
prijs rechtvaardigde, was in Nederland een onbekend
verschijnsel.
Wellicht werden de in houtgravure uitgevoerde prenten als
ouderwets ervaren vergeleken met de prenten in lithografie
die vanaf de jaren 1860 op de Nederlandse markt verschenen.
Tot de geringe populariteit droeg ook bij dat de Duitse
humor zich vaak moeilijk in het Nederlands liet vertalen of
helemaal niet aansprak. Dit met uitzondering van de prenten
van Lothar Meggendorfer en Wilhelm Busch, die hun humor in
de voorstellingen legden en dus niet van de wisselwerking
tussen tekst en beeld afhankelijk waren.
Opmerkelijk is dat hun humor thans ook nog aanspreekt. De
prenten zijn zeker tot aan de eeuwwisseling in Nederland
verspreid.
De Duitse prenten worden tegenwoordig vaker dan de
Nederlandse op veilingen en in antiquariaten worden
aangetroffen. Dit zou er op kunnen wijzen dat destijds ook
de oorspronkelijke Duitse prenten in Nederland werden
verkocht. Via welke wederverkopers dat gebeurde is onbekend.
In het Nieuwsblad voor den boekhandel is alleen een
advertentie van de Haagse firma De Haas aangetroffen.
Populaire prenten van de Münchener Bilderbogen zijn
door andere uitgevers gecopieerd en op de markt gebracht. In
de reeks Meijer’s Prenten
en de kinderprenten van Brepols,
Pellerin en
Quantin zijn kopieën te vinden.
Prentlijst Munchener Platen
Gerrit
Komrij (vert.), Wilhelm Busch’ beeldverhalen.
z.p., Meulenhoff/Landsdorf 1982 en Michael Schwarze
(ed.), Wilhelm Busch. Sämliche Bilderbogen in einem
Band. Zürich: Edition Olms 1979.
Voor de
literatuurlijst klik
hier. |